Pater Kris VereeckeIn Memoriam Vereecke Kris 1

 

Geboren in Meulebeke op 15 januari 1936

Religieuze geloften op 8 september 1956

Priester gewijd op 6 augustus 1961

Missionaris in Congo en in België

Overleden in Torhout op 10 juli 2020

 

 

Pater Kris werd geboren op 15 januari van het jaar 1936, in Meulebeke, maar het gezin verhuisde naar Kuurne. Na zijn humaniorastudies aan het Sint-Amandscollege te Kortrijk trad hij binnen in het noviciaat van Scheut te Zuun, en legde hij zijn eerste geloften af op 8 september 1956. Dan volgden twee jaar filosofie in Scheut-Brussel en vier jaar theologie in Leuven. Na zijn derde jaar theologie werd hij priester gewijd op 6 augustus 1961.

In het jaar 1962 vierde onze Congregatie haar 100-jarig bestaan. Eén van de grote momenten was de eucharistieviering in de basiliek van Koekelberg. Kris stond hoog op een verhoog het koor van Scheutisten te dirigeren, met korte krachtige gebaren. Kenners zeiden achteraf: “Hij heeft dat goed gedaan!”

In oktober van datzelfde jaar vertrok hij naar zijn missie in Congo (Kinshasa). Het waren moeilijke tijden daar, die eerste jaren na de onafhankelijkheid. Kris had er zich vragen bij gesteld, maar was gegaan. Na vier maanden initiatie in Kinshasa, reisde hij door naar de streek van Gemena in Noord-Congo, die toen onder het bisdom Lisala ressorteerde, maar die vanaf 1964 deel uitmaakt van het nieuwe bisdom Budjala. Hij heeft er heel zijn missie¬leven doorgebracht en gewerkt op drie posten, in de begin-jaren als reis¬pater, daarna als missie-overste. En met een opmerkelijke regelmaat. Van 1963 tot 1973 was hij achtereenvolgens in Bobadi, Gbosasa en Takaya. Van 1974 tot 2000 in omgekeerde volgorde: Takaya, Gbosasa en Bobadi.

Kris had een talent voor muziek en dat bleef natuurlijk. Hij repeteerde met de catechumenen Lingala- en Ngbaka-liedjes. Hij leerde ondertussen de taal van de lokale bevolking, waarvan hij heel zijn leven heeft gehouden. En hij keek zijn ogen uit op de eindeloze savanne, die van Gbosasa waar hij woonde, wegliep tot hoog in de Centraal Afrikaanse Republiek. Zijn eigenlijke leven was begonnen. Hij werd ‘reispater’ zoals dat heette, terwijl hij helemaal niet graag reisde. Hij zag ertegenop: reizen in die zin dat hij dan met een Jeep de baan op moest. Er alleen maar aan denken, maakte hem soms zelfs ziek. Toch deed hij het, jarenlang. En elke keer schraapte hij zijn moed bijeen en ging op reis. Kris gaf catechese, vurig deed hij dat. Hij onderbrak zijn betogen en zong en de catechumenen - nog enthousiaster en luid - beaamden. Hij vond er plezier in, lachte erbij en iedereen werd er blij van. Kris en die moed om steeds weer op reis te gaan, waar hij tegenop zag, doet vragen: waarvandaan haal je telkens weer de motivatie.

Natuurlijk, hij had ja gezegd, ervoor gekozen, en voor de mensen daar. En hij hield van de taal, van de zeisels en vertellingen. Maar dáárvoor doe je dat nog niet, vooral daar, in die tijd en al die jaren, en met de vrees in je lijf voor die slechte wegen! Waar Kris het wél voor deed, daarvoor licht het evangelie dat we hoorden een tipje van de sluier op. Mattheüs, schrijft over de moeilijkheden rond Jezus en de voorspelling van Jesaja die in vervulling gaat. Want de dienaar Gods, aan wie Gods geest zal gegeven zijn, en waardoor hij sterk en toch zachtmoedig zijn moeilijke opdracht zal vervullen, ja Jezus is die man. Kris was vanuit zijn familie met nonkel Pater en Scheutist, André Vereecke, en vanuit de scouts in Kortrijk en na de jarenlange vorming tot missionaris, geboeid geraakt door Jezus van Nazareth. Die unieke persoon en gezondene is het, die teken blijft geven van Zijn aanwezigheid, in deemoed en zachtmoedigheid. Zeker, met een voorkeur, ook voor de mensen van “die verre dorpen”, waarheen steeds weer die verdomde reizen moesten worden ondernomen.

Jezus toonde met zijn leven hoezeer zwakheid, kracht en inspiratie kan worden. Die man in zwakheid geboren en in grote zwakheid gestorven is een uiterst menselijke Christus, iemand als wij. De weg van Hem, die omlaaggaat, is een weg die loopt tot hier, voor onze deur. Kris heeft dat blijkbaar gezien. Hij ging op reis. En vooral aangekomen, beleefde hij er veel deugd aan. In de liturgische vieringen, zoals wij allemaal, werd hij gedragen door het geloof van die zingende, dansende mensen, door de vreugde die ze zichtbaar aan hun geloof beleefden. Het torende boven het deel van hun leven uit, dat getekend blijft door zware lasten, die zij dragen, nog altijd: het sterven van te veel en te jonge kinderen, palabers, onder elkaar, plotse schimmel op de maniok, ziekte en waar ga je dan, of hoe betaal je dat, enzoverder, enzovoort.

Kris luisterde, zei wat, hij probeerde ook in te gaan op wat ze nodig hadden. Hij nam hier en daar een zieke mee naar het hospitaal. Spectaculair was dat allemaal niet. Het lag in de lijn van wat Emmanuel Levinas over de kleine goedheid schreef: “De kleine goedheid van het dagelijks leven die fragiel is en voorlopig. Ze is een goedheid zonder getuigen, in stilte voltrokken, bescheiden, zonder triomf. Ze is gratuit en juist daarom eeuwig.”

Kris bleef ermee bezig, ook als overste in Takaya en Bobadi. En ook nog toen hij erover begon te prakkezeren of het tijd werd om de missie daar aan de inlandse clerus over te laten. En om naar België terug te keren.

In het jaar 2000 – na in totaal 38 jaar in Congo – keerde pater Kris definitief terug naar de streek van zijn jeugd. Hij was toen 64 jaar. In het rusthuis Sint-Carolus in Kortrijk werd hij aalmoezenier. Hij was daar blij mee. Ook hier een opmerkelijke regelmaat: hij werkte er 19 jaar, de helft van de 38 jaar die hij in Congo had doorgebracht. En nee, hij liep bij de gemeenschap van Kortrijk de deur niet plat. Zijn flatje en het Woon- en Zorgcentrum werden zijn nieuwe thuis, waar hij mensen bezocht, samen met hen bad en liturgie vierde en woonde, en van waaruit hij ook graag wandelde door de stad.

Kris deed voort tot het niet meer ging. En dan aanvaardde hij een duwtje in de rug en kwam thuis in de Kortrijkse CICM-communauteit. Toen was hij 83 jaar oud. Hij heeft er deugd aan beleefd. Spijtig dat het niet kon duren. Eind april van dit jaar, nog geen drie maanden geleden, ging zijn gezondheid fel achteruit en ging de laatste reis voor verzorging naar onze Scheut-gemeenschap van Torhout. Misschien is er heel wat in hem omgegaan, hoewel die weg toch echt recht en zonder hindernissen is. Gissen heeft geen zin. Hij was gereed en attent met af en toe een glimlach tussendoor. Hij overleed rustig thuis bij ons in de morgen van 10 juli. Missen zullen we hem nog af en toe. De dappere man.

Heer, dat hij komen mag in uw oord van vrede. Dat Gij hem noemen zult bij zijn naam. In Uw oord van rust en vrede, doe Kris binnengaan. AMEN

Willy VANHAELEWYN en Werner LESAGE