De geschiedenis van het Missiehuis van Scheut in Schilde

 DSC 1379

 

VAN SANATORIUM NAAR MISSIEHUIS

Het Missiehuis van Schilde heeft een lange geschiedenis die een periode van meer dan honderd jaar overspant. Het begon als een sanatorium voor zieke confraters. Zoals de Constituties van de Congregatie vragen heeft Scheut steeds zijn zieke en oudere confraters met goede zorgen omringd.

1910 Koop van een perceel in de KempenDSC 1367

Toen het aantal leden van de Congregatie nog niet zo groot was en de meeste leden in de missies verbleven werden de zieke en oudere confraters opgevangen en verzorgd in het “moederhuis” van Scheut te Anderlecht. Zodra hun aantal groter werd moest er gezocht worden naar een andere en meer geschikte plaats. Dus werd er uitgekeken naar een bosrijke omgeving in de Kempen met veel bomen en gezonde lucht vooral voor de lijders aan tuberculose. De gelegenheid deed zich voor op 6 september 1910. In een openbare verkoop kon de Congregatie een groot perceel met weiden en bossen kopen in Schilde voor de som van 1200 frank.

 

 

De eerste Scheutisten in Schilde

Twee maanden later, op 31 november 1910 werd de beslissing reeds genomen om er een “sanatorium” te bouwen. Niet lang daarna, in mei 1911 trokken de eerste Scheutisten naar Schilde: Pater August Kenis (1870-1921) en Broeder René Reygaerts (1881-1972). Eerst woonden zij een klein armtierig huisje tot de burgermeester van Schilde,heer Henri, baron van de Werve en van Schilde (1844-1924) hen een geriefelijk huis ter beschikking stelde.

Pater August was ziek teruggekomen uit Congo en werd benoemd om toezicht te houden op de bouw. Later werd hij benoemd tot de eerste econoom van de gemeenschap die in het nieuwe huis kwam wonen. De jonge broeder René was een uitstekend metser en bouwer. Na de bouw van het huis vertrok hij naar Kinshasa waar hij een hele reeks bouwwerken ondernam. We vermelden enkel de Sint-Anna kathedraal en het Koning Boudewijnstadium in Kinshasa. Een laan en een pad in de gemeente Schilde werden naar hen genoemd:de Pater Kenislaan en het Reygaertspad.

Tijdelijke woonst in het Ossenstal kasteel 

Terwijl de bouw van het huis in Schilde nog onderweg was sloot de Congregatie een huurcontract af voor het gebruik van het Ossenstal kasteel met zijn bijgebouwen, loodsen, moes- en lusttuinen, boomgaard en weiden, alles gelegen onder de gemeente Eindhout. Dit kasteel werd een voorlopig “sanatorium” voor zieke confraters.

Juni 1912 intrek in het nieuwe "sanatorium"

Op 21 juni 1912 konden de eerste vijf Scheutisten reeds hun intrek nemen in het nieuwe “sanatorium” te Schilde. Pater Louis Lambrechts (1878-1919) werd de eerste rector. Een paar maanden later, op 12 augustus kregen de buren de toelating van de bisschop van Mechelen om de eucharistievieringen bij te wonen in de kapel van het sanatorium. Ook al woonden de eerste confraters in het nieuwe huis er was nog veel werk te doen: er werd een grot gebouwd, een tuin aangelegd, en stallingen opgetrokken. De majestueuze dreef die tot op vandaag toegang verleent tot het huis werd aangeplant in november 1915 met rode beuk, kastanje en Amerikaanse eik. 

Huis voor voortgezette vorming

Door de jaren heen kwamen en gingen confraters in en uit het sanatorium, later rusthuis van Scheut genoemd. Ook rectoren en economen volgden elkaar op. Een bijkomende bestemming voor het huis kwam er als resultaat van een beslissing genomen tijdens het kapittel van 1930, namelijk dat de confraters na de eerste tien jaar missieleven tijdens hun verlof in België een periode van voortgezette vorming moesten volgen. Die vorming zou plaatsvinden in het huis van Schilde. Daarom moest er dringend een nieuwe vleugel aangebouwd worden. In september 1932 was het huis klaar om de eerste groep zo-geheten “tiende-jaars” te ontvangen.

DSC 7236Nieuwe noden, nieuwe uitbreidingen

Nog stonden de uitbreidingen niet stil. In 1944 wordt er op het domein een kerkhof voor overleden confraters aangelegd. In 1953 werd de linkervleugel van het gebouw verder uitgebouwd en werden er enkele renovaties uitgevoerd. In 1959 werd een koor en sacristie aangebouwd aan de kapel want zelfs met drie eucharistievieringen op zondag was er niet voldoende plaats voor iedereen die kwam meevieren. Meer oudere en zieke confraters keerden terug van de missies om in het land te blijven. Het aantal bewoners en ook de noden van de communiteit bleven groeien. Er was nood aan ruimere kamers met wat meer comfort en beter sanitair, en zelfs een ziekenafdeling. Ook de brandbeveiliging diende aangepast te worden. Dus volgde er nogmaals een renovatie van het huis in de jaren 1984-1985.

Hulp van buitenshuis

Lange tijd zorgden de confraters voor eigen onderhoud en al het werk in en rond het huis, met minimale hulp van buitenuit. In januari 1954 kwamen enkele zusters Maricollen hun intrek nemen in ons huis om de zorg voor de zieken over te nemen en voor de keuken, wasserij, en het onderhoud van het huis te zorgen. Tot ieders spijt moesten zij bij gebrek aan personeel hun gewaardeerde diensten opzeggen eind 1966. De zusters van de Jacht werden bereid gevonden hun diensten over te nemen en stuurden zes zusters. Ondertussen werd er voor hen een zusterhuis gebouwd en plechtig ingehuldigd op 5 mei 1968. Tot verdriet van allen moesten ook de zusters van de Jacht in 2013 hun gerespecteerde diensten beëindigen omwille van tekort aan personeel. Ondertussen werden er reeds verschillende leken te werk gesteld, waaronder zelfs een verpleeg- en verzorgingsteam tot 2010. De goede zorg voor de confraters bleef en blijft verzekerd tot op heden.

Een open huis

Over de jaren heen werden verschillende activiteiten georganiseerd in en rond het huis. Op 11 november 1968 werd de eerste paardenzegening georganiseerd, het begin van een traditie die tot op heden voortgaat. Op Kerstmis van hetzelfde jaar zingt het koor “Uyt jongsten versaemt” voor het eerst de nachtmis in de kapel. Een andere traditie die tot op heden in ere gehouden wordt. Nog veel meer activiteiten werden en worden georganiseerd in ons huis niet enkel voor de bewoners maar ook voor verschillende groepen zoals zangkoren, Broederlijk Delen, Missio, en anderen.

Ondertussen is de naam “sanatorium” gelukkig helemaal in onbruik geraakt en spreken we van het “Missiehuis” van Scheut.
Het betekent dat ons huis een open huis is en zo willen we het ook houden.

Luc Colla, rector van Schilde