Getuigenissen.
Hoe kan het leven van een Scheutist eruit zien, zowel hier in VNL als in de missielanden? Het is niet de bedoeling om te idealiseren maar anderzijds willen we ook niet de vuile was uithangen. Wel tonen volgende getuigenissen aan hoe menselijk het allemaal kan zijn. Scheutisten die met hun gaven en tekorten er echt in geloven! Lees zelf maar...
Na de verschrikkelijke aardbeving in Haïti op 12 januari 2010
werden deze getuigenissen vervangen door een relaas over het gebeuren
en de wijze waarop hulp kan geboden worden aan de Haïtiaanse bevolking
via de Scheutisten werkzaam in Haïti.
OPROEP VAN DE BELGISCH-NEDERLANDSE SCHEUTPROVINCIE
VOOR HULP AAN HAÏTI
|
Beste Vrienden van Scheut,
Dinsdagnamiddag 12 januari 2010, omstreeks 17 uur, werd Port-au-Prince geteisterd door een zeer hevige aardbeving. De beelden in de media hebben de omvang van deze ramp duidelijk getoond. Duizenden doden en nog veel meer gewonden en daklozen. Een straatarm land zonder enige degelijke politieke en administratieve structuur wordt na de orkanen van maanden geleden nog maar eens getroffen. Dit maakt het nog zoveel erger voor de Haïtiaanse bevolking. Van overal ter wereld wordt te hulp gesneld en worden reddingsoperaties opgezet. Wat daar gebeurd is laat niemand koud, welke religieuze of politieke overtuiging men ook heeft. Er worden allerlei initiatieven genomen om fondsen te verzamelen om de grootste nood te lenigen en de wederopbouw mee mogelijk te maken. Op het ogenblik van de aardbeving waren verschillende Scheutisten in Port-au-Prince of in de dichte omgeving. Ze hebben dus alles van dichtbij meegemaakt en zijn er zelf in betrokken. De eerste dagen konden we met geen enkele confrater rechtsreeks in contact komen. Alleen via andere analen kregen we de eerste berichten dat er niemand van onze confraters omgekomen was alhoewel het provinciaal huis volledig vernield is. Op het einde van de week kregen we een eerste mail van één van de confraters in Haïti, Jos De Bauw, met meer concrete informatie over onze confraters: ”De aan-wezige confraters, Guido Vandecandelaere (Wervik), Luk Deveugle (Aalbeke), Jos De Bauw (Londerzeel), Alexandre Kakolo (Congo) zijn ongedeerd. Lesly Julien (Haïti) en Tine van Broederlijk Delen die meewerkt in het secretariaat van de Chiro zijn licht gewond. Provinciaal Jan Hanssens (Gullegem) was afwezig en is ongedeerd. Ook het huis van Jan Hoet (Lier) is volledig vernield en Jan is licht gewond. Al de bij hem wonende studenten zijn ongedeerd of licht gewond. Andrew Labatorio (Filippijnen) in Delmas 33 is ongedeerd en ook zijn pastorij bleef gespaard van averij. In ons seminarie van Cazeau is Antonio Mondésire (Haïti) ongedeerd en het seminarie bleef zonder schade. Alleen de omheiningmuur langs de kant van de luchthaven ligt tegen de grond. Ons seminarie in Cazeau zal nu de voorlopige verblijfplaats blijven voor de bewoners van het provinciaal huis Mon Rêve, het huis voor bejaarde confraters Shalom en voor Jan Hoet" Dat er geen confraters omgekomen zijn en dat de verwondingen slechts licht zijn, was een hele geruststelling. We konden de families en vrienden van confraters daar geruststellen. Maar de confraters werden geconfronteerd met de harde realiteit en het is voor elk van hen een pijnlijke ervaring. Niet alleen de gebouwen werden voor een groot deel vernietigd of beschadigd, maar ook eigen personeelsleden en hun familie bleven dood onder het puin. "De wasvrouw van Man Rêve, Catherine, Yolande van de keuken met haar kindje en man zijn ook dood, evenals onze buurvrouw Marie-Michelle Gefrard (…)". Een paar dagen nadien kregen we ook deze foto's van de schade aan het provinciaal huis en het rusthuis.
Het verwoeste provinciaal huis van Scheut “Mon Rêve” Een aantal mensen die in Haïti verbleven en werkten hebben ervoor gekozen om Haïti te verlaten. Reeds van bij de eerste berichten kregen we te horen dat onze confraters in Haïti zouden blijven, ook al zijn de leefomstandigheden erbarmelijk. In een kort bericht van Luk Deveugle aan zijn familie kunnen we het volgende lezen: "Voorlopig zitten we in ons vormingshuis Cazeau buiten de stad. Tot op vandaag zijn er iedere dag naschokken. We slapen onder de blote hemel of in de auto. We hebben nog wat eten en drinken, maar voor hoelang? We trachten de voornaamste papieren te halen uit het huis dat volledig is ingestort. Stank van lijken begint zich te verspreiden. Meer dan 100.000 doden. De stad is er gewoon niet meer. We zullen zien wat te doen in de komende dagen. Vandaag kreeg ik de eerste internetverbinding. Gewoon verschrikkelijk, ongelooflijk. Denk maar veel aan ons". Confraters die verder het land inwaarts wonen, o.a. Piet van Kampen (Leidschendam) kwamen naar Port-au-Prince om te helpen en te steunen. Confraters die in de naburige Dominicaanse Republiek werken gingen de confraters in Haïti reeds opzoeken. ”Zojuist zijn de Provinciaal en enkele confraters van de Dominicaanse Republiek met de camionnette toegekomen met voorraad eten enz." konden we lezen in een de e-mail die we aankregen. Ook wij, confraters in België en Nederland, willen onze confraters in Haïti steunen. In de eerste plaats willen we hun inzet ondersteunen om de Haïtianen die have en goed verloren hebben op te vangen en bij te staan, want dat blijft hun eerste bekommernis en dat is ook de reden waarom ze daar in Haïti willen blijven. "…niemand van ons wil nu terugkeren met het vliegtuig dat uit België kwam." Onze confraters verblijven op dit moment in het vormingshuis waar zij mensen proberen op te vangen en bij te staan met de mogelijkheden die ze hebben. Wij willen hen steunen en financieel helpen. Daarom dan deze oproep. Want onze confraters die elke dag met de dramatische toestand van concrete mensen te maken hebben, hebben dringend nood aan financiële middelen om in deze moeilijke omstandigheden hun eigen bijdrage te kunnen leveren. Ook al gaat de eerste aandacht van onze confraters nu naar de getroffen bevolking zelf, achteraf zal moeten gedacht worden aan de heropbouw van de materiële infrastructuur, gebouwen en vervoer, om hun werk daar te kunnen voortzetten. Het provinciaal huis, het huis voor de bejaarde confraters, gebouwen van de parochies of diensten waar onze confraters werken in Port-au-Prince, moeten heropgebouwd of hersteld worden zodat zij het nodige hebben om hun werk als missionaris te kunnen voortzetten. Er zijn Belgische, Nederlandse, Filippijnse, Kongolese en Haïtiaanse Scheutisten aan het werk in dienst van de Haïtiaanse bevolking. Ze hebben onze steun nodig en we willen hun inzet verder mogelijk maken. Vandaar dat wij, een warme oproep doen naar alle mensen die ons genegen zijn, met de confraters in Haïti meevoelen en hen steunen in deze moeilijke momenten. Het feit dat zij vertrouwd zijn met de Haïtianen en hun leefwereld kan een element zijn om op een efficiënte manier te handelen, nu in deze situatie en in de toekomst. In naam van de Haïtiaanse bevolking en van onze confraters in Haïti danken wij U voor Uw milde steun. Stortingen kunnen het best gebeuren op volgende nummers: IN BELGIE: - Indien u een attest verlangt: op rekening: S.O.S. Scheut-Ontwikkelings-Samenwerking Brussel 000-0901974-68, IBAN-code: BE82 0000 9019 7468 BIC-code: BPOTBEB1, met vermelding: Noodhulp Haïti n° 02 509 026 - Indien u geen attest nodig hebt: op rekening: Missiehuis van Scheut-Brussel 210-0390663-96, IBAN-code: BE65 2100 3906 6396 BIC-code: GEBABEBB met vermelding: Noodhulp Haïti. IN NEDERLAND Stortingen kunnen het best gebeuren op Gironummer 1024300 ten name van Missionarissen van Sparrendaal, Vught met vermelding: Noodhulp Haïti. In naam van de Haïtiaanse bevolking en van onze confraters in Haïti danken wij U voor Uw milde steun. Het Provinciaal Bestuur in naam van de Scheutisten in België en Nederland
|
| RECHTSTREEKSE INFORMATIE VAN PATER JAN HANSSENS, PROVINCIAAL VAN SCHEUT IN HAÏTI
|
|
|
Port au Prince, 20 januari 2010 Informatie uit Haiti voor confraters, familie en vrienden.
Haiti is weer in het grote nieuws, en spijtig genoeg opnieuw om de slechte mare te brengen. Dinsdag namiddag 12 januari 2010, een tiental minuten voor vijf is het land getroffen door een aardbeving. 7.3 op de schaal van Richter. 45 seconden waren voldoende om vooral van de hoofdstad een puinhoop te maken, erger dan een bombardement. Port-au-Prince bevindt zich op het breukvlak waar twee tektonische platen tegen elkaar aanschuiven. Het centrum van de aardschok lag op amper 10 km van het stadscentrum (namelijk in Gressier). Na 8 dagen zijn er nog naschokken voelbaar, zoals deze morgen een schok van 6 op Richter. Vijf uur in de namiddag. Veel scholen – de namiddagklassen – waren volop aan het werken als de hel is losgebarsten. Andere uren van de dag zouden wellicht nog dodelijker kunnen geweest zijn. Het dodental zal volgens ramingen tot meer dan 100.000 oplopen. Nu reeds zijn meer dan 70.000 lijken in massagraven bijeengebracht (zeggen officiële cijfers). Maar dat is nog niet alles. Ook zijn een aantal doden privaat begraven. De materiële schade is niet te schatten. Veel gebouwen die nu nog recht staan, zijn onbruikbaar geworden voor de toekomst. Zo hard werd alles dooreen geschud. Ook is de bouwkwaliteit niet steeds goed. De mensen slapen uiteraard nog steeds buiten : ofwel is het huis weg, ofwel is er de vrees voor nieuwe instorting, want de naschokken duren nog voort. Verschillende 100.000-den mensen verlieten de stad voor het platteland. Het is een stuk oplossing voor Port-au-Prince, maar schept dan problemen in de provinciesteden. Hoeveel mensen woonden er in Port-au-Prince ? Zeker méér dan twee miljoen … De wil om het leven te hernemen is voelbaar. De internationale hulp was vlug ter plaatse, maar de verdeling ervan kwam traag op gang. De onveiligheid in de vorm van plunderingen is uiteraard deel van de realiteit, vooral in de benedenstad. De hulpverlening is begonnen. En af en toe komt er nog een slachtoffer levend uit het puin. Gisteren waren dat er drie, volgens de media. De voornaamste moeilijkheid van de hulp lijkt wel de interne coördinatie te zijn. Het gevoel van onveiligheid gaat ook samen met het feit dat de nationale gevangenis is leeggelopen : meer dan 4.000 gedetineerden kwamen vrij – uiteraard zijn het niet allemaal criminelen. Maar er is ook de slechte reputatie van Haiti in het buitenland die meespeelt op zulke momenten. Zodra men de benedenstad of Cité Soleil vernoemt, willen zelfs de buitenlandse militairen er zich niet mee bemoeien.
Het is een erge schok voor Haïti voor een arme bevolking. Alle instellingen lijden onder het gebeuren. Overal zijn vermisten. De Minustah (VN vredesmacht) werd letterlijk onthoofd, de politie, de regering en overheidsdiensten verloren van hun leden. De internationale gemeenschap komt zeer genereus te voorschijn. Goed uiteraard. Doch men vreest dat ook de politieke gevolgen van de aardbeving ontstellend kunnen zijn : verlies van nationale soevereiniteit. Haiti is dus echt een pion op het schaakbord van de groten. De Amerikanen moeten bijbenen wat ze met de Minustah, geleid door Brazilië, hadden verloren. De gevolgen op langere termijn … dat is uiteraard toekomst. Nu moet men de bevolking ter hulp komen : water (gelukkig heeft de ondergrond van de Plaine veel water) en voedsel. Voor hoe lang kan men zo’n grote bevolking assistentie bieden ? Zoveel mensen opeengetast op zo’n klein gebied ? De toekomstige noden goed inschatten ; de wederopbouw – maar hier moeten een heel stel politieke beslissingen worden genomen. Intussen moet een minimum structuren terug gaan functioneren. Gelukkig hernam een gedeeltelijke brandstof distributie zeer snel; er zou geen tekort in het verschiet zijn. De banken moeten terug open ; er moet wat geld circuleren. Vooral de handel en voedseldistributie moet gebeuren, enz … De informele sector (kleine straathandel) biedt momenteel wat diensten voor wie nog wat geld heeft. De Haïtiaanse regering laat evenwel weinig van zich horen of voelen. De president hield pas vandaag 20 januari een meer officiële toespraak tot de natie. Hoogtijd. Dat zwijgen verwekte wrevel. Niets leek op een regeringsplan … ieder komt tussen op zijn manier. Toch was CNE (soort publieke werken), politie en action civique (jongeren van het Ministerie van Jeunesse) op straat. Vandaag zag ik de elektriciteitscompagnie aan het werk. De private sector kondigt vandaag ook maatregelen aan. De Amerikanen hebben de volledige controle van de luchthaven. Zij beslissen over alle komen en gaan. Er komt ontzettend veel hulp vanuit de Dominikaanse Republiek : zowel vanuit de regering als vanuit groeperingen of private initiatieven. Toch een goeie zaak. De aardbeving zal veel gevolgen hebben voor het Haïtiaanse volk. Zowel op de eigen mentaliteit ; de terugkeer naar het platteland ; de buitenlandse presentie en inmenging worden er ook weer groter door. Het feitennieuws kunnen jullie volgen via de pers. De Commissie Gerechtigheid en Vrede heeft betrekkelijk weinig geleden : alle leden van de secretariaten (nationaal en diocesaan) hebben de schok overleefd. Het huis van de Conferentie van de Religieuzen is ingestort. Derhalve is de comptabiliteit (of grote delen ervan) nog eens verloren. Het centrale secretariaat op de Champs de Mars staat nog overeind ; maar zal het opnieuw operationeel kunnen worden ? Scheut heeft geen directe slachtoffers te betreuren. Wel zijn er slachtoffers bij het huispersoneel. Ikzelf was in Lilavois op het ogenblik van het gebeuren voor een Caraïbische bijeenkomst van de CLAR (Latijns Amerikaanse Confederatie van Religieuzen). Uiteraard werd de bijeenkomst voortijdig stop gezet. Zaterdagmorgen zal Mgr. Joseph Serge Miot, aartsbisschop van Port-au-Prince, die in de aardbeving is omgekomen, begraven worden. Een aantal religieuze congregaties hebben veel geleden : Monfortanen verloren wel 9 studenten ; Broeders Instruction Chrétienne : 2 leden dood, veel schoolgebouwen stortten in met veel leerlingen als slachtoffers. Les Petits Frères et les Petites Sœurs de Ste Thérèse : veel van de gebouwen in Rivière Froide zijn verloren gegaan ; er zijn doden. Filles de Marie (Paridaens) : een aantal oudere zusters zijn dood door de instorting van hun huis op Belair. … Aartsbisdom en kathedraal stortte in en er zijn slachtoffers, kerk van Sacré Cœur, St Louis de France, St Gerard, Villa Manrèse, Mariani : veel schade maakt dat de gebouwen die niet instortten toch onbruikbaar zullen zijn. In de zeer nabije toekomst zullen er uiteraard vragen zijn : de jongeren in vorming … het schooljaar : de jongeren aan het werk houden, zodat het geen verloren jaar wordt … de heropbouw van wat, en in welke condities ? Maar laten we eerst de zaken wat afwachten. De president vermelde een aantal punten, en legde vooral de nadruk op de coördinatie. We vernemen hier dat Scheut een banknummer opende voor noodhulp. Ik schreef een kleine nota over het wat en hoe van die hulp. Met veel dank voor uw sympathie en gebed voor de bevolking hier. Jan Hanssens Provinciaal Overste van Scheut in Haïti
|
HULP VOOR HAÏTI VIA SCHEUT
NA DE AARDBEVING VAN 12 JANUARI 2010
|
We krijgen hier verschillende vragen uit België: hoe men Haïti kan helpen via Scheut, en hoe hulp kan worden gekanaliseerd. Vooreerst dit ter verduidelijking.
In Port au Prince is Scheut werkzaam in de volgende activiteiten : · - 1 parochie St. Judes et St Simon ; · - Werk in Chiro, de nationale coördinatie ; · - Gerechtigheid en Vrede, de nationale coördinatie ;- · - Editie van een maandblad Bon Nouvèl ; · - Werk met de jeugd via het opvanghuis Mamosa en sportclub Banzai ; · - Initiale vorming van Scheut zelf (opleiding van jonge seminaristen) ; · - Een confrater geeft Bijbel aan het seminarie van de religieuzen ; · - Provinciale administratie.
In de Port-au-Prince area zijn aldus direct 9 confraters werkzaam ; één is op rust ; één is stagiaire. Die 9 confraters zijn van vier verschillende nationaliteiten : Haïtiaans, Congolees, Filippijns en Belgisch. In de parochie is Scheut het sterkst betrokken bij directe opvang van slachtoffers van de burgerbevolking na de aardbeving. Het opvanghuis Mamosa ging ook totaal verloren, zonder slachtoffers evenwel bij de jongeren. Wel zijn medewerkers van onze werken slachtoffer, zoals in Chiro, Gerechtigheid en Vrede, Bon Nouvèl, personeel van Mon Rêve. Het provinciaal huis Mon Rêve is trouwens ingezakt, zonder slachtoffers te maken.
Wanneer mensen in België en elders op dit moment steun willen geven voor Haiti heeft dit dadelijk te maken met de urgenties van de bevolking. Dit is ons verstaan van de vraag. Aldus moet onderscheid gemaakt : · Noodhulp voor de bevolking. Scheut kan die hulp kanaliseren op volgende wijzen : Via de parochie St Judes en Simon / via het lenigen van noden van medewerkers / via andere religieuze congregaties en parochies voor de opvang van slachtoffers bij hen / via kerkelijke instellingen zoals Caritas, dat aan de parochiepriesters heeft gevraagd de noden binnen de parochie op kaart te brengen en kenbaar te maken. · Hulp voor wederopbouw. Daar kan nu nog niet aan gedacht worden als onmiddellijk project. Maar de noden zullen op het moment zelf ook enorm zijn (wellicht reeds binnen enkele weken). Vele infrastructuren – zelfs als ze niet zijn ingestort – werden zodanig door elkaar geschud, dat ze als totaal verloren moeten worden beschouwd. Talrijke projecten zullen die wederopbouw moeten ondersteunen.
· Verder zijn er nog de lopende projecten in het land, die hopelijk blijven doorgaan, in zones en op plaatsen waar de aardbeving niet dezelfde gevolgen heeft, zoals in de hoofdstad, en langs de as tot Petit Goave, en verder in Jacmel. Die projecten verliezen uiteraard niets van hun nut of noodzaak omwille van de aardbeving. Integendeel zelfs. Veel volk uit de stad komt weer op het platteland terecht.
Scheut in Brussel heeft een speciale bankrekening geopend om aan de slachtoffers van de aardbeving tegemoet te komen. Het gaat hier dus om directe noodhulp aan de bevolking zelf. De mogelijkheden waarover Scheut in Haïti beschikt om die noodhulp veilig te canaliseren, zijn hogerop uitgelegd. Uiteraard wil Scheut Haiti garant staan dat de gelden terecht komen bij de hulpbehoevende bevolking.
Scheut heeft ook eigen noden, maar behoeft niet die noodhulp op dezelfde manier als de lokale arme bevolking van het land. De solidariteit is gericht naar de noodbehoevende bevolking zelf.
Noodhulp kan het best geldelijke bijdrage zijn. Goederen zijn minder interessant: ze moeten opgestuurd, vervoerd, behandeld worden; we vragen dus niet om goederen op te sturen. Geldelijke middelen zijn gemakkelijker en sneller om door te spelen. Met geldelijke middelen komt ook gemakkelijker plaatselijke activiteit tot stand. De informele sector in Haiti zal in komende weken en maanden een uiterst belangrijke rol spelen in de bevoorrading van de mensen, daar de officiële handel meer condities stelt om te functioneren. Trouwens, een groot probleem van de mensen vandaag is het gebrek aan cash geld. Als het om noodhulp gaat, vragen we ook aan Scheut die giften als prioritair te willen behandelen. Noodhulp is voor de noden vandaag, en moet dus zo snel mogelijk worden doorgegeven, zeker op een moment dat de noden zo enorm zijn.
Momenteel zijn nog geen banken open in Port-au-Prince. We hopen dat dit weldra (nog deze week) gebeurt, want de mensen zijn door hun voorraden heen : materieel en geldelijk.
Hopelijk is deze nota duidelijk over de wijze hoe Scheut in Haïti aan het doorgeven van noodhulp kan en wil meewerken na de aardbeving van 12 januari 2010. We danken bij voorbaar ieder voor zijn steun en bijdrage.
P. Jan Hanssens, cicm Provinciaal Overste van Scheut in Haïti
|
*****
|
|
DAGBOEK VAN DE AARDBEVING:VERSLAG VAN PATER JAN HOET, DIRECEUR VAN HET OPVANGHUIS MAMOSA
|
Dinsdag 12 januariHet huis van Mamosa bestaat niet meer. Het is een hoop puin geworden. De aardbeving deze namiddag heeft van Port-au-Prince op minder dan 20 seconden tijd een puinhoop gemaak . Het was even voor 5 uur in de namiddag. Ik zat aan de computer op mijn werkkamer in het appartement achterin toen plots de grond onder mijn voeten begon te trillen. Een aardbeving. Ik had in de drie en veertig jaar in Haïti al wel eens lichte aardschokken gevoeld, maar ditmaal was het duidelijk anders. Het appartement begon vervaarlijk te bewegen en ik probeerde buiten te geraken. Amper drie stappen verder viel ik over de door de kamer rondvliegende voorwerpen en brokken stenen die uit de muren van het dansende gebouw loskwamen. Terwijl ik neersloeg en me daarbij licht kwetste keek ik door de open deur naar buiten en zag met ontsteltenis het grote huis vooraan, waarin de meeste kinderen wonen in elkaar zakken als een kaartenhuisje. Het appartement waarin ikzelf op de grond lag was gedeeltelijk in elkaar gezakt en bleef gevaarlijk hellend vastzitten. De schok was voorbij en liet een hoop vernieling achter in een wolk van stof. Ik geraakte buiten en begon verdwaasd uit te kijken naar de kinderen en Melanie. Ik zag eerst Jasmin die bij de buitendeur vastzat onder neergevallen brokken van het huis. Dan kwamen ze allen een voor een naar buiten, behalve Anne-Michelle die op haar kamer was toen de aardschok zich voordeed. We haalden Jasmin uit het puin en zijn voet was lelijk gekwetst en blijkbaar gebroken. Gelukkig was Helene thuis en probeerde een eerste verband aan te leggen. Terwijl ik en een deel van de kostgangers van Mamosa probeerden een teken van leven van Anne-Michelle te ontdekken, zochten Helene en enkele anderen betere zorg voor Jasmin te vinden. Beetje bij beetje begon de omvang van de ramp door te dringen. De meeste huizen van onze wijk lagen eveneens plat en dat was ook het geval voor de kliniek van de MSF. Ondertussen was de duisternis ingetreden en stelden we vast dat er nergens op dit uur medische zorg te vinden was. Mijn minibus was sinds maandag in de garage, zodat ik over geen gepast vervoer beschikte. De grote autobus van onze volleybalclub (60 zitplaatsen) die ik van Dr Eric Desmet had gekregen en die ongeschonden voor het huis op straat stond geparkeerd, kon nu onmogelijk van dienst zijn. We ontdekten ook dat de telefoon voor locale gesprekken onbruikbaar was geworden. Mijn cellulaire lag ergens tussen het puin van mijn appartement. De mensen uit de buurt trokken naar een open terrein vlak in de buurt met de bedoeling er samen de nacht door te brengen onder de blote hemel. We voegden ons bij hen. Jasmin leed enorm met zijn gebroken en verscheurde voet en de machteloosheid er niets te kunnen aan doen voor morgenvroeg en de vrees Anne-Michelle niet meer levend terug te zien deed enorm pijn. Ondertussen begon het door te dringen dat gans Port-au-Prince zwaar door deze aardbeving was getroffen. Op de route de Delmas, de grote baan die op enkele stappen aan ons huis voorbij liep, was een ware volksverhuizing ontstaan in beide richtingen, mensen op zoek naar een verblijf voor de nacht. De paar honderd verzamelde mensen op het terrein begonnen te zingen en te bidden en deden dit de hele nacht door. Ik lag tussen mijn kostgangers van Mamosa op een stuk karton, met mijn kleren nog vuil en vol stof, maar kon de slaap niet vinden. Tijdens de nacht voelden we met regelmatige tussenpozen weer nieuwe lichtere aardschokken.
Mamosa in betere tijden Mamosa na de rampWoensdag 13 januariBij het krieken van de dag terug naar wat eens onze woning was, terug op zoek naar een spoor van Anne Michelle, terwijl Hélène probeerde medische hulp voor Jasmin te vinden. We lukten erin wat dichter bij de kamer van Anne-Michelle te geraken en meenden plots haar stem te horen. De jongens van huize Mamosa begonnen dan op het gevaar van hun leven een weg te banen via de buitenmuur naar haar kamer en een goed half uur later kon een van hen door het gemaakte gat in de muur in het huis kruipen. Even later het verlossende signaal. Ja, Anne-Michelle lag daar levend, geklemd tussen puin en een neergevallen kast. Ik weende van geluk. Ze had haar leven te danken aan het feit dat ze haar hoofd bij het neervallen in een emmer had gestoken zodat een neervallend stuk puin haar niet doodde. Ze werd uit haar netelige positie bevrijd en naar buiten gewerkt door het gat in de zijmuur. Ze was duidelijk onder shock, klaagde van enorme pijn in het hoofd en had gezwollen ogen. Voor de rest geen open wonden en blijkbaar geen breuken. God zij dank, alle 21 kostgangers die thuis waren hadden de ramp overleefd. De overburen hadden minder geluk en haalden twee dode kinderen vanonder het puin van hun huis. Bij een nevenbuur was er één dode. Later vernamen we dat er heel wat families uit de buurt meerdere doden telden. Ik reed in de voormiddag met een vriend mee naar het vormingshuis van Scheut in Tabarre (Cazeau). Daar was alles OK. Ik verneem er dat "Mon Reve" (provinciaal huis van scheut) eveneens in puin lag. Een confrater raakte licht gekwetst maar al de anderen waren gezond en wel. Ondertussen was er in onze wijk een eerste hulpverlening tot stand gekomen met de MSF die een noodkliniek instelden op de binnenplaats van de Mormonenkerk in de buurt. Zo kregen Jasmin en Anne-Michelle eindelijk betere voorlopige verzorging. Later op de dag kwam Dirk Vermeyen hen samen met Hélène ophalen om een kliniek te vinden waar ze dan serieuze verzorging zouden krijgen. Ik wist pas de avond van de volgende dag waar ze effectief waren. Het feit van niet te kunnen telefoneren was een enorme handicap … Ondertussen begonnen we meer en meer de omvang van de ramp te beseffen. Men spreekt al van 45.000 tot 50.000 doden. Mon Rêve werd met de grond gelijk gemaakt. Port-au-Prince ligt voor drie vierden plat. Ondertussen probeerden we enkele dingen die de schok hadden overleefd uit de puinhoop van ons huis te halen. We laadden alles in de autobus die voor de deur op straat stond, met de bedoeling die dingen dan naar het huis van Scheut in Tabarre te brengen. Wachtend op nieuws van Helene en de twee kinderen, beslisten we dan toch nog maar de nacht mee door te brengen met de mensen uit de buurt op het open terrein. In de loop van de dag had ik al enkele van de kostgangers naar hun families in het binnenland doen vertrekken. Ik leed eronder geen nieuws te kunnen krijgen over de vele petekinderen en jongeren die meededen met onze jeugdactiviteiten. Doodmoe hoopte ik te kunnen slapen, maar lukte er weer niet in een oog dicht te krijgen. Om middernacht plots een algemene paniek. “Iedereen te been, de bergen in, er is een Tsunami op komst!” Met duizenden trok ik samen met honderden angstige mensen de route de Delmas op in de richting van Petion-Ville. Onderweg ving ik beelden op van vernielde huizen en hier en daar dode lichamen onder een laken. Toen we bijna in PV waren vernamen we van een politie escorte dat deze paniek was gelanceerd door bendes die de mensen ver van hun huizen wilden krijgen om aldus te kunnen gaan plunderen. Moe van deze zinloze tocht installeerden we ons weer met de hulp van wat plastieken zakken en enkele lakens op een noodbed op het asfalt van de route de Delmas. Het devies was immers van niet te slapen in de buurt van muren of huizen. Geen kwestie weer van de slaap te vatten. Voor dag en dauw trokken we terug te voet naar beneden, naar de ruines van Huize Mamosa.
Ook het provinciaal huis van Scheut "Mon Rêve" Hier wat overblijft van van de uitgeverij van ons bladontsnapte niet aan de ramp "Bon Nouvel"Donderdag 14 januariNog steeds geen middel om met Hélène in contact te komen. We probeerden in de voormiddag nog enkele dingen uit het huis te halen en ik reed met de grote bus naar Tabarre, waar de confraters uit Mon Rêve ondertussen ook onderdak hadden gevonden. Vier van onze Haïtiaanse seminaristen reden met me mee terug naar Mamosa om te helpen nog meer waardevolle dingen uit het puin te kunnen halen. Zo lukten we erin, de zonnepanelen, inverter, batterijen en Schotelantenne voor internetverbinding, die de schokken hadden overleefd, in veiligheid te brengen in de grote bus. Ook mijn computer bleek de schok te hebben overleefd, hoewel de monitor op de grond lag. Dank zij de (betaalde) hulp van een kerel die zich “specialist” verklaarde in inbraak in neergestorte gebouwen (de ene zijn dood is het andere zijn brood) konden Melanie en enkele van de kinderen kleding en enkele matrassen uit de middenkamer van het eerste verdiep halen. In de namiddag reed ik dan met de rest van de kostgangers van Mamosa, die nog ter plaatse waren naar het huis van Scheut in Tabarre, waar allen onderdak vonden. Eindelijk de gelegenheid om wat op adem te komen, een stortbad te nemen en mijn vervuilde klederen te kunnen wisselen voor andere. Uit vrees voor nieuwe aardschokken sliepen we voor die nacht onder tenten opgesteld op het terrein achter het huis. Ik vernam ondertussen dat Jasmin en Anne-Michelle verzorgd werden in het kamp van de Belgische dokters en dat er sprake was dat ze naar België zouden geëvacueerd worden voor medische bijstand. Hélène was bij hen en ik was gedwongen volledig op haar te vertrouwen, aangezien de omvang van de problemen waar ik me nu door moest werken. Het hinderde me niet te kunnen telefoneren en nog steeds geen internetverbinding te vinden. Vrijdag 15 januariNa het ontbijt trok ik terug naar wat eens het huis “Mamosa” was, nog eens met enkele seminaristen in de grote bus om nog meer dingen te kunnen redden uit wat er nog van het huis overschoot. Er was heel veel volk te voet op straat en het bleek dat ze in grote getale op weg zijn naar hun families in het binnenland, weg van de gruwel van de hoofdstad. We lukten erin nog heel wat dingen te redden, zoals de laptop van Wilnise die ongeschonden uit het puin kwam. Uit de buitenkeuken die niet getroffen was haalden we fornuis en butaanflessen. Verder konden we nog kleding van de kinderen en mezelf en enkele matrassen in de bus laden. Over wat zich op de benedenverdieping bevond mogen we een kruis maken. We deden alles weer weg naar Tabarre. Bij mijn aankomst eindelijk internetverbinding waardoor het me lukte een eerste boodschap naar mijn familie te sturen. ’s Namiddags reed ik met mijn Haïtiaanse confrater Lesly Julien mee naar “Mon Rêve” om daar de wacht op te trekken voor de nacht (We doen het in beurtrol). Onderweg drong de grootte van de ramp nog meer door. Overal langs de weg, ingestorte gebouwen, dode lichamen op straat en mensen op zoek naar zichzelf. We reden langs het gebouw waar het project “Bon Nouvel” is ondergebracht. Het betonnen dak lag als een laken geplooid over het tot op de grond afgebroken huis. In Mon Rêve aangekomen het zelfde desolate beeld. Hoe onze confraters en de Belgische coöperante die er waren op het moment van de aardbeving daar levend zijn uitgekomen is een mirakel. We slapen buiten op de verzakte parking voor het huis,”à la belle étoile”. Het werd weer een lange nacht want ik kon de slaap niet vatten.
Zaterdag 16 januariRond 8 uur kwam onze confrater, broeder Piet van Kampen in Mon Rêve aan samen met zijn leerjongens en degelijk materiaal, om aldus een weg te kunnen banen naar binnen om vooral belangrijke documenten terug te vinden, zoals de paspoorten van de confraters. Even later kreeg ik nog eens bericht dat Jasmin inderdaad in het kamp van de Belgische dokters was. Ik reed met pater Lesly mee terug naar Tabarre en kreeg zijn wagen te leen om hem op te zoeken. Dit kamp was op Delmas 33 op het terrein van het staatshospitaal “La Paix” genaamd, waar deze Belgische delegatie een noodhospitaal in tenten had opgericht. Ik was blij Helene en Jasmin terug te zien. Anne-Michelle was ondertussen naar Hinche vertrokken. Mijn hart brak toen ik zag dat zijn voet inderdaad was geamputeerd. Ik liep wenend de tent uit en toen ik me terug onder controle had kwam ik terug bij hem. Hij had mijn emotie gezien en vroeg me waarom ik weende. Toen ik hem eerlijkheidshalve zei dat dit was omwille van hem, repliceerde hij “Dan moeten we straks eens praten”. Jasmin toonde meer moed dan ik. Ik sprak met enkele van deze Belgische dokters en bewonderde hun inzet voor de slachtoffers. Ik nam Jasmin en Hélène mee naar Tabarre waar hij nu “voorlopig” thuis is. Vandaag eindelijk weer even internetverbinding …. Niet voor lang echter. Voor de nacht sliepen we weer onder de tent, ditmaal met Jasmin in ons midden. Rond vier uur in de morgen, weer een krachtige maar zeer korte aardschok ….
Zondag 17 januariIk ga plat onder al die spanning. Verschrikkelijk wat we hier meemaken. De lijst van vrienden en bekenden die de ramp niet overleefden wordt met de minuut langer. Nu het een eerder kalmere voormiddag werd nam ik even de tijd een voorlopige balans op te maken van deze enorme ramp. Haiti is op sterven na dood. Niets en niemand werd door deze ramp gespaard. Schoolgebouwen, klinieken, kerken, supermarkten, winkels, regeringsgebouwen, het presidentiële paleis, en duizenden woningen werden met de grond gelijk gemaakt. Ze zijn verdwenen van de aardbodem of onbruikbaar geworden. Tot nu toe zijn er nog honderden slachtoffers dood of levend onder het puin bedolven. Dank zij de internationale hulp kunnen medische zorgen worden gegeven, maar deze is onvoldoende. Het sociale leven ligt kompleet lam. De toekomst van MAMOSA is sterk gehypothekeerd. Het huis was weliswaar een huurhuis, maar het is helemaal niet aangewezen in Port-au-Prince nu een woonst te kunnen vinden die Mamosa kan herbergen. Wat zal de toekomst brengen? Vanuit een vernield Haïti. VERSCHRIKKELIJK!!! Jan Hoet, cicm
|
*****
|
|
Getroffen door de ramp in Haïti schreef Wilfried Gepts cicm dit gebed voor Haïti |
|
Gran Mèt,
God van Leven,
Het paleis, de kathedraal,
scholen en ziekenhuizen
Rijken en armen lieten het leven
onder arm en rijk verstrengeld in de dood. De stad zelf is één massagraf;
ontelbare lijken worden met het
puin
Overlevenden zijn wanhopig op
zoek
Met de honger en dorst neemt de
onveiligheid toe,
Ondanks massale internationale
hulp en
Mensen huilen, bidden, roepen Jouw naam. Gran Mèt, waar was Jij al die tijd?
Jij neemt de korn lambi van de
vrijheidsstrijder
Jij brengt gewonden naar het
veldhospitaal
dorstig, uitgehongerd dool Jij
in lompen
Machteloos goede God,
Onherkenbaar voorovergebogen
hang Jij hijgend
Jij slaapt op de kaaien tussen
tienduizenden in het hotel van de havelozen, de sterrenhemel.
Daar is Je hemel, Je kathedraal, zij zijn Jouw kwetsbare tedere tempel.
Gran Mèt, zo blijf Jij ons
nabij.
in alle gekruisigde slachtoffers
van rampen, Want zo leerde Jezus ons Jou kennen. Hij vertelde ons over Jouw droom:
een nieuwe hemel, nieuwe aarde, zonder heersers en slaven, rijken en armen, zonder honger en dorst samen rond Jouw wereldwijde feesttafel. In deze donkere tijden bidden wij: Hou Jezus’ droom levendig in Haïti.
Moge de korn lambi van zijn
verrijzenis
Moge het rouwende, lijdende volk
Zo bidden wij, Gran Mèt,
“in naam van de opstanding,
Wilfried Gepts Werkgroep Rechtvaardigheid, Vrede en Heelheid van de Schepping Scheut - 15 januari 2010
|
*****
*****
Uw reacties: Wat denkt u van deze getuigenissen? U kan mailen. Schrijf ons