Pater Petrus Sonnemans12 Sonnemans 2

 

Geboren in Deurne (Nederland) op 4 oktober 1937

Religieuze geloften op 8 september 1960

Priester gewijd op 1 augustus 1965

Missionaris in Congo en in België

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw op 24 augustus 2020

 

 

Vorige week schreef pater Jan Van Sande ons het volgende: “Zopas het overlijdensbericht van Tju ontvangen (…), de man van de zon. Een goede vriend van jaren ver en vooral ook voor jullie. Een kind aan huis. Een gitaarvader voor Bart, begenadigd kunstenaar en met hart en ziel tot zijn laatste krachten in Congo gebleven bij de mensen die hij liefhad.” Dit is in een notendop precies wie Pierre was: een zonnekind, een trouwe vriend, een man die graag thuiskwam bij familie en vrienden, een echte broer voor zijn mensen in Congo.

Muziek bracht ons samen. Op een bonte avond in de parochiezaal van Blauwput traden de paters van de Vlamingenstraat op, ook Pierre en Toon Coolen, met een vrolijk liedje over een muzikale ooievaar. Ik wou ook gitaar leren spelen en Pierre ging me dat leren. Het was het begin van een levenslange vriendschap. Want Pierre – of mag ik toch een keertje Tju zeggen, zo was hij immers toen bij de confraters en later in Congo gekend – Tju was trouw: trouw aan zijn familie, aan zijn confraters, zijn vrienden, maar vooral ook aan zijn roeping en aan zichzelf.

Hij was een zonnekind. Het leven lachte hem toe en dat vrolijke, opgewekte kleurde zijn dagen. Ik heb hem weinig of niet neerslachtig gezien. Natuurlijk had het leven voor hem zijn moeilijke kanten maar hij was een man van de zon. Een man met talenten: begenadigd kunstenaar, muzikant, gitarist, liedjesschrijver en schilder. Voor vele confraters kunstenaars werd het een dilemma. Ook voor Pierre. Wat komt op de eerste plaats? Hij had voor Jezus gekozen. Die Jezus was voor hem nooit iemand uit boeken en zwaarwichtige theologie. Jezus was zijn grote vriend, zijn voorbeeld en zijn broer. En Pierre bleef trouw. Muziek en kunst zouden voor altijd ondergeschikt zijn aan dat ene doel: aan mensen in Congo vertellen over die Blijde Boodschap van Liefde die alle leven toch een zonnige toekomst biedt, zelfs over de dood heen.

In Congo ontpopte Pierre zichzelf als een bruggenbouwer. Letterlijk. Hij heeft in zijn leven ontelbare bruggen hersteld of nieuw gebouwd. Op zijn Afrikaans, want hij voelde zich thuis tussen zijn mensen en wist zich naadloos aan te passen aan hun manier van zijn, van denken en van werken. Met materiaal dat lag te roesten in de brousse, met oude vrachtwagens, als het maar stevig genoeg was en paste. Hij deed het met veel succes, met veel hulp ook van het enthousiaste thuisfront. De bruggen van Pierre liepen niet zomaar naar de andere oever, ze liepen naar mensen. Ze maakten het voor vele mensen gemakkelijker om elkaar te ontmoeten. Die mensen hadden elk hun eigenheid, en dikwijls een eigen maar andere taal en cultuur. Mensen samenbrengen betekent ook culturele uitwisseling, openstaan voor elkaar, elkaar begrijpen en waarom ook niet: elkaars taal spreken. Tshikapa is een smeltkroes van culturen. Vier grote stammen leven er samen. Er worden meerdere talen gesproken. Waarom die talen niet spreken in de vieringen? Mensen begrijpen die talen toch onder elkaar? “Elke taal is een mens”, zegt de Koran. Eerbied voor elkaars taal hebben en die taal spreken is een vorm van bruggen bouwen. Het zijn bruggen tussen mensen. Ze lopen van hart tot hart: een klein Pinksterwonder. En kunst is daarbij een belangrijk hulpmiddel: mooie gewaden met prachtige Afrikaanse motieven van Pierres hand, eigentijdse muziek met eigentijdse bandjes. Het bracht zon in het leven van de mensen van Tshikapa: de Baluba, de Lulua, de Tshokwe en de Bampende. En het gaf Pierre een nieuwe naam. In de Bantoewereld heeft elke naam een betekenis. Je krijgt die niet zomaar. Toen Pierre de naam Wakudiba kreeg, was dit geen vertaling van zijn familienaam, het was een eretitel voor wie hij werkelijk was voor zijn mensen: een man als de zon, zuiver, eerlijk, warm, trouw. Nu was hij echt iemand van hen. Hij was hun broer.

De dag voor je laatste vertrek, Tju, was je bij ons thuis. We hadden een heel diepgaand gesprek en vroegen op het einde, toen we samen het voor en tegen lang hadden afgewogen: “Waarom vertrek je nog? Je hebt rust verdiend en je kan hier ook nog echt dienstbaar zijn?” Je antwoord was niet hoogdravend of belerend. Je sprak niet over roeping of levenskeuze, je zei gewoon, zoals je was: “Maar wie moet er dan aan mijn mensen over Jezus vertellen?”

Toen je onverwacht snel terugkwam naar Kessel-Lo, was de zon gesluierd. Je was verward. Je doolde meer en meer rond in je eigen voor ons wazige wereld. We zagen je toen bijna dagelijks. Nabijheid, samen stappen, werd een belangrijke vorm van communicatie. En daar vond je vreugde in. Als taal verstomt en woorden klanken worden, neemt tederheid over. Vrienden kwamen op bezoek, je familie, je trouwe zus Liesbet. We voelden je zachtjes wegglijden naar een land waarheen we je niet konden volgen. Zo ben je zachtjes van ons heengegaan.

Waya bimpe, Wakudiba! Het ga je goed, Pierre, Tju, lieve vriend. Kom veilig thuis bij je grote broer en vriend Jezus en dat je vreugde nu volkomen mag zijn.

Bart VAN THIELEN
(voor de gemeenschap van Zuun)