Pater Petrus Sonnemans12 Sonnemans 2

 

Geboren in Deurne (Nederland) op 4 oktober 1937

Religieuze geloften op 8 september 1960

Priester gewijd op 1 augustus 1965

Missionaris in Congo en in België

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw op 24 augustus 2020

 

 

Vorige week schreef pater Jan Van Sande ons het volgende: “Zopas het overlijdensbericht van Tju ontvangen (…), de man van de zon. Een goede vriend van jaren ver en vooral ook voor jullie. Een kind aan huis. Een gitaarvader voor Bart, begenadigd kunstenaar en met hart en ziel tot zijn laatste krachten in Congo gebleven bij de mensen die hij liefhad.” Dit is in een notendop precies wie Pierre was: een zonnekind, een trouwe vriend, een man die graag thuiskwam bij familie en vrienden, een echte broer voor zijn mensen in Congo.

Muziek bracht ons samen. Op een bonte avond in de parochiezaal van Blauwput traden de paters van de Vlamingenstraat op, ook Pierre en Toon Coolen, met een vrolijk liedje over een muzikale ooievaar. Ik wou ook gitaar leren spelen en Pierre ging me dat leren. Het was het begin van een levenslange vriendschap. Want Pierre – of mag ik toch een keertje Tju zeggen, zo was hij immers toen bij de confraters en later in Congo gekend – Tju was trouw: trouw aan zijn familie, aan zijn confraters, zijn vrienden, maar vooral ook aan zijn roeping en aan zichzelf.

Hij was een zonnekind. Het leven lachte hem toe en dat vrolijke, opgewekte kleurde zijn dagen. Ik heb hem weinig of niet neerslachtig gezien. Natuurlijk had het leven voor hem zijn moeilijke kanten maar hij was een man van de zon. Een man met talenten: begenadigd kunstenaar, muzikant, gitarist, liedjesschrijver en schilder. Voor vele confraters kunstenaars werd het een dilemma. Ook voor Pierre. Wat komt op de eerste plaats? Hij had voor Jezus gekozen. Die Jezus was voor hem nooit iemand uit boeken en zwaarwichtige theologie. Jezus was zijn grote vriend, zijn voorbeeld en zijn broer. En Pierre bleef trouw. Muziek en kunst zouden voor altijd ondergeschikt zijn aan dat ene doel: aan mensen in Congo vertellen over die Blijde Boodschap van Liefde die alle leven toch een zonnige toekomst biedt, zelfs over de dood heen.

In Congo ontpopte Pierre zichzelf als een bruggenbouwer. Letterlijk. Hij heeft in zijn leven ontelbare bruggen hersteld of nieuw gebouwd. Op zijn Afrikaans, want hij voelde zich thuis tussen zijn mensen en wist zich naadloos aan te passen aan hun manier van zijn, van denken en van werken. Met materiaal dat lag te roesten in de brousse, met oude vrachtwagens, als het maar stevig genoeg was en paste. Hij deed het met veel succes, met veel hulp ook van het enthousiaste thuisfront. De bruggen van Pierre liepen niet zomaar naar de andere oever, ze liepen naar mensen. Ze maakten het voor vele mensen gemakkelijker om elkaar te ontmoeten. Die mensen hadden elk hun eigenheid, en dikwijls een eigen maar andere taal en cultuur. Mensen samenbrengen betekent ook culturele uitwisseling, openstaan voor elkaar, elkaar begrijpen en waarom ook niet: elkaars taal spreken. Tshikapa is een smeltkroes van culturen. Vier grote stammen leven er samen. Er worden meerdere talen gesproken. Waarom die talen niet spreken in de vieringen? Mensen begrijpen die talen toch onder elkaar? “Elke taal is een mens”, zegt de Koran. Eerbied voor elkaars taal hebben en die taal spreken is een vorm van bruggen bouwen. Het zijn bruggen tussen mensen. Ze lopen van hart tot hart: een klein Pinksterwonder. En kunst is daarbij een belangrijk hulpmiddel: mooie gewaden met prachtige Afrikaanse motieven van Pierres hand, eigentijdse muziek met eigentijdse bandjes. Het bracht zon in het leven van de mensen van Tshikapa: de Baluba, de Lulua, de Tshokwe en de Bampende. En het gaf Pierre een nieuwe naam. In de Bantoewereld heeft elke naam een betekenis. Je krijgt die niet zomaar. Toen Pierre de naam Wakudiba kreeg, was dit geen vertaling van zijn familienaam, het was een eretitel voor wie hij werkelijk was voor zijn mensen: een man als de zon, zuiver, eerlijk, warm, trouw. Nu was hij echt iemand van hen. Hij was hun broer.

De dag voor je laatste vertrek, Tju, was je bij ons thuis. We hadden een heel diepgaand gesprek en vroegen op het einde, toen we samen het voor en tegen lang hadden afgewogen: “Waarom vertrek je nog? Je hebt rust verdiend en je kan hier ook nog echt dienstbaar zijn?” Je antwoord was niet hoogdravend of belerend. Je sprak niet over roeping of levenskeuze, je zei gewoon, zoals je was: “Maar wie moet er dan aan mijn mensen over Jezus vertellen?”

Toen je onverwacht snel terugkwam naar Kessel-Lo, was de zon gesluierd. Je was verward. Je doolde meer en meer rond in je eigen voor ons wazige wereld. We zagen je toen bijna dagelijks. Nabijheid, samen stappen, werd een belangrijke vorm van communicatie. En daar vond je vreugde in. Als taal verstomt en woorden klanken worden, neemt tederheid over. Vrienden kwamen op bezoek, je familie, je trouwe zus Liesbet. We voelden je zachtjes wegglijden naar een land waarheen we je niet konden volgen. Zo ben je zachtjes van ons heengegaan.

Waya bimpe, Wakudiba! Het ga je goed, Pierre, Tju, lieve vriend. Kom veilig thuis bij je grote broer en vriend Jezus en dat je vreugde nu volkomen mag zijn.

Bart VAN THIELEN
(voor de gemeenschap van Zuun)

 

 

 

Pater Kris VereeckeIn Memoriam Vereecke Kris 1

 

Geboren in Meulebeke op 15 januari 1936

Religieuze geloften op 8 september 1956

Priester gewijd op 6 augustus 1961

Missionaris in Congo en in België

Overleden in Torhout op 10 juli 2020

 

 

Pater Kris werd geboren op 15 januari van het jaar 1936, in Meulebeke, maar het gezin verhuisde naar Kuurne. Na zijn humaniorastudies aan het Sint-Amandscollege te Kortrijk trad hij binnen in het noviciaat van Scheut te Zuun, en legde hij zijn eerste geloften af op 8 september 1956. Dan volgden twee jaar filosofie in Scheut-Brussel en vier jaar theologie in Leuven. Na zijn derde jaar theologie werd hij priester gewijd op 6 augustus 1961.

In het jaar 1962 vierde onze Congregatie haar 100-jarig bestaan. Eén van de grote momenten was de eucharistieviering in de basiliek van Koekelberg. Kris stond hoog op een verhoog het koor van Scheutisten te dirigeren, met korte krachtige gebaren. Kenners zeiden achteraf: “Hij heeft dat goed gedaan!”

In oktober van datzelfde jaar vertrok hij naar zijn missie in Congo (Kinshasa). Het waren moeilijke tijden daar, die eerste jaren na de onafhankelijkheid. Kris had er zich vragen bij gesteld, maar was gegaan. Na vier maanden initiatie in Kinshasa, reisde hij door naar de streek van Gemena in Noord-Congo, die toen onder het bisdom Lisala ressorteerde, maar die vanaf 1964 deel uitmaakt van het nieuwe bisdom Budjala. Hij heeft er heel zijn missie¬leven doorgebracht en gewerkt op drie posten, in de begin-jaren als reis¬pater, daarna als missie-overste. En met een opmerkelijke regelmaat. Van 1963 tot 1973 was hij achtereenvolgens in Bobadi, Gbosasa en Takaya. Van 1974 tot 2000 in omgekeerde volgorde: Takaya, Gbosasa en Bobadi.

Kris had een talent voor muziek en dat bleef natuurlijk. Hij repeteerde met de catechumenen Lingala- en Ngbaka-liedjes. Hij leerde ondertussen de taal van de lokale bevolking, waarvan hij heel zijn leven heeft gehouden. En hij keek zijn ogen uit op de eindeloze savanne, die van Gbosasa waar hij woonde, wegliep tot hoog in de Centraal Afrikaanse Republiek. Zijn eigenlijke leven was begonnen. Hij werd ‘reispater’ zoals dat heette, terwijl hij helemaal niet graag reisde. Hij zag ertegenop: reizen in die zin dat hij dan met een Jeep de baan op moest. Er alleen maar aan denken, maakte hem soms zelfs ziek. Toch deed hij het, jarenlang. En elke keer schraapte hij zijn moed bijeen en ging op reis. Kris gaf catechese, vurig deed hij dat. Hij onderbrak zijn betogen en zong en de catechumenen - nog enthousiaster en luid - beaamden. Hij vond er plezier in, lachte erbij en iedereen werd er blij van. Kris en die moed om steeds weer op reis te gaan, waar hij tegenop zag, doet vragen: waarvandaan haal je telkens weer de motivatie.

Natuurlijk, hij had ja gezegd, ervoor gekozen, en voor de mensen daar. En hij hield van de taal, van de zeisels en vertellingen. Maar dáárvoor doe je dat nog niet, vooral daar, in die tijd en al die jaren, en met de vrees in je lijf voor die slechte wegen! Waar Kris het wél voor deed, daarvoor licht het evangelie dat we hoorden een tipje van de sluier op. Mattheüs, schrijft over de moeilijkheden rond Jezus en de voorspelling van Jesaja die in vervulling gaat. Want de dienaar Gods, aan wie Gods geest zal gegeven zijn, en waardoor hij sterk en toch zachtmoedig zijn moeilijke opdracht zal vervullen, ja Jezus is die man. Kris was vanuit zijn familie met nonkel Pater en Scheutist, André Vereecke, en vanuit de scouts in Kortrijk en na de jarenlange vorming tot missionaris, geboeid geraakt door Jezus van Nazareth. Die unieke persoon en gezondene is het, die teken blijft geven van Zijn aanwezigheid, in deemoed en zachtmoedigheid. Zeker, met een voorkeur, ook voor de mensen van “die verre dorpen”, waarheen steeds weer die verdomde reizen moesten worden ondernomen.

Jezus toonde met zijn leven hoezeer zwakheid, kracht en inspiratie kan worden. Die man in zwakheid geboren en in grote zwakheid gestorven is een uiterst menselijke Christus, iemand als wij. De weg van Hem, die omlaaggaat, is een weg die loopt tot hier, voor onze deur. Kris heeft dat blijkbaar gezien. Hij ging op reis. En vooral aangekomen, beleefde hij er veel deugd aan. In de liturgische vieringen, zoals wij allemaal, werd hij gedragen door het geloof van die zingende, dansende mensen, door de vreugde die ze zichtbaar aan hun geloof beleefden. Het torende boven het deel van hun leven uit, dat getekend blijft door zware lasten, die zij dragen, nog altijd: het sterven van te veel en te jonge kinderen, palabers, onder elkaar, plotse schimmel op de maniok, ziekte en waar ga je dan, of hoe betaal je dat, enzoverder, enzovoort.

Kris luisterde, zei wat, hij probeerde ook in te gaan op wat ze nodig hadden. Hij nam hier en daar een zieke mee naar het hospitaal. Spectaculair was dat allemaal niet. Het lag in de lijn van wat Emmanuel Levinas over de kleine goedheid schreef: “De kleine goedheid van het dagelijks leven die fragiel is en voorlopig. Ze is een goedheid zonder getuigen, in stilte voltrokken, bescheiden, zonder triomf. Ze is gratuit en juist daarom eeuwig.”

Kris bleef ermee bezig, ook als overste in Takaya en Bobadi. En ook nog toen hij erover begon te prakkezeren of het tijd werd om de missie daar aan de inlandse clerus over te laten. En om naar België terug te keren.

In het jaar 2000 – na in totaal 38 jaar in Congo – keerde pater Kris definitief terug naar de streek van zijn jeugd. Hij was toen 64 jaar. In het rusthuis Sint-Carolus in Kortrijk werd hij aalmoezenier. Hij was daar blij mee. Ook hier een opmerkelijke regelmaat: hij werkte er 19 jaar, de helft van de 38 jaar die hij in Congo had doorgebracht. En nee, hij liep bij de gemeenschap van Kortrijk de deur niet plat. Zijn flatje en het Woon- en Zorgcentrum werden zijn nieuwe thuis, waar hij mensen bezocht, samen met hen bad en liturgie vierde en woonde, en van waaruit hij ook graag wandelde door de stad.

Kris deed voort tot het niet meer ging. En dan aanvaardde hij een duwtje in de rug en kwam thuis in de Kortrijkse CICM-communauteit. Toen was hij 83 jaar oud. Hij heeft er deugd aan beleefd. Spijtig dat het niet kon duren. Eind april van dit jaar, nog geen drie maanden geleden, ging zijn gezondheid fel achteruit en ging de laatste reis voor verzorging naar onze Scheut-gemeenschap van Torhout. Misschien is er heel wat in hem omgegaan, hoewel die weg toch echt recht en zonder hindernissen is. Gissen heeft geen zin. Hij was gereed en attent met af en toe een glimlach tussendoor. Hij overleed rustig thuis bij ons in de morgen van 10 juli. Missen zullen we hem nog af en toe. De dappere man.

Heer, dat hij komen mag in uw oord van vrede. Dat Gij hem noemen zult bij zijn naam. In Uw oord van rust en vrede, doe Kris binnengaan. AMEN

Willy VANHAELEWYN en Werner LESAGE

 

 

 

Pater Louis (Guilielmus) Rymen

 

Geboren in Lier op 28 mei 1934Rymen Louis Guilielmus

Religieuze geloften op 8 september 1954

Priester gewijd op 7 augustus 1960

Missionaris in Congo (Kinshasa), Brazilië en in België

Na zijn studies journalistiek in Rijsel werkte hij

zes jaar voor het missietijdschrift Wereldwijd
en drie jaar voor de BRT-uitzendingen.

Daarna kwam hij naar Schilde en in 2019 naar Zuun,
waar hij overleed op 11 mei 2020

 

Louis groeide op in een mooi gezin in Grobbendonk. Een jongere broer werd Karmeliet en een zus ging naar de Zusters van Vorselaar, nu missionaris in Venezuela. Hij wilde missionaris worden en ging binnen in Scheut.

Na zes jaar pastoraal in Kinshasa werd hij gevraagd om journalistiek te studeren in Rijsel. Hij had de nodige talenten daarvoor en had al veel korte verhalen of kronieken geschreven, en dat is typerend gebleven voor heel zijn leven.
Als journalist begon hij voor het missietijdschrift Wereldwijd. Hij deed dat met een visie: wereldwijd leven en denken, de missie opentrekken naar het concrete leven van de mensen, vooral dan van de armen. Dat viel niet altijd in de smaak van vele klassieke lezers van het missietijdschrift en er kwam veel kritiek van alle kanten. Louis heeft heel die evolutie meegemaakt (en deels “veroorzaakt”). Maar hij deed het met overtuiging en evangelische bewogenheid. Gedurende drie jaar verzorgde hij de godsdienstige uitzendingen voor de BRT, en ook daar getuigde hij naast vakmanschap van dezelfde vernieuwde visie.

Het bleef niet bij mooie woorden en ideeën. Gedurende 33 jaar zal hij dat waarmaken in Brazilië, in de bisdommen Itaguai en Maraba, tussen zijn mensen, tussen de meest verlatenen. In 1979 arriveerde hij daar. Niet alleen prediken maar mensen bewustmaken, doen leven en ademen.
Gedurende een bepaalde periode deed Louis een zeer interessant werk, van hetgeen wij kunnen heten de klassieke missies in de dorpen. Hij deed dat graag, zo tussen de gewone eenvoudige mensen. Dat is zeker een van de pastorale activiteiten waarin Louis zich zeer goed en nuttig voelde. Het was een zeer enthousiaste periode in zijn missionarisleven. Hij ontpopte zich als een enthousiaste predikant die de mensen kon boeien.

In de pastoraal zocht hij altijd naar aanpassing, vernieuwing en verbetering doch steeds samen met zijn mensen. Bekommerd om de vorming van de leken en hun verantwoordelijkheid in de Kerk en de Gemeenschap, hield hij veel vormingscursussen. Daar had hij ook veel aanleg voor. Hij deed dat op een eenvoudige volkse manier vanuit de gebeurtenissen uit het dagelijkse leven. Ja, Louis was een gewaardeerd predikant en causeur.

Als journalist had hij de kunst om boeiend te schrijven. Dat zien wij in een reeks histories uit de dierenwereld, verhalen over zijn geboortedorp Grobbendonk en over de oorlogsjaren in de Kempen. Hij was ook een goed fotograaf en hield van foto’s om zijn werken te illustreren.

In 1991 werd Louis provinciaal overste van de confraters in Brazilië en ging hij in het provinciaal huis in Nova Iguaçu wonen. Misschien was dit de moeilijkste periode voor Louis, maar toch deed hij dat werk met veel ijver en toeleg. Hij was zeer gelukkig als hij met confraters kon vergaderen, maar ook gezellig samen zijn met een pint of een borrel. Hij had ook een belangrijke rol in de begeleiding van postulanten met wie hij samenleefde in de parochie.
Louis had ook moeilijke momenten in zijn leven, maar hij stond er nooit alleen voor. Samen met confraters en veel van zijn vrienden zocht hij naar een oplossing. In 2012 kwam hij op rust in Schilde en daar probeerde hij zich nog nuttig te maken op veel domeinen. De rust en innerlijke vrede die hij vooral de laatste jaren zo intens zocht, heeft hij nu gevonden bij de Heer. Louis, dank voor je mooi getuigenis van Gods liefde voor de mensen.

Cyriel STUELENS

 

 

 

Pater Jozef VandenhoutVandenhout Jozef

 

Geboren in Turnhout op 21 november 1931

Religieuze geloften op 8 september 1953

Priester gewijd op 3 augustus 1958

Missionaris in Congo (Kasaï), Duitsland en in België

Overleden in Torhout op 11 mei 2020

 

 

Pater Jef, zoals we hem noemden, werd geboren in Turnhout op 21 november 1931. Hij groeide op in het gezin als de oudste van drie broers en drie zussen. Na zijn humaniorastudies deed hij zijn intrede in het noviciaat van Scheut, en legde hij zijn eerste geloften af op 8 september 1953. Hij studeerde filosofie in Néchin en in Scheut, en theo¬logie in Kessel-lo en in Leuven. Tijdens de studies was hij al gekend als een goed tekenaar. Soms noemde men hem Nico in plaats van Jef, omdat er toen een confrater en naamgenoot was die zich in de tekenkunst had onderscheiden.

Op 3 augustus 1958 werd Jef priester gewijd. Het jaar daarop vertrok hij naar Congo, naar het bisdom Luluaburg, in de Kasaï regio. Hij heeft er in totaal 15 jaar geleefd en gewerkt als reispater in vier missieposten, als leraar aan het kleinseminarie van Kabwe en als pastoor in Tshibala. Jef was een graag geziene figuur, bij de mensen en ook als confrater.

In 1975 liet pater Gerard Bulcke, die toen provinciaal was, aan zijn mannen weten dat de inlandse clerus van Kananga zich niet goed voelde omwille van het groot aantal Europese priesters, en dat degenen die het over hun hart konden krijgen een ander missiegebied mochten aanvragen. Jef zou in de loop van datzelfde jaar op verlof gaan, en hij stelde zich kandidaat om naar Latijns-Amerika te vertrekken.

Tijdens zijn verlof ging Jef een oud-confrater vervangen die als legeraalmoezenier werkzaam was in de kazerne van Westhoven bij Keulen. Hij bleef er drie jaar “hangen” zoals Jef zelf zei, en hij bereidde zich al voor op een verder apostolaat in het leger, toen hij in 1978 naar Scheut werd geroepen om er econoom van het huis te worden. Deze functie heeft hij gedurende drie jaar plichtsbewust vervuld. Tijdens zijn mandaat heeft hij het Chinees Museum ontworpen en de fotogalerij uitgebouwd.

In 1981 werd hij aalmoezenier, en vanaf 1986 hoofdaalmoezenier bij de rijkswacht, gestationeerd in Brussel. Hij bleef die opdracht heel graag doen tot hij op pensioen werd gesteld, eind 1996. Tijdens de laatste vier jaar van zijn loopbaan was hij ook administrator van de parochie van Hakendover, bij Tienen. Onder zijn impuls werden een oude devotie en traditie die in onbruik waren geraakt, de paardenwijding en -processie, terug nieuw leven ingeblazen. In 1997 – hij was toen 65 jaar geworden – ging Jef op pensioen en vestigde hij zich in Diksmuide, waar de parochiale werkers van het decanaat Diksmuide-Veurne altijd een beroep op hem mochten doen.

Kort samengevat: 15 jaar in Congo, 15 jaar bij de rijkswacht en 20 jaar nog genieten van zijn pensioen. In augustus 2017 verhuisde hij dan naar de gemeenschap van Torhout voor verzorging, en werd er pater Jef, Jef, of Jefke genoemd. Hij werd er met de beste zorg omringd, maar het werd voor hem een leven in een rolstoel. De laatste maanden kon hij nog moeilijk eten of drinken. Hij overleed heel zachtjes in de vroege morgen van maandag 11 mei 2020.

Op vraag van zijn broer en zus, die nog in Turnhout wonen, werd de uitvaart met eucharistieviering gehouden op vrijdag 15 mei in de gemeenschap van Schilde, voorgegaan door rector Luc Colla. De urne werd bijgezet op onze begraafplaats van Schilde. De confraters van Torhout hielden in de vooravond een wake bij hen thuis, en namen op die manier afscheid van een eerlijk en minzaam man.

Werner LESAGE

 

 

 

Pater Gerard van Beersvan Beers Gerard

 

Geboren in Vught (NL) op 14 december 1927

Religieuze geloften op 8 september 1948

Priester gewijd op 2 augustus 1953

Missionaris in Nederland

Overleden in Breda (NL) op 16 april 2020

 

Gerard van Beers werd geboren en groeide op in Vught, waar zijn vader koster was in de “grote” kerk aldaar. Zoals Gerard graag en vaak vertelde werd de pasgeboren Gerard door zijn vader in een handkorf naar de kerk gebracht (zoals het rieten mandje van Mozes), en kreeg hij bij zijn doopsel de naam van Gerard waarmee hij door het leven ging en waarmee wij hem gekend hebben.

Al op jeugdige leeftijd mocht Gerard zijn vader meehelpen in de kerk, en zo groeide in hem het verlangen om priester te worden. Zijn heeroom bij de Norbertijnen had hem graag in die richting gestuurd maar Gerard ging liever naar Sparrendaal. Missionaris worden werd zijn levensdoel.

Na zijn studie en wijding vertrokken de meeste van zijn klasgenoten naar de missie, maar Gerard kreeg de benoeming als studiebegeleider op het missiecollege. Die taak heeft hij enkele jaren met veel enthousiasme vervuld. Hij zorgde voor het koor, was leider bij de scouting en gaf les in handenarbeid. Toen echter het college staatserkenning kreeg, konden alleen gediplomeerde leraren lesgeven en pasten zijn activiteiten niet in het curriculum. Tijd om naar de missie te vertrekken. Bij zijn keuring kreeg hij echter negatief advies en werd hij, zoals hij het zelf uitdrukte, niet “tropenbestendig” verklaard. Naar de missie vertrekken was dus geen optie. Gelukkig waren de broeders van Dongen op zoek naar een leraar en geestelijke begeleider voor hun scholen voor geestelijk gehandicapte kinderen. Gerard ging daar met veel enthousiasme aan de slag. In deze hoedanigheid heeft Gerard prachtig werk verricht.

Gerard vertelde ook graag over zijn ontelbare pelgrimstochten naar Lourdes. Daaraan was vaak ook een bezoek verbonden aan Nevers, waar Bernadette heeft geleefd en gestorven is. Daar had Gerard eigenlijk nog meer mee dan met Lourdes zelf. Gerard is dan ook overleden op 16 april, feest van de Zalige Bernadette van Lourdes.

Vijf jaar geleden ging hij in Teteringen op rust. Dat was wel op tijd want zijn geheugen begon hem in de steek te laten. Op zijn fietstochten in de omgeving van Teteringen raakte hij wel eens de weg kwijt. Maar er waren altijd confraters of vriendelijke mensen die hem weer veilig bij ons thuisbrachten. Gerard was een lieve man die verder niemand last bezorgde. Hij genoot van de aandacht en de liefdevolle zorg van de confraters en het personeel.

Onze quarantaine vanwege COVID-19 is voor Gerard echter te veel geweest. Hij raakte geheel verward en kreeg tot overmaat van ramp ook nog een beroerte, waardoor hij herhaaldelijk kwam te vallen. Op 16 april is hij rustig overleden in het Amphia ziekenhuis te Breda.

Moge hij in vrede rusten.

Joep VAN GAALEN

 

 

 

Pater Henri DebruyneDebruyne Henri

 

Geboren in Veurne op 14 januari 1945

Religieuze geloften op 8 september 1965

Priester gewijd op 13 februari 1971

Missionaris in Congo, Kameroen, Rome en in België

Overleden in Brussel op 9 april 2020

 

Ik ken Henri al meer dan vijftig jaar. En gedurende die vijftig jaar hebben onze wegen elkaar verschillende keren gekruist, tot twaalf dagen geleden toen ik hem naar de Sint-Jan kliniek voerde voor zijn laatste reis. Toen we aan de coronavirustriage aankwamen, was zijn toestand eerder kritiek. De verpleegsters hebben er onmiddellijk een brancard bijgehaald. Toen ze hem wegvoerden, heeft hij nog eventjes met zijn hand gewuifd. Zo heeft hij afscheid van ons genomen.

J’ai rencontré Henri pour la première fois en 1967 à Jambes. Nous avons fait ensemble la théologie au grand Séminaire de Namur. Dès le début, il s’est révélé à nous comme quelqu’un qui savait tirer le meilleur profit de ses talents comme de ses limitations. En effet, suite à une opération au pied, il n’a jamais pratiqué de sport ni d’exercice physique et est resté toute sa vie plutôt sédentaire, mais cela ne l’a pas empêché de mettre ses talents au service de la mission, surtout dans l’enseignement biblique, le secrétariat et l’administration financière.

Henri was een zeer getalenteerd confrater, begaafd voor talen en met een scherpe zin voor precisie en perfectie. Zijn synthesevermogen, zijn zin voor orde en zijn methodische geest, ook zijn discretie hebben veel dienst bewezen in zijn verschillende functies. Met zijn uitgesproken karakter wist hij duidelijk zijn mening te kennen te geven, en liet hij het blijken als hij niet akkoord was of iets hem dwarszat. Maar onder de soms wat ruwe schors zat een zeer gevoelig hart dat steeds bereid was voor alles wat men hem vroeg.

Au séminaire, Henri nous intriguait, car il ne prenait presque pas de notes; souvent il s’occupait de tout autre chose pendant les cours, ce qui ne l’empêchait pas de suivre attentivement ce qui se disait et de réussir sans problème. Nous avions surtout de bons professeurs d’exégèse qu’Henri appréciait particulièrement: le Chanoine Marcel Didier, nos confrères Paul Van Parijs et André Boudart. C’étaient de loin les meilleurs cours. Nul doute que son intérêt pour l’Écriture Sainte s’est éveillé pendant ces années de séminaire. Car la Parole de Dieu deviendra le fil rouge de sa vie.

Henri m’a deux fois agréablement surpris. Une première fois c’était à Jambes. Je travaillais alors comme étudiant pendant les vacances dans un hôtel à la côte. Les patrons m’avaient demandé si je pouvais trouver parmi mes connaissances quelqu’un pour un job à l’hôtel. Je l’ai proposé à Henri sans trop y croire, et à ma grande surprise, il a accepté et m’a rejoint. Ce n’était pas tellement son genre, mais j’ai alors compris qu’il était prêt à sortir des sentiers battus et relever des défis inconnus.

La deuxième fois, ce fut en 1994. À Rome nous étions à la recherche d’un candidat économe général. J’ai aussitôt pensé à Henri, bien que ce ne fût pas évident. Il avait étudié l’exégèse et donnait cours à Ngoya. Il aimait enseigner et ses cours étaient appréciés de ses étudiants. Mais j’étais convaincu qu’il était le meilleur candidat et je lui ai proposé cette tâche; je m’attendais à de la résistance, à des objections. À ma grande surprise, Henri a accepté sans hésiter. Qui aurait pu croire qu’exégèse et finances faisaient bon ménage?

Zo kwam er in 1994 een totaal onverwachte wending in zijn leven: van professor van Heilige Schrift wordt hij algemeen econoom, een functie die hij gedurende twaalf jaar met grote bekwaamheid uitoefent. Zijn talenkennis, zijn methodische geest en zijn deelname aan talrijke financiële commissies hadden hem daar goed op voorbereid. Hier ook kon men op zijn discretie rekenen.

Na dit mandaat wordt hij opnieuw professor van exegese, nu in Kameroen en de Filipijnen. Vervolgens gaat hij opnieuw naar Rome, als rector van het Missionair College.

De laatste jaren, wanneer ernstige gezondheidsproblemen zijn mobiliteit beperken, bewijst hij verder dienst vanuit de schaduw van zijn kantoor. Met zijn aangeboren zin voor precisie, nog aangescherpt door zijn exegetische studies, vertaalt en verbetert hij voortdurend allerhande teksten. Maar we konden ook altijd van zijn inleidingswoorden en homelies genieten in de dagelijkse en zondagsmissen. Zijn commentaren waren altijd gebaseerd op een levende kennis van de Heilige Schrift.

Overal waar hij kwam, liet hij de herinnering na aan een confrater op wie men altijd kon rekenen voor goed uitgevoerde opdrachten. Hij heeft zich ten dienste gesteld waar het nodig was. Men kon ook op zijn discretie rekenen. Hij was steeds bezorgd dat alles wat hij deed goed gedaan was, zonder daarover te stoefen. In andere woorden wat men van een goede en trouwe Scheutist kan verwachten.

Jacques THOMAS

 

 

Pater Peter Jacobus ClijstersClijsters Peter Jacobus

 

Geboren in Stramproy (NL) op 25 juni 1936

Religieuze geloften op 8 september 1957

Priester gewijd op 22 juli 1962

Missionaris in Brazilië, België, Engeland, Rome en in Nederland

Overleden in Teteringen (NL) op 7 april 2020

 

Met het onverwachte overlijden van Jaak Clijsters is de pelgrimstocht van een trouwe Scheutist en goede confrater tot voltooiing gekomen.

Jaak was een van de vele jongens uit Stramproy die naar Sparrendaal kwamen om bij de paters Scheut te beginnen aan hun priesteropleiding.

Ik heb Jaak 6 jaar als klasgenoot gekend. Hij was een ijverige student en een verwoede voetballer. Voordat Jaak in het noviciaat van Scheut in Nijmegen binnenging, mocht hij eerst nog bij zijn familie op vakantie en op bezoek gaan in Brazilië. Die waren daarheen geëmigreerd. Na zijn studie filosofie in Nijmegen kreeg Jaak een benoeming voor Rome, om daar theologie te gaan studeren.

Samen met zijn Nederlandse klasgenoten werd hij op 22 juli 1962 door bisschop Beckers in Vught tot priester gewijd. Na het behalen van zijn licentiaat dogma werd Jaak benoemd tot professor theologie voor de studenten in ons huis van Leuven. Jaak was een man van weinig woorden, en het lesgeven ging hem dus niet zo goed af. Gelukkig mocht hij spoedig naar een van onze missies in Nova Iguaçu (Brazilië) vertrekken. Na een paar jaar wat ervaring opgedaan te hebben als kapelaan, werd hij al spoedig pastoor benoemd. Terug in Europa voor zijn eerste verlof zocht hij echter een ander werkterrein, en was hij onderpastoor in Sint-Job-in-‘t-Goor en daarna in onze parochie in Londen. Ook de Congregatie kon een beroep op hem doen, en zo maakte hij zich nuttig in ons studiehuis in Rome. Maar Brazilië bleef trekken en na een aantal jaren onderbreking vertrok Jaak weer naar Brazilië, zijn eerste liefde. De daaropvolgende jaren zullen wel de gelukkigste jaren van zijn missieleven geweest zijn. Hij heeft daar met hart en ziel, en in verschillende parochies met veel voldoening gewerkt. Toen echter de tijd aanbrak om zijn missiewerk aan de volgende generatie priesters door te geven, kwam Jaak naar ons rusthuis van Schilde om van een rustige oude dag te genieten. Maar Jaak had weinig rust en bleef zoeken naar een plaats waar hij zich dienstbaar kon maken. Vooral bij de zusters Benedictinessen van de altijddurende aanbidding in Tegelen deed hij vaak dienst en voelde hij zich thuis. De laatste jaren woonde hij bij de Nederlandse Scheutisten in Teteringen. Daar viel hij op door zijn sobere levensstijl. Zijn gezondheid liet de laatste tijd te wensen over maar daarover hoorde je hem nooit klagen. Het leven van de mens is een pelgrimstocht. Wij hebben immers geen vaste verblijfplaats in deze wereld. We zijn hier slechts op doortocht naar onze eindbestemming. Zo was ook het leven van Jaak. Moge die nu zijn aangekomen op zijn eindbestemming, thuisgekomen bij God die hij heel zijn leven zo trouw gediend heeft.

En moge hij daar rust en vrede vinden.

Joep VAN GAALEN

 

 

 

 

Pater Gustaaf RasschaertRasschaert Gustaaf

 

Geboren in Wichelen op 9 augustus 1923

Religieuze geloften op 8 september 1943

Priester gewijd op 1 augustus 1948

Missionaris in Noord Congo van 1949 tot 1988
van 1988 tot 1994 in de gemeenschap van Zuun en
van 1994 tot 2015 in de gemeenschap van Kessel-Lo

Daarna opnieuw in de gemeenschap van Zuun waar hij overleed op 22 maart 2020

 

Wij zijn hem dankbaar voor wie hij voor velen is geweest.

Pater Gustaaf had een innerlijke charme die mensen aantrok en die vertrouwen uitstraalde. Ongekunstelde goedheid en bescheidenheid brachten hem dicht bij de mensen. Vanaf zijn jeugd had hij aandacht voor de mensen in de missies, en na zijn middelbare studies in Dendermonde nam hij de beslissing. Die was niet zo vanzelfsprekend omdat de beenhouwerij van zijn vader ook een grote uitdaging was.

Hij was een gelukkig en ijverig missionaris in Noord Congo, gedurende ruim veertig jaar, op de missieposten Bokonzi en Libanda. Ver van alle steden of belangrijke centra, in een moerassig gebied met veel riviertjes en beken, daar kon hij missionaris zijn voor de meest armen in de afgelegen dorpen. Te voet, per fiets of met de prauw bereikte hij zijn mensen. Hij had aandacht voor de taal en de cultuur. ‘Als ik de liefde niet heb, ben ik niets’, schreef Paulus aan de Korintiërs. Dat was ook zijn leuze. Hij was bekommerd om de leerlingen van de school en de catechumenen, en zo ontpopte hij zich tot een geoefend jager, uit noodzaak. De kinderen hebben proteïne nodig en de zondagnamiddag is sowieso een vrij moment. Na het middagmaal het woud in dus, want de jongens vinden antilopenvlees echt lekker.

Hij zag zijn mensen graag. Vandaar dat hij nog de laatste jaren van zijn leven met smaak kon vertellen over zijn belevenissen in de dorpen en tijdens de jacht. Altijd met veel humor en met een brede glimlach. Dan ging hij rechtop in zijn zetel zitten en begonnen zijn vinnige oogjes te twinkelen. Tot enkele dagen voor zijn dood vond hij nog wat inspiratie om korte gedichten op rijm te zetten. Zelfs op moeilijke momenten kon hij de glimlach bewaren. Hij had ook altijd veel aandacht voor de gemeenschap van de confraters zowel in Congo als in Kessel-Lo en Zuun.

Zijn hart bleef in Congo maar hij moest terugkeren naar België. Vanaf 1989 bleef hij in de gemeenschap van Zuun zich inzetten voor de parochies in de buurt. Later in Kessel-Lo werd hij de “broussepater van het basiliekske” een kapel in de buurt van ons huis waar de weekendvieringen doorgingen. Bijna heel de week was hij bezig met de homilie en contacten met de parochianen. Daar groeide een gemeenschap die een heel goede band had met pater Gustaaf en sommigen van hen zijn met hem verbonden gebleven.

Overal waar pater Gustaaf werkte, maakte hij elke dag tijd vrij voor stilte en gebed. Moeder Maria, in haar eenvoudige dienstbaarheid, speelde een grote rol in zijn leven. Iedere dag bad hij trouw zijn rozenhoedje ook dikwijls op zijn eentje. Hij was een man van gebed. Hij had een goede band met zijn familie en zijn vele vrienden.

Pater Gustaaf is terug thuis, de plaats waarvoor hij altijd geleefd en gewerkt heeft.
Door zijn leven heeft God zijn liefde voor de mensen zichtbaar gemaakt. Daarvoor zijn wij Hem dankbaar.

Cyriel STULENS