In memoriam

Zij die ons zijn voorgegaan in leven en dood

2022

Pater André Decock

Geboren in Ingooigem op 3 april 1935

Religieuze geloften op 8 september 1955

Priester gewijd op 7 augustus 1960

Missionaris in Brazilië en in België

Overleden in Torhout op 6 november 2022

Na zijn humaniorastudies aan het Klein Seminarie te Roeselare begon pater André zijn noviciaat in Zuun. Dan volgden twee jaar filosofie in Scheut-Brussel, en vier jaar theologie in Kessel-Lo en in Leuven. Voor­aleer hij naar zijn mis­sie in Brazilië vertrok, studeerde hij nog drie jaar pedagogie aan de KU Leuven.

In januari 1965 vertrok hij en voegde hij zich zo bij de groep Scheutisten die twee jaar eerder hun nieuwe missie in Brazilië waren begonnen, een nieuwe missie met een nieuwe aanpak. Er zou vooral gewerkt worden rond basisgemeenschappen met veel aandacht voor de vorming van leken: dicht bij de mensen trachten te leven, zoals zij in een bescheiden woning, en werken in groepsverband samen met zusters en leken.

Na enkele maanden taalstudie in Petrópolis was André een tijdje onderpastoor in Villa Nova, en van 1966 tot 1974 in de kathedraal van Nova Iguaçu. Dit was een eerste periode die hem ruimschoots de tijd gaf om zijn weg te vin­den in de Braziliaanse maatschappij.

Na zijn tweede verlof in België, vanaf 1975, deed pater André zeven jaar dienst als pastoor en als studentenpastoor in Prata, Nova Iguaçu. Hij hield ervan om met de mensen te zingen, te dansen en plezier te maken, als enthousiast en creatief animator. Hij kon de mensen boeien, meegaan in hun verhalen, lachen met hun moppen en er nog een schepje bovenop doen. Hij was het best als bezieler van jongeren tijdens de weekends. Bij hen kon hij zich ten volle uitleven. Daarna werkte hij veertien jaar als pastoor in Rondon do Pará, in het Amazonegebied. Onder­tussen was hij 60 jaar geworden. Hij werd teruggeroepen naar België om drie jaar missie-animatie te doen in het bisdom Brugge.

Terug in Brazilië, in 1998, werd hij benoemd als pastoor in Palestina de Pará, nog altijd in het Amazonegebied. Daar was hij 7 jaar werkzaam, tot aan zijn zeventigste verjaardag. In 2005 schakelde hij weer terug naar Nova Iguaçu, waar hij parochie­priester werd in de Sint-Eliasparochie. En toen hij 80 jaar geworden was, ging hij mee leven in het centraal huis van CICM in diezelfde stad.

In 2019 kwam hij terug naar zijn heimat, en nam zijn intrek in het Missiehuis van Scheut in Torhout. André was de oude niet meer. Op zijn kast lag een valiesje klaar, want hij had nog zoveel werk in Brazilië, waar mensen op hem stonden te wachten. Zelfs midden in de nacht was hij op stap, want ze zouden hem komen halen. Of hij wilde naar huis om de verjaardag van zijn vader te vieren. Ze hadden al wafels gebakken. "Waar ben ik nu? - Waar is al het volk naartoe? - Wat is er nu te doen?" Het waren vragen die vaak terugkwamen. Hij werd kalm bij een peer, een appel, een banaan en nog een peer, en dan kwamen Franse liedjes naar boven, zo van "Non, rien de rien, non, je ne regrette rien..." en hij meende het. Zijn geest vertoefde waar zijn hart gebleven was: in Brazilië. De lichten doofden in zijn huis en het zingen verstomde. Naar het einde toe zagen we hem in het ziekenhuis, drie weken lang, alleen, en zo is hij van ons weggegaan, helemaal alleen, gelukkig zonder pijn.

Arnold Quartier

Pater Jozef Van Dooren

Geboren in Turnhout op 6 september 1934

Religieuze geloften op 8 september 1953

Priester gewijd op 3 augustus 1958

Missionaris in Congo en in België

Overleden in Schilde op 2 oktober 2022

Jozef werd geboren en groeide op in het gezin van René Van Dooren en Clara Gils in Turnhout. Na zijn humaniora in het Sint-Jozefscollege in zijn thuisstad meldde hij zich aan in het noviciaat van Scheut en legde er zijn eerste geloften af in 1953. Zijn studies in filosofie deed hij in Néchin en Scheut. Theologie studeerde hij in Kessel-Lo en Leuven. Op 3 augustus 1958 werd hij priester gewijd in Scheut. Het volgende jaar vertrok hij naar de missies in Congo.

Gandajika werd zijn eerste missiepost. Hij was er reispater en leraar in het college. Het was de tijd van de onafhankelijkheid en hier en daar braken er onlusten uit. Samen met zijn confraters moest Jozef gered worden uit de handen van een bende. Dan werd hij directeur van de normaalschool in Tshilomba. Ook daar ondervond hij moeilijkheden en kreeg hij bezoek van gewapende dieven. Na twee jaar keerde hij terug naar Gandajika.

Na die bewogen eerste jaren volgden de benoemingen zich op. In 1972 werd Jozef pastoor benoemd in de missie van Kamiji, waar hij een goed aantal jaren bleef. In 1980 werd hij pastoor in Luputa en tevens verantwoordelijk voor de procuur. Gelukkig kon Jozef steunen op trouwe en bekwame medewerkers om het vele werk gedaan te krijgen.

Van Luputa vertrok Jozef naar het provinciaal huis van Mbuji-Mayi voor verschillende diensten. Ook daar kon hij rekenen op de hulp van goede medewerkers. Daarna werd hij gevraagd om in het magazijn van de procuur van Kinshasa te gaan werken. Ook daar voelde hij zich thuis in de gemeenschap van de confraters. Na vier jaar mocht hij terugkeren naar Mbuji-Mayi, tot zijn definitieve terugkeer naar België. Jozef was een aangenaam man in de omgang met anderen en hield van orde. Zo werd hij dan ook meermalen verkozen tot lid van de Provinciale Raad.

Teruggekeerd in België is Jozef nog een vijftal jaren econoom van het huis van Schilde. Daarna werd het stiller, vooral na het overlijden van zijn broer priester. Tijdens de laatste maanden werd het steeds moeilijker voor Jef en begon hij zich terug te trekken. Het werd hem allemaal te veel en hij wilde sterven. Op 2 oktober, feest van de engelbewaarders, heeft zijn engelbewaarder hem begeleid op zijn laatste tocht naar de hemelse Vader. Moge hij nu rusten in vrede.

Karel Van Laer en Luc Colla

Pater Paul Delaere

Geboren in Kuurne op 25 juli 1918

Religieuze geloften op 8 september 1938

Priester gewijd op 1 augustus 1943

Missionaris in de Verenigde Staten, Dominicaanse Republiek en in België

Overleden in Torhout op 13 september 2022

Na zijn humaniora­studies aan het Sint-Amandscollege te Kortrijk werd Paul Scheutist. Hij studeerde filosofie in Jambes en in Scheut, en theologie in Leuven. Voor hij naar de missie vertrok, studeerde hij nog 4 jaar aan de sociale school in Heverlee.

Hij vertrok in april 1947 naar de Verenigde Staten van Amerika. Hij deed parochiewerk in Texas en van 1949 tot 1956 was hij leraar aan het Maryhill kleinseminarie in de staat Louisiana. Na zijn eerste verlof terug in België, deed hij twee jaar dienst als econoom en leraar Engels in ons noviciaat te Zuun. Terug in de VS, in 1958, werd hij novicemeester in Arlington voor een periode van acht jaar.

In 1964 werd hij benoemd voor de Dominicaanse Republiek. Daar was hij 28 jaar lang werkzaam als pastoor in verschillende parochies. Het was hier dat Paul als Pablo werd aangesproken. Hij had het geluk een man te kunnen blijven van de boeren die hard werken, ook van de boerinnen. Hij besefte dat de kerkgemeenschap draait op sterke vrouwen. Hij vond dat vrouwen een grotere rol kunnen spelen in de dorpen, op de parochie en in de wereldkerk. Hij leerde mensen opkomen voor hun rechten. Hij zocht samen te werken in coöperatieven en probeerde mensen te leren sparen. Veel was nieuw voor zijn parochianen.

Pablo besefte dat zoveel ontsnapt aan de traditionele parochiewerking. Hij heeft te doen met uitgebuite Haïtianen op suikerrietplantages. Hij ligt wakker van de migranten die op gevaar van eigen leven het land ontvluchten. Waarom ontvluchten jonge mensen hun familie en hun vrienden? Zeker niet voor hun plezier. Ze willen mens­waardig leven. Wat hapert er in de maatschappij dat zoveel mensen geen vreugde kennen? Het waren Pablo's zorgen. Wat kunnen we doen om te vermijden dat mensen wegvluchten in hun geloof en wachten op de hemel? Pablo zocht naar diepgaande veranderingen.

In 1992, hij was toen 74 jaar, begon hij aan een verdiende rust in zijn vroegere parochie Neiba. Nog voor er boeken werden geschreven over 'de kleine goedheid' beleefde Pablo dat eenvoudig en dankbaar. Langs duizend dingen liet hij Gods liefde spreken. In mei 2000 kwam hij definitief terug naar België en ging verder rusten in ons huis van Kortrijk. Hij mocht dan fysisch wat beperkt geworden zijn, maar mentaal en geestelijk bleef hij alert: hij loste sudoku's en kruiswoordraadsels op, las tijdschriften en boeken over van alles en nog wat en elke namiddag speelde hij met passie kaart.

In 2015 kwam hij naar Torhout. Hij was toen bijna 97 jaar. Hij miste geen enkele bijeenkomst van de confraters: was het om te kaarten, samen een glas te drinken, samen naar voetbal, koers of tennis te kijken, of samen te bidden. Toen hij 100 werd zei hij: "Ik ga voor 104." Hij heeft, met enige koppigheid, verkregen wat hij wilde. Niet alleen door zijn eigen sterke wil, maar ook dankzij de goede zorgen van de mede­werkers van onze gemeenschap. Kort na zijn 104de verjaardag begon hij alles uit handen te geven, en na een kort verblijf in het ziekenhuis is hij daar rustig overleden op 13 september.

Arnold Quartier

Pater Wim Goossens

Geboren in Turnhout op 25 juli 1926

Religieuze geloften op 8 september 1944

Priester gewijd op 5 februari 1950

Missionaris in Congo (Kasaï), Rome, Zambia en België

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw (Zuun) op 11 augustus 2022

Dat Wim ooit Generaal Overste was van Scheut-CICM, hebben vooral de ouderen onder ons nog meegemaakt. Het waren de woelige jaren '68, de jaren na het Concilie Vat. II. Er was de roep om herbronning en vernieuwing. En vanuit Latijns-Amerika de hunkering naar bevrijding uit onrecht. Wim had kerkgeschiedenis gestudeerd. Hij kon die situatie een plaats geven in een groter geheel. En hij begon met zijn ploeg aan 'vernieuwing', aan het 'aggiornamento', een woord dat hij jaren later nog vaak zal gebruiken in discussies of reflecties. Het heeft hem getekend, en hij was er fier over. En terecht. Veel ervan staat verwoord in "Vuur moet branden" dat in 1974, na het 8ste Algemeen CICM-Kapittel, en na zijn mandaat, is uitgegeven.

Die geest van herbronning en vernieuwing nam hij mee in een nieuw avontuur, een nieuwe missie, in Zambia. Daar zou hij missionaris kunnen zijn zoals hij het zag: in gemeenschap, met medebroeders van diverse nationaliteiten, sober, dicht bij de mensen en in de taal van de mensen. Het creëren van christen basisgemeenschappen met begeleiding van haar leiders was de voornaamste opdracht. Maar al heel vlug deed men beroep op Wim om ook in het seminarie kerkgeschiedenis te doceren en mee te werken aan de maandelijkse publicaties van het bisdom. Zambia zal zijn missie blijven gedurende 28 jaren.

De 'pater familias' was 76 jaar oud toen hij, in 2002, definitief naar België kwam. De gemeenschap van Sint-Pieters-Leeuw (Zuun) werd zijn nieuwe thuis én missie. Hier nam hij de tijd om zich te informeren en veel te lezen. Meteen kregen zijn openheid voor wat in de Kerk en de wereld gebeurt, zijn blik op verleden en toekomst en zijn interesse voor de evolutie in CICM een nieuwe boost. Van hieruit zwermde hij uit per trein, tram of bus, naar zijn familie in Turnhout, maar evengoed elders waar mensen beroep op hem deden. Het zijn er velen die gedurende die 20 jaren Wim hebben leren kennen. De woorden van medeleven, na het bericht van zijn overlijden, getuigen allemaal in dezelfde zin. Ze spreken van openheid, empathie en luisterbereidheid, van inzicht, wijsheid, discretie en sereniteit. Zij gaven richting en bezieling aan het leven van hen die hem hebben ontmoet. Maar eerst en vooral aan zijn eigen leven.

Wanneer hij de laatste jaren langzaamaan moest loslaten, en fysiek afhankelijk werd, waren dankbaarheid en respect zijn stil antwoord op wie hem verzorgden. Aan iemand vertrouwde hij toe: "mijn kruisweg is begonnen." Dan nog zagen we hem elke namiddag, op telkens hetzelfde uur, op zijn vaste plek links vooraan, in de kapel om te mediteren, soms wakker, soms ingedommeld. Zijn aanwezigheid daar verwijst naar het fundament waarop heel zijn leven is gebouwd, nl. zijn geloof in een persoonlijke God die met hem 96 jaren lang is meegegaan.

Wim, zo lang heb je erover gedaan om jouw leven te voltooien. Je hebt in alle nederigheid én met overtuiging getoond hoe een leven zinvol kan zijn. We zijn daarvan bevoorrechte getuigen geweest. Dankbaarheid en respect worden nu ook ons antwoord. Die woorden zullen steeds met jou verbonden blijven.

Jan Reynebeau 

Pater Evarist Verlinden

Geboren in Noorderwijk op 29 oktober 1932

Religieuze geloften op 8 september 1952

Priester gewijd op 4 augustus 1957

Missionaris in de Filipijnen en in België

Overleden in Schilde op 10 augustus 2022

Evarist werd geboren als de jongste van drie zonen in het gezin van Jef Verlinden en Adeline Van Asbroeck. Na zijn lagere school in Noorderwijk deed hij de humaniora in het klein seminarie van Mechelen. Daarna trad hij binnen in het noviciaat van Scheut. Hij volgde de gebruikelijke opleiding als Scheutist. Ondertussen studeerde hij Lingala, omdat hij bestemd was voor de missie in Congo. Van 1958 tot 1962 studeerde hij aan de KU-Leuven en behaalde een kandidatuur in pedagogie en een licentie in psychologie. Daarna deed hij nog één jaar klinische psychologie in Lovenjoel en één jaar aan de Sorbonne in Parijs.

In 1964 was Evarist klaar voor zijn eerste afreis, niet naar Congo maar naar de Filipijnen. Hij werd niet het type missionaris die over ruwe wegen trekt, van dorp tot dorp, om de mensen in afgelegen plaatsen te bezoeken; hij werd benoemd aan de Sint Louis Universiteit in Baguio en zou er in verschillende functies blijven tot in 2016. Zijn grote verdienste is het op- en uitbouwen van de afdeling psychologie en het opstarten van een counseling programma.

Niet alleen studenten, maar ook seminaristen en religieuzen vonden in Evarist een betrouwbare gids om hun levenskeuze te toetsen en te verdiepen. Velen heeft hij terug op weg geholpen om een zinvol leven op te bouwen. Voor zijn studenten was Evarist een geliefd professor en voor zijn medewerkers, een bedreven collega en afdelingshoofd. In de universitaire parochie ging hij dagelijks voor in de eucharistieviering. Jarenlang ging hij elke zondag als toegewijde weekendpastoor naar een kleine buitenparochie van de stad Baguio. Voor zijn medebroeders in de CICM-gemeenschap van SLU was hij een aangename confrater.

In 2016 kwam Evarist op vakantie in België en verbleef in Kessel-Lo. Graag wilde hij terugkeren naar de Filipijnen, maar om gezondheidsredenen was hij verplicht om hier te blijven. Dat viel hem heel zwaar en toch klaagde hij nooit. Na het sluiten van Kessel-Lo verhuisde hij naar Schilde, waar hij stilletjes van ons is weggegaan. Evarist was een gelukkig en dankbaar man. Hoe vaak hoorden we hem zeggen, dank je, dank je, dank je. Zo zullen we hem altijd blijven herinneren.

Luc Colla

Pater Leon Catrycke

Geboren in Poperinge op 27 mei 1943

Religieuze geloften op 8 september 1963

Priester gewijd op 4 augustus 1968

Missionaris in Congo (Boma, Kasaï en Kinshasa) en in België

Overleden in Torhout op 2 juli 2022

Na zijn studies aan het college van Poperinge begon Leon aan zijn noviciaat in Zuun. Hij studeerde twee jaar filosofie in Nijmegen, en vier jaar theologie in Jambes, bij Namen.

In 1969 vertrok hij naar Congo, naar het bisdom Boma, en deed daar dienst als onderpastoor in Boma zelf, en als reispater in Vaku. Hij was gekend als een doorzetter en een harde werker. Van 1971 tot 1975 was hij leraar in de middelbare school van Nguema in het bisdom Luiza, West-Kasaï. Na zijn eerste verlof in België werd hij reis¬pater in Ntambue Yangala, in hetzelfde bisdom Luiza, van 1975 tot 1982. Van 1982 tot 1984 deed hij er dienst als pastoor.

Vanaf 1984 was Leon meer betrokken bij het vormingswerk in de Congregatie, en nam hij functies waar in de gemeenschappen van Scheut. Zo was hij zeven jaar socius en econoom van het noviciaat van Mbudi in Kinshasa. Hij heeft er duizenden bomen aangeplant, samen met zijn novicen en enkele werkers. Daarna was hij negen jaar rector van het provinciaal huis in Mbuji-Mayi, in West-Kasaï, en tegelijkertijd was hij er pas¬toor van de parochie Sint-Leonard. De bouwmaatschappij, die toen de nieuwe kerk aan het bouwen was, ging failliet. Leon heeft dan zelf, met enkele bouwvakkers, de kerk verder opgebouwd en ze artistiek afgewerkt. En dat terwijl hij soms hevige aanvallen van migraine had.

Na een korte termijn als geestelijk begeleider van het prenoviciaat Scopenko in Kinshasa werd Leon benoemd als rector van onze gemeenschap in Torhout. Hij vervulde deze dienst met verve, van 2001 tot 2008. Daarna werd hij vice-rector in ons huis van Kortrijk, maar in 2017 werd hij een tweede maal gevraagd om de functie van rector in Torhout op te nemen. Hij heeft dit drie jaar gedaan, tot hij in oktober 2020 definitief op rust ging.

Rust roest, zei hij, en hij nam het op zich om de tuin te verzorgen. Een van de eerste dingen die hij deed was een boompje planten in de voortuin: het zat hem blijkbaar in het bloed. Niet lang daarna werd hij ziek, en hij wist dat hij nog weinig kans maakte. Na een lange strijd is hij dan eindelijk zachtjes heengegaan in de morgen van 2 juli. We zullen ons hem altijd herinneren als een plichtsbewust man, trouw aan de opdrachten die de Heer hem toevertrouwde.

Werner Lesage en Frans Van Humbeeck

Pater Cornelis (Kees) Brouwer

Geboren in Hilversum (Nederland) op 3 december 1937

Religieuze geloften op 8 september 1958

Priester gewijd op 4 augustus 1963

Missionaris in Indonesië en in Nederland

Overleden in Teteringen (Nederland) op 26 juni 2022

"Heer, vijf talenten hebt u mij gegeven,

zie, vijf andere talenten heb ik verdiend!

Zijn Heer verklaart hem:

uitstekend, goede en getrouwe dienaar..."(Mattheüs 25,21)

Kees werd geboren te Hilversum op 3 december 1937. Op 12-jarige leeftijd trok hij naar het internaat van Sparrendaal in Vught om er zijn middelbare studies te beginnen die hij in de zomer van 1957 succesvol afrondde. In september daaropvolgend trad hij in in het noviciaat van Scheut, in het Bisschop Hamerhuis te Nijmegen. Hij begon er daarna zijn studie van filosofie en voor zijn studie theologie verhuisde hij naar Leuven in België. Zijn priesterwijding ontving hij op 4 augustus 1963 en het jaar daarop vertrok hij als missionaris naar Indonesië, waar hij jarenlang actief was, eerst in Sulawesi in West-Toraja en Makassar en later in Jakarta.

Zijn confraters in Indonesië getuigen van Kees als een spontane man die zei wat hij dacht. Zij beschrijven hem als een levenskunstenaar die kon genieten van de goede dingen van het leven, maar ook als een man die zijn talenten goed gebruikte: die talenten kwamen vooral tot uiting in het opzetten van een project rond catechese en landbouw. Dat groeide uit tot een tweejarige cursus, waarbij de families degelijke godsdienstige vorming kregen en daarnaast voor de mannen een praktische vorming in landbouw en een vorming in huishouding voor de vrouwen.

Later, toen Kees aan het werk was in Makassar, kwam zijn talent als bijzonder goede fotograaf van pas in het maken van audiovisuele diareeksen die hun weg vonden over heel Indonesië.

Nog een ander talent van Kees kwam goed van pas in de CICM-Provincie van Scheut, eerst in Indonesië en later ook in Nederland: Kees kon de financiën en de boekhouding vakkundig beheren en deed dat met een grote dosis dienstbaarheid.

Kees heeft de laatste maanden van zijn leven geworsteld met mondkanker: hij heeft dapper gestreden en zich moedig gedragen totdat de kanker hem overmeesterde. Dat was thuis bij zijn confraters in Teteringen op 26 juni 2022. Hij moge nu rusten in vrede.

Theo Wynants en Henk Kaal

Pater Josse Henri Nijssen

Geboren in Zichem op 17 januari 1937

Religieuze geloften op 8 september 1957

Priester gewijd op 5 augustus 1962

Missionaris in Hong Kong en in België

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw op 17 juni 2022

In 1963 vertrok Jos naar het Oosten, zoals hij dat altijd had verlangd. Na één jaar taalstudie in Taiwan voegde hij er nog een tweede jaar bij in Hong Kong.

Nu was hij klaar voor het werk, en omwille van zijn talent voor studie en onderwijs was hij 14 jaar directeur in lagere en middelbare scholen. Uit het getuigenis van onze confrater in Hong Kong, Ferdinand Bouckhout, blijkt dat Jos daar heel mooi werk heeft gedaan. Jos kon van het leven genieten, rookte graag zijn pijp en had een gouden hart. Dat "gouden" hart is geld waard, en dat zullen veel mensen ginder wel gezien hebben. Hij kon soms uiterlijk wel hard zijn, maar toch maakte hij tijd om naar mensen te luisteren, hen te helpen en in te springen waar het nodig was.

Hij kon goed omgaan met de jeugd, en dat is niet zo vanzelfsprekend. Zo werd hij na zijn taak in het onderwijs nog voor een achttal jaar diocesaan verantwoordelijke voor de scoutsvereniging in Hong Kong. Hij paste heel goed in het geheel van Hong Kong: altijd druk en toch tijd voor iedereen.

Na 23 jaar Hong Kong werd hij benoemd tot havenaalmoezenier van de Mariniers club. Nu werd hij de man van de zee en de vriend van de schippers. Daar ook kon hij weer de netten uitwerpen, samen met Jezus. Dat was immers het centrale thema van de afscheidsliturgie. Hij was de herder (voor zijn tijd) naar de smaak van paus Franciscus die naar de periferie ging om de verloren schapen op te zoeken. Op de boten, bij de zeelieden, was hij de "seafarers' friend". Aan de haven kon hij zich volledig uitleven als missionaris, vooral door zijn multiculturele contacten met o.a. Indonesische en Filipijnse schippers. Dat zou hij 20 jaar lang doen, tot aan zijn terugkeer naar België in 2007. Op zeker ogenblik kreeg hij het moeilijk om nog op de boten te klauteren, hij was toen 70 jaar.

Met vele mooie herinneringen en een massa foto's kwam hij naar Kessel-Lo, waar hij zich nog lange tijd inzette voor de properheid en de orde in het park en rond het huis. In 2017 kwam hij naar de gemeenschap van Zuun voor verzorging, en hier overleed hij op vrijdag 17 juni. Hij zou dit jaar zestig jaar priester vieren. Laten wij dankbaar dat rijk gevulde leven van Jos in Gods handen leggen.

Cyriel Stulens

Pater Mark Ockerman

Geboren in Kitega (nu Gitega in Burundi) op 4 oktober 1944

Religieuze geloften op 8 september 1964

Priester gewijd op 26 juli 1969

Missionaris in Brazilië en in België

Overleden in Halle op 14 mei 2022

Mark vertrok naar Brazilië in 1970 en deed er pastoraal werk in verschillende parochies tot 1985. Daar kwam zijn charisma van jongerenpastoraal tot volle ontplooiing. Geen wonder dat zijn Provincie van oorsprong (BNL) in 1985 zijn hulp vroeg bij de begeleiding van jonge kandidaat-missionarissen in België. Een jaar later kon hij terug naar Brazilië, voor pastoraal werk in Rosa dos Ventos en Itaguai, van 1986-1992.

In 2002 deed zijn thuisprovincie in België nogmaals beroep op hem om mee te werken aan missieanimatie en roepingenpastoraal.

Het is in die periode dat hij, als jonge kracht, benoemd werd als vice-provinciaal van de Vlaamse Scheut-provincie. Zijn hart was echter in Brazilië gebleven. In 2006 vertrok hij terug naar Brazilië. Hij werd studentenpastoor aan de Federale Universiteit van Rio de Janeiro, een taak die helemaal paste bij zijn charisma van jongerenpastoraal.

Het was ook in die tijd dat hij meewerkte in een recuperatiecentrum van drugsverslaafden, een inzet die helemaal lag in de lijn van de oproep van paus Franciscus: "Als Kerk aanwezig zijn in de periferie van het leven". In de Congregatie CICM klonk trouwens dezelfde stem: "Gaan waar de nood het grootst is".

Vanaf 2009 werd hij begeleider in "Família de Canã", een centrum voor drugsverslaafden. Meer dan 10 jaar heeft hij met hen samengeleefd.

Daarna volgde nog een tijd van Antonio Dias (MG). Omwille van gezondheidsproblemen kwam hij begin maart 2022 naar België terug, om hier te blijven (Zuun). Hij wist dat zijn gezondheid niet goed was. Het verdict is snel gevallen. Hij moest zich onderwerpen aan nierdialyse en een streng dieet. De goede zorgen konden niet vermijden dat hij in het ziekenhuis van Halle overleden is op 14 mei 2022. Hij was een pelgrimerende missionaris op zeer verschillende plaatsen van het immense Brazilië, een land waar hij zich thuis voelde, bij een volk dat hij liefhad. Hij sprak perfect Portugees en vele jongeren zijn hem bijzonder dankbaar.

Willy Oost

Pater Raymond Debeuckelaere

Geboren in Roeselare op 13 mei 1932

Religieuze geloften op 8 september 1952

Priester gewijd op 4 augustus 1957

Missionaris in Congo (Kasaï) en in België

Overleden in Torhout op 9 maart 2022

Na zijn studies filosofie in Néchin, en theologie in Kessel-Lo en in Leuven, vertrok Raymond in 1958 naar Congo. Zijn actief missionaris¬leven valt uiteen in twee klaar afgelijnde delen: 16 jaar in Congo (van 1958 tot 1974) en 35 jaar in het bisdom Brugge (van 1974 tot 2009). In beide perioden deed hij aan opvoedingswerk en aan parochiepastoraal. Voor de foto die op zijn uitvaart zou gebruikt worden, had hij zelf gekozen voor een foto waarop hij gekleed was in de witte kazuifel van zijn 60-jarig priesterjubileum.

In Congo was hij gedurende 7 jaar in Muetshi als directeur van de lagere school en als reispater, vervolgens was hij reispater in Mayi Munene, Luebo, Ndekesha en Kitangua. Hetzelfde schema hield hij aan in de tweede periode: hij was elf jaar aalmoezenier en opvoeder in het tehuis "Onze Kinderen" te Rumbeke, daarna medepastoor in Lendelede, Gistel en ten slotte pastoor in de federatie Gistel als wonend pastoor te Zevekote. Vanaf 2003 was hij daarbij ook algemeen directeur van de Zusters van de H. Vincentius te Lendelede.

Van zijn eerste periode, als reispater, had Raymond geleerd niet te wachten tot de mensen kwamen, maar zelf naar hen te gaan. Zijn huis-aan-huisbezoeken werden hier zeer gewaardeerd. Hij was gekend als de hartelijke herder die zijn vreugde vond in de liturgie, de prediking en het ontmoeten van mensen. Toen overviel hem een onzichtbaar kwaad: hij werd doof, echt doof. Hij, die vaak omwille van zijn werk alleen was geweest, kreeg door zijn doofheid nog meer het gevoel van eenzaamheid en van niet begrepen worden.

In 2009 - Raymond was toen 77 jaar - ging hij op rust naar Torhout. In het Missiehuis nam hij o.a. de taken op van postbode en van koster. Hij deed dat met veel inzet en heel punctueel. De laatste jaren was hij aangewezen op een rollator, wat hem belette voor te gaan in de liturgie, en dat deed pijn. Raymond zette de deuren van zijn hart weinig open. Hij wist dat de Vader in het verborgene ziet. Hij leefde ook zeer sober en gezond, niets deed vermoeden dat hij zo plots heen zou gaan. Na een kort verblijf in het ziekenhuis is hij, na lang aandringen, terug naar zijn gemeenschap kunnen gaan om er 's anderendaags rustig te overlijden.

Fernand Degroote, Arnold Quartier en Werner Lesage

Pater Frans Van Oudenhove

Geboren in Rumbeke op 19 oktober 1941

Religieuze geloften op 8 september 1964

Priester gewijd op 26 juli 1969

Missionaris in Congo (Kasaï) en in België

Overleden in Torhout op 13 februari 2022

In 1970 vertrok Frans naar Congo, naar Kasaï, en deed hij zoals alle andere missionarissen vóór hem: zich aanpassen aan het klimaat en de taal studeren. Hij werd benoemd als reispater in Tshikapa, maar die reis heeft slechts drie jaar mogen duren. Begin juni 1973 keerde hij ziek terug naar België, en hij is hier voor de rest van zijn leven gebleven. Na zijn bijna miraculeuze genezing zocht hij weer moedig aansluiting met het gewone leven. Hij deed eerst zes jaar dienst als medepastoor van de parochie Sint-Katarina in Assebroek.

Vanaf 1980 richtte Frans zich op de minder klassieke vormen van apostolaat. Hij werd pastoraal animator in het integratiecentrum "Foyer" te Brussel, waarvan hij meer dan 30 jaar lid was van de Raad van Bestuur. Ondertussen leerde ook de Congregatie hem waarderen: van 1982 tot 1988 vervulde hij diverse functies binnen het Bestuur van de Vlaamse Provincie, eerst als vrijgestelde, dan als vice-provinciaal en ten slotte als provinciaal. Hij nam deel aan twee belangrijke CICM-kapittels, die van 1981 en 1987, waarin de constituties werden aangepast aan de nieuwe richtlijnen van het Tweede Vaticaans Concilie.

Vanaf 1988 tot 2000 gaf Frans het beste van zichzelf in "Bond zonder Naam" - eerst als bediende, dan als Afgevaardigde Beheerder, dan als voorzitter van de Raad van Bestuur en ten slotte als eindverantwoordelijke - in opvolging van de grote bezieler van de beweging in Vlaanderen, pater Phil Bosmans. Phil Bosmans en Toon Hermans, twee mensen die hem met eenvoudige woorden over God leerden spreken. Hij heeft nog vele jaren lang, wekelijks, vrijwilligerswerk gedaan in "Café zonder Bier" te Antwerpen. Zo leerde hij vanop de eerste linie wat kansarmen en daklozen zijn. Hij was ook 20 jaar voorzitter en actief lid van de vzw "Oude Baan" te Zondereigen-Baarle-Hertog: een gezinsvervangend tehuis voor geplaatste kinderen.

Vanaf 2000 volgt zijn Scheutse periode: rector van onze gemeenschap in Schilde, coördinator en conservator van ons Chinees Museum in Brussel, redactiesecretaris van Scheutnieuws en dan rector in het Missiehuis van Scheut-Anderlecht. Frans leerde gedurende zijn lang verblijf hier een enorm aantal mensen en confraters kennen.

In 2018 kwam Frans naar onze gemeenschap in Torhout, waar hij heel bewust en dankbaar is overleden op 13 februari. Wij zullen ons hem herinneren als een man die, omwille van zijn zwakke gezondheid, gelijke tred wist te houden met de zwakke mens.

Werner Lesage

2021

Broeder Jan Aerts

Geboren in Broekhuizen (Nederland) op 13 juli 1938

Religieuze geloften op 22 augustus 1958

Missionaris in Congo (Kinshasa) en in Nederland

Overleden in Breda (Nederland) op 11 november 2021


Broeder Jan Aerts (Johannes Herman Jozef Maria) werd geboren in Broekhuizen, in Nederlands Limburg, op 13 juli 1938 als jongste kind van vader Aerts Johannes Henricus Hubertus en moeder Aerts Antonetta Francisca Gerarda Maria.

Zijn kinderjaren speelden zich hoofdzakelijk af op de ouderlijke boerderij, en dat gedurende de 5 oorlogsjaren van de Tweede Wereldoorlog en de lagere school in Broekhuizen.

Er begon in hem een klein vlammetje te branden en hij wou missionaris worden. Hij kreeg zijn eerste opleiding op oud-Sparrendaal en volgde daarvoor een opleiding tot timmerman op de technische school in Boxtel.

Na zijn 6-maandelijkse postulaat en 1 jaar noviciaat werd hij Scheutist door het uitspreken van zijn eerste tijdelijke geloften op 22 augustus 1958.

Daarna ging hij naar Kortrijk voor een verdere vorming op technisch gebied.

In 1964 mocht hij dan voor de eerste keer vertrekken naar Kinshasa, de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo.

Hij kreeg zijn eerste benoeming in de garage van Scheut in Limete. Daar leerde hij de theorie in praktijk omzetten. Er was werk genoeg en hij had ook veel medewerkers in de garage, die ten dienste stond van alle congregaties die werkzaam waren in Kinshasa. Jan heeft dit gedaan tot 1968. Daarna specialiseerde hij zich in het depanneren van allerlei soorten huishoudelijke apparaten. Hij had een kleine groep van medewerkers om zich heen, en vanuit zijn eigen ingerichte werkplaats met magazijn trok hij rond om de paters en zusters uit de brand te helpen. Daarmee verwierf hij de bijnaam: Jan, de vliegende Hollander. Iedereen ging aan de kant om geen aanrijding te krijgen met zijn depannagewagen. Jan was beschikbaar als men beroep op hem deed. Hij kon geen nee verkopen. Ze hebben hem daarvoor regelmatig moeten intomen, omdat zijn normale werkzaamheden daardoor in het honderd liepen. Jan was een hele harde werker en eiste dat ook van zijn medewerkers, maar dat ging soms ongenuanceerd, en dat maakte dat de relatie met de medewerkers niet altijd even goed was.

Dat heeft hij gedaan tot 1974 toen hij, door omstandigheden gedwongen, terug moest verhuizen naar de garage. Zijn activiteiten werden onder het beheer van de garage voortgezet. Hij is dit werk blijven doen tot hij in 1985 voorgoed naar Nederland terugging.

Terug in Nederland ging Jan op Sparrendaal wonen en zocht men voor hem een aangepast werk om zijn tijd toch nuttig te kunnen gebruiken.

Men vond iets in Tilburg, waar Jan goede diensten zou kunnen verlenen, maar op de een of andere manier liep dat volledig spaak op de relatie tussen Jan en de verantwoordelijke van dat project. Het was toch iets wat een missionair gevoel kon geven. Vraag en aanbod internationaal. Ook in Rotterdam heeft Jan geprobeerd om daar in het apostolaat een handje toe te steken, maar daar vond hij zijn draai niet.

Verder hield Jan contact met het asielzoekerscentrum van Vught. Daar gaf hij Nederlandse les aan volwassenen en andere analfabeten. Hij heeft daaraan goede contacten met die mensen overgehouden en later zijn zij hem nog komen opzoeken in Teteringen. Hij was zelfs 1ste reserve als tolk Lingala-Nederlands.

Het bos van Sparrendaal was verder dé plaats waar Jan zich kon uitleven met het onderhoud, door omgevallen bomen kort te zagen en mooi op te stapelen, totdat er een koper voor gevonden was. Hoeveel kubieke meters hout Jan wel niet heeft gezaagd, niemand die dat kan schatten. Ook in het bos had hij een blokhut, vlak bij een klein vijvertje, waar hij recreatie hield.

Toen men ging verhuizen naar Teteringen was Jan de drijvende kracht. Onvermoeibaar versleepte hij tafels, stoelen, bedden en kasten die van Sparrendaal naar Teteringen moesten gebracht worden. Het was een monsterklus, maar samen met medewerkers en andere confraters hebben ze alles tot een goed einde gebracht.

En toen ging Jan ook naar Teteringen, waar hij een appartement had gekozen op de bovenste verdieping van de building waar de Scheutisten gingen wonen.

Jan heeft gezocht om eveneens in Teteringen nuttig bezig te zijn. Zijn voornaamste bezigheid was om contacten te leggen met mensen die hulp nodig hadden. Vooral met de zieken had hij veel contact. Hier is het wel aangewezen om zijn relatie te benadrukken met Pater Helmes, SVD, die rolstoelbehoeftig was. Jan was een goede mantelzorger en ging alle dagen een rondje met hem wandelen.

Ook ging hij er met de fiets op uit om overal weggegooide blikjes en plastic op te ruimen, die hij oppakte met een knijper, een soort uitschuifarm. Aan zijn stuur had hij een paar grote plastictassen hangen, waar hij alles indeed. Hij kreeg in het dorp de bijnaam van blikjesman. Maar het lichaam begon te protesteren. Eerst een zware operatie aan zijn oor, waaraan hij sindsdien altijd een beetje pijn ondervond. Ook zijn benen gingen niet meer zo goed mee en hij ging steeds moeilijker lopen. Met behulp van een rollator probeerde hij nog zo lang als mogelijk mobiel te blijven. Ook mentaal ging Jan achteruit, zodanig dat de dokter hem verwezen heeft naar Thebe-Lucia, een instelling waar ze Jan geholpen hebben, zo goed en zo kwaad als het ging. We zijn hem daar alle weken gaan bezoeken en hij was heel blij en opgewekt de laatste keer dat we hem gezien hebben.

En toen kreeg ons aller vijand, COVID-19, ook hem te pakken met fatale afloop. In de vroege morgen van donderdag 11 november is Onze-Lieve-Heer hem komen verlossen uit zijn lijden.

Jan, bedankt voor alles, vooral voor je glimlach, je dienstbaarheid en je klaarstaan voor anderen.

Dat je nu rusten mag in de liefdevolle armen van de Eeuwige.

Jan Mocking

Pater André Broekaert

Geboren in Ronse op 22 maart 1926

Religieuze geloften op 8 september 1944

Priester gewijd op 5 februari 1950

Missionaris in Japan en in België

Overleden in Himeji (Japan) op 19 oktober 2021

Na zijn vierde jaar theologie behaalde André aan de KU Leuven twee licenties, die van politieke en sociale wetenschappen. Hij vertrok naar Japan in september 1953. Omdat de missie zich snel uitbreidde in die naoorlogse periode kreeg hij nauwelijks de tijd om de taal te leren en ging hij meteen aan de slag als medepastoor in Himeji.

Van 1958 tot 1964 was hij pastoor in de kerk van Sakai, bij Osaka, en deed hij ook dienst als aalmoezenier in de gevangenis van Sakai. Niettegenstaande zijn drukke agenda nam hij ook taken op binnen de CICM-provincie van Japan, als lid van de Provinciale Raad, en later als vice-provinciaal.

Van 1964 tot 1969 vinden we hem als rector van ons CICM-huis in Tokyo en daarna als pastoor in Kakogawa. In die periode leerde hij het Better World Movement kennen, wat hem inspireerde tot het leiden van retraites waarin hij onder meer het gedachtegoed van Vaticanum II probeerde door te geven. In zijn retraites ging André dikwijls uit van deze zin: "Liefde is niet zozeer een gevoel, maar een beslissing."

Van 1964 tot 1977 vinden wij hem in missieland Vlaanderen, eerst als medewerker in het team Voortgezette Vorming, en vanaf 1971 als provinciaal van NB. Het was een roerige tijd, de eerste tien jaar na het Concilie. Scheut stond op zijn fundamenten te daveren. De afbraak van de Scheut-kapel met de twee typische torentjes was een teken aan de wand.

Van 1977 tot 1981 was hij terug als pastoor in Sakai. Opnieuw werd hij verkozen voor de Provinciale Raad, en werd hij lid van het Financieel Comité, een job die hij 30 jaar lang zou blijven doen. Van 1982 tot 1989 woonde en werkte hij in ons Oriens Institute in Tokyo, eerst als econoom, later als directeur, een functie die hij combineerde met het leiden van retraites voor de confraters in het Verre Oosten.

Van 1989 tot 2011 was André nog werkzaam als pastoor in drie parochies in de streek van Osaka: Himesato, Kongô en Senri New Town. Van hem was bekend dat hij graag patience speelde. Naar het einde van zijn leven toe heeft hij inderdaad veel geduld moeten oefenen. In 2011 ging hij op rust in onze residentie in Nibuno. Toen hij hulp-behoevend werd, weigerde hij om zich in het ziekenhuis te laten opnemen: hij koos voor thuiszorg. Nu is hij thuisgekomen.

Werner Lesage

Pater Marcel Hauben

Geboren in Loncin op 19 oktober 1932

Religieuze geloften op 8 september 1953

Priester gewijd op 3 augustus 1958

Missionaris in Congo (Kinshasa) en in België

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw (Zuun) 

Marcel studeerde in Jambes, Leuven en Kinshasa, en haalde een doctoraat theologie aan het Alfonsiana te Rome in 1964. Vanaf dan was hij professor dogmatische theologie in het vormingshuis van Scheut te Jambes. Hij werd ook professor aan het Grootseminarie te Namen, leraar aan het CETEP (Centrum voor Theologische en Pastorale Studies, 1971-1972) en gastdocent aan het Afrikaans Scolasticat International in Kameroen.

Voor het Aartsbisdom Mechelen-Brussel, was Marcel pastoor te Chastre-Dame-Aleme, Onze-Lieve-Vrouw (1968-2008). Hij werd deken van Walhain (2000-2017), pastoor te Noirmont (Chastre), Sint-Pieter (2001-2008), moderator van de ploeg in Solidium van Chastre (2008-2015) en bedienaar opnieuw te Chastre-Dame-Aleme, Onze-Lieve-Vrouw, (2008-2017) alsook Noirmont, Sint-Pieter (2015-2017). Tot slot werd hij benoemd als lid van de priesterploeg voor de pastorale eenheid van Chaumont-Gistoux (2017-2021).

Pater Marcel was heel intelligent. Hij is erin geslaagd zijn charisma van missionaris ten dienste te stellen van jonge mensen in opleiding. Het was voor hem een genade en een vruchtbare gave om theologie te onderwijzen en tegelijk Christus' aanwezigheid in zijn leven te ervaren. Vele jaren lang werd hij geapprecieerd als een uitmuntende professor theologie die trouw was aan het onderricht dat kwam uit het pas gehouden Concilie.

Wij bewaren aan hem de waardevolle herinnering dat hij een uitzonderlijk goede herder was voor zijn parochianen. Hij had een sterk gewaardeerde zorgzaamheid voor de priesters, diakens en pastoraal werkenden die hem waren toevertrouwd. Hij was de eerste deken die zich kandidaat stelde om de nieuwe uitdaging op te nemen om de pastorale eenheden in Waals-Brabant op te starten. Hij werd daarin een pionier.

Marcel is begraven op ons kerkhof van Zuun, en blijft bij ons in Scheut, samen met zijn medebroeders.

De Heer schenkt hem de eeuwige rust.

Alfons Ysebaert 

Pater Gerard Henderyck

Geboren in Veurne op 14 augustus 1933

Religieuze geloften op 8 september 1953

Priester gewijd op 3 augustus 1958

Missionaris in Indonesië en in België

Overleden in Torhout op 31 augustus 2021

Pater Gerard was er fier op dat zijn vader en moeder en heel het gezin hem veel zin voor vriendschap en veel levenswijsheid hadden meegegeven.

Hij studeerde aan het college van Veurne, en volgde daarna zijn broer Jef naar Scheut. Kort daarop volgde ook zus Godelieve haar beide broers naar de missie: zij trad in bij de zusters van De Jacht, en was werkzaam in Congo.

Gerard deed eerst nog aanvullende studies aan het catechetisch centrum Lumen Vitae. In 1960 vertrok hij naar Indonesië, en hij deed zoals alle andere missionarissen vóór hem: zich aanpassen aan het klimaat en de taal studeren. Hij werd benoemd in het kleinseminarie van Makassar, waar hij het beste van zichzelf heeft gegeven in de vorming van jonge mensen: hij tuinierde met zijn studenten, hij richtte er een fanfare op en speelde toneel. Vele jaren waren hem niet gegund, want na zes jaar moest hij naar België terugkeren omwille van ziekte. Gerard nam opdrachten aan die aansloten bij wat hij in de missie had geleerd: gedurende drie jaar begeleidde hij jeugdretraites in ons huis van Kessel-Lo, en gedurende twee jaar de jonge confraters die in Kortrijk hun opleiding kregen.

In 1971 deed hij een tweede poging om missionaris te zijn in Indonesië, maar na amper twee jaar moest hij het om dezelfde reden weer opgeven en werd hij definitief missionaris in het vaderland. Van 1975 tot 1990 werkte hij als ziekenhuispastor in O.L. Vrouw Middelares in Deurne. Dat was de periode waarin hij het meest open bloeide. Van 1990 tot 1994 diende hij als pastoor in Waar¬maarde, een rustige gemeente langs de Schelde bij Avelgem.

In 1994 verhuisde hij naar onze Scheut-gemeenschap in Schilde. Daar zou hij, in lijn van zijn werk in Deurne, de zieke confraters begeleiden en kreeg hij meer tijd om priester en animator te zijn voor de Indonesische gemeenschap (KKI) in en rond Antwerpen. Hij deed dat gedurende 24 jaar.

In 2018 kwam Gerard naar onze gemeenschap in Torhout. Hij, die zoveel zieken had begeleid, was nu zelf aan verzorging toe. Het aanvaarden van zijn kwalen viel hem zwaar. Hij is vrij onverwacht overleden tijdens een opname in het ziekenhuis. Hij had net bij ons in de gemeenschap zijn 88ste verjaardag gevierd.

Werner Lesage 

Pater Frans Deroo

Geboren in Torhout op 1 januari 1937

Religieuze geloften op 8 september 1957

Priester gewijd op 5 augustus 1962

Missionaris in Taiwan en in België

Overleden in Torhout op 7 juli 2021

Frans genoot zijn opvoeding en opleiding binnen het gezin, in zijn familie, in het college van Torhout, in het noviciaat van Scheut te Zuun, in Kessel-lo en in Leuven. Hij vertrok naar zijn missie in Taiwan in september 1963.

Na twee jaar studie van het Mandarijns werd Frans benoemd voor catechese en counseling in het Hua Ming center te Taipei, en nam hij er na twee jaar ook nog de lagere en middelbare school bij, die gerund werd door CICM. Van 1968 tot 1970 behaalde hij zijn master in Counseling en Opvoeding in Detroit, Amerika.

Terug in Taiwan combineerde hij de studie van het Taiwanees (de taal van de oorspronkelijke bevolking) met parochiewerk in Taichung. Vanaf 1973 tot 1984 vinden we hem terug in het Noorden, waar hij werkte als pastoor van de parochie Sint-Theresia in Taipei en later als pastoor in Jinshan.

In Jinshan zette hij een klein counseling center op, een werk dat hij ook combineerde met zijn eerste werk in het counseling center in Taipei. Hij deed ook nog een termijn als raadslid in de Provinciale Raad. Omwille van die verschillende activiteiten moest hij wekelijks een autorit maken van 50-60 kilometer tussen Jinshan en Taipei, op wegen die nog niet optimaal waren. In 1984 had Frans een ernstig auto-ongeval. Dat was het begin van een lange lijdensweg. De dokters in Taiwan deden hun best, maar hij moest terug naar België komen om een aantal specialisten te raadplegen.

Dankzij die zorg kon hij in 1985 weer vertrekken, maar gehandicapt. Hij was acht jaar lang pastoor in de parochie van Saint Mary in Taichung, tot hij in 1993 moest terugkomen voor een operatie aan de ruggenwervel. En weer kon hij vertrekken, en was hij nog vier jaar pastoor in de Rosary parochie in Taipei. Toen het parochiewerk moeilijker werd, kwam hij ziek terug naar België, maar weer ging hij terug, in 1999, om rector te worden in het Provinciaal Huis, en econoom van het district. De confraters kenden hem als een goede gastheer.

In 2006 kwam hij definitief terug, eerst op rust in het ouderlijk huis in Torhout, waar zijn zus Agnes zeer goed voor hem zorgde. Wanneer dit te zwaar werd, kwam hij in juni 2011 wonen in het CICM Missiehuis in Torhout.

Het is moeilijk te weten wat Frans heeft meegemaakt. Het is moeilijk om onder woorden te brengen hoe de confraters, de medewerkers en de vrijwilligsters deze lijdensweg hebben mee-beleefd. Ook zijn familie kon alleen maar toekijken. Frans is rustig van ons heengegaan in de vroege morgen van 7 juli.

Werner Lesage 

Pater Marcel Vertonghen

Geboren in Steenhuffel op 2 januari 1928

Religieuze geloften op 8 september 1947

Priester gewijd op 3 augustus 1952

Missionaris in Congo (Kasaï) en in België

Overleden in Sint-Pieters-Leeuw (Zuun) op 17 juni 2021

Als ik kijk naar de hemel, het werk van uw vingers,

de maan en de sterren die Gij hebt bevestigd,

wat is dan de mens dat Gij aan hem denkt … (Ps. 8, 4-5a)

Pater Marcel Vertonghen is niet meer. Hij is zachtjes ingeslapen in het huis van Zuun, waar hij de laatste jaren van zijn lange leven heeft doorgebracht. Hij was een gelukkig man. Het straalde gewoon van hem af. Had hij meer reden dan een ander om gelukkig te zijn? Was hij meer begenadigd? Getalenteerd? Een leven lang in goeden doen en betere gezondheid? Waarschijnlijk niet. En hij zou dat zeker nooit van zichzelf hebben gezegd.

Een van zijn aforismen was: La mémoire est une faculté qui oublie. Die uitspraak heeft me lang geïntrigeerd. Hoe kan "vergeten" tot het wezen behoren van geheugen en herinnering? Eén ding was echter snel duidelijk. Die uitspraak typeerde hoe Marcel zelf in het leven en in het geloof stond: eenvoudig, bescheiden, met open oren en ogen, een gezonde kritische geest en met een sterk relativeringsvermogen.

Marcel was een eenvoudig man. Hij had dat van thuis uit meegekregen. Hij kende zijn plaats, maar was tegelijk fier op zijn afkomst, zijn ouders, familie, het land, de boerenstiel en Steenhuffel, zijn dorp. Hij is in wezen altijd een jongen uit Brabant gebleven.

Die eenvoud heeft zich met de jaren getooid met een kleed van grote bescheidenheid. Zijn priesterstudies had hij doorgemaakt in een preconciliaire Kerk, die zeker was van haar eigen gelijk, nogal triomfalistisch en dogmatisch. Verdere studies in geografie en natuurkunde zouden in hem het besef doen groeien dat niets vanzelfsprekend of absoluut zeker is en dat de mens maar een nietig wezen is in een kosmos die razendsnel uitdijt, het onzegbare, het onuitspreekbare tegemoet. Het vermoeden van dat mysterie heeft Marcel met schroom vervuld en met diep ontzag en eerbied. Daarvan kon hij getuigen voor de studenten in het college van Kananga en daarna nog ruim dertien jaar voor de jongeren in de vorming in onze studiehuizen.

In dit leven is niets absoluut. Alles is relatief. Wat vandaag zeker is, wordt morgen in vraag gesteld, verandert of muteert. Ook de mens, zijn denken en geloven ontloopt die werkelijkheid niet. Marcel was zich daarvan terdege bewust en wist daarom zichzelf erg goed te relativeren. Hij was niet bang om de zekerheden van het nu in vraag te stellen. En hij deed het met die verfijnde vorm van relativeren die humor heet. Er monkelde altijd toch die sympathieke, licht schalkse glimlach om zijn lippen.

Achter het wonder der natuur heeft Marcel altijd de hand van de Schepper gezocht. Die ontzagwekkende grootsheid wist hij toevertrouwd aan mensenhanden. Op dat raakpunt van hemel en aarde heeft hij die unieke mens ontmoet, Jezus van Nazareth, met wie hij een leven lang op weg is gegaan.

Dank, Marcel, voor wie je was, voor je mooie gedichten en liederen, je vormingswerk en animatie in onze huizen en je pastorale inzet.

Bart Van Thielen

Pater Hugo Balcaen

Geboren in Ingooigem op 23 januari 1932

Religieuze geloften op 8 september 1953

Priester gewijd op 3 augustus 1958

Missionaris in Congo (Lisala) en in België

Overleden in Torhout op 18 januari 2021

Onlangs stapte hij nog voorovergebogen achter zijn rollator aan. Iedere morgen opnieuw deed hij dat, heel vroeg, en als eerste, door de gangen van ons huis. Hij ging de voordeur openen en dan de poort, daarna koffie maken EN 's zondags zorgde hij voor zachtgekookte eieren. Hij was er niet gelukkig mee als er te veel eieren overbleven. Alles opgegeten, daar werd hij een tevreden man van. Confraters die dan al wakker waren, hoorden hem terugkeren en de deur van zijn kamer dichttrekken.

Dit alles was de lijn die Hugo nog wat aanhield. De lijn van vroeger die - voor zover wij konden zien - in Bobadi, maar misschien ook al veel eerder, was begonnen. De echte en de volle invulling was in Gbosasa gebeurd, daar had Hugo zijn dada gevonden. Hij hield er toezicht, bediende ook klanten - als het nodig was - en dat alles voor het goed functioneren van de beenhouwerij, een nevenbedrijf van de grote veestapel die er, in kuddes van wel honderd dieren, liep te grazen op tienduizend hectare magere weiden, in een eindeloze savanne.

Die veestapel genereerde financiën voor de bisdommen Lisala en Budjala. De beenhouwerij spijsde de kas van de parochie Gbosasa. Hugo telde dat allemaal op, in de afzonderlijke kolommen van zijn comptabiliteit, om jaarlijks rekenschap te geven op de vergadering van de bisschopsraad. Als hij daarheen reed, had hij zijn beste kleren aan. Ondertussen ging hij ook voor in de eucharistie op de parochie, met de collega's om beurt, en bij de zusters en af en toe nog in een dorp in de omtrek, zoals hij het enkele jaren volop had gedaan in het begin van zijn missionarisleven als reispater in Bobadi.

Bij dat alles schoot Hugo zozeer en zo diep wortel - én bij de confraters waarmee hij samenleefde, én op de plaats waar hij woonde én met de vele werken en werkjes die hij daar deed -dat het een probleem werd als hij moest voelen dat er een verplaatsing of een andere benoeming in de lucht kwam hangen.

Meestal trokken die dan als mogelijkheden en als onweer ook voorbij, maar soms niet. En daar begon de man dan onder te lijden. Zozeer zelfs dat, als het op het eind van zijn leven plots wéér opdook, het onoverkomelijk scheen. Een mens heeft niet alles in de hand, zichzelf misschien nog het minst. En zo is de lijn voor Hugo, zijn lijn, tot op het eind ook echt verder doorgetrokken.

Hugo hield van gezelligheid, hij hield van mensen - in het bijzonder zijn familie - wie niet, maar bij hem was dit toch zeer uitgesproken en van méér dan één glas daarbij hield hij, zeker in zijn felle jaren, want die heeft hij ook gehad. Geïnteresseerd bleef hij tot op het laatst, in al wat reilde en zeilde in de groep missionarissen waarvan hij uitdrukkelijk deel uitmaakte. Zijn oogjes begonnen te glinsteren als hij zelf weer eens een primeur had en die bij beetjes losliet en vertelde. Hij die anders niet zo heel spraakzaam was. Iedereen keek daar dan van op. Ja, hij heeft deugd gehad van zijn lang leven. Vandaag zou hij 89 jaar geworden zijn. Leven ja, dat ook altijd weer getekend wordt door wat we liever niet zien, liever niet horen, liever niet voelen ook, maar het gebeurt wel allemaal, omdat wij samen mensen zijn, ook maar mensen. Het kan blijkbaar niet zonder dat. Uiteindelijk ook wel om de zin te bewaren naar meer en beter, ook daarvoor blijken wij gemaakt.

We hoorden het in het evangelie: gemaakt voor een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, de eerste hemel en de eerste aarde zijn dan voorbij. En ook de zee, dat betekent voor de bijbellezer: al wat ons als kwaad bedreigt. Wel, dat zal niet meer zijn. De tent van God staat dan bij ons mensen, met Hem in ons midden die alle tranen uit de ogen wist. De dood zal niet meer zijn - al het oude is dan voorbij. Het is dan, zoals geschreven staat: IK ZAL ER ZIJN, DAT IS MIJN NAAM.

Daarmee moeten wij het doen. Daarmee mogen wij doen, alles wat nog mogelijk is.

En Hugo, ja in zijn dapper spoor
naar Gods oneindig land laten wij lopen
hem achterna, die hoopte wat wij hopen:
hij is niet méér dan enkele stappen voor. AMEN
(naar Anton van Wilderode)

Willy Vanhaelewyn

Pater Marcel Dobbelaere

Geboren in Ledeberg op 8 februari 1935

Religieuze geloften op 8 september 1958

Priester gewijd op 4 augustus 1963

Missionaris in Haïti en in België

Overleden in Kortrijk op 10 januari 2021

"Voorwaar ik zeg je, al wat je gedaan hebt voor één van de minsten van mijn broeders en zusters, dat heb je ook voor Mij gedaan. Kom binnen in mijn Rijk." (Mattheüs 25, 40)

"Veel moed, Marcel, en God zegene en beware je", zei ik tegen Marcel in mijn laatste contact per telefoon, de dag vóór hij werd opgenomen in de intensieve zorgen van het AZ Groeninge te Kortrijk. Hij antwoordde: "Dank je om mij te telefoneren. Zorg goed voor jezelf, Jozef." Ik wist niet dat dit mijn afscheid van Marcel zou zijn.

We waren zeven jaar goede buren. Hij was aalmoezenier in het WZC in Eke en ikzelf in De Pinte. Wanneer de confraters - die van Oost-Vlaanderen afkomstig zijn, of daar pastoraal werk doen - viermaal per jaar samenkwamen, reed Marcel voor die samenkomsten steeds met mij mee naar Letterhoutem. Zo hadden we altijd aangename gesprekken. Toen hij in mei 2018 naar Kortrijk verhuisde, miste ik hem, maar gelukkig konden we elkaar terugzien op de eerste dinsdag van de maand, voor de recollecties in het huis van Scheut in Kortrijk. Maar dan kwam de COVID-19-crisis...

Marcel had zelf zijn uitvaartdienst goed voorbereid met gekozen en geschreven teksten, gebeden en lezingen voor zijn afscheidsliturgie en rouwprentje. Hij wilde dat het zo eenvoudig mogelijk zou zijn, hetgeen we hebben proberen naleven door zijn script te volgen.

Marcels eenvoud, nederigheid, vriendelijkheid, hartelijkheid, dienstbaarheid en dankbaarheid zijn enkele kwaliteiten waarvan de mensen, die hem gekend hebben in de plaatsen waar hij benoemd werd als missionaris van Scheut, kunnen getuigen.

"Wat je aan de minsten van de mijnen hebt gedaan, dat heb je ook aan Mij gedaan", lezen we in Matteüs, hoofdstuk 25 vers 40. Marcel heeft geprobeerd om dat in Haïti in de praktijk te brengen - in de parochies van La Gonâve, Pignon, Mombin Crochu en Saintard - als administratief directeur van ATAAC en als econoom in Port-au-Prince, ten dienste van de confraters in Haïti. Later diende hij zijn confraters in België, als econoom in Schilde en als vice-rector in Zuun.

Ik heb verschillende keren gehoord van familieleden van bewoners van het WZC Lichtervelde in Eke hoe Marcel als aalmoezenier elke namiddag tijdens de week trouw kamerbezoeken deed. Hij luisterde naar de vreugden en pijnen van de mensen. Hij dronk koffie met hen in de cafetaria en zijn gulle glimlach en kwinkslagen waren welkom.

Marcel heeft kranig zijn ouderdomskwalen gedragen. Enkele jaren geleden werden zijn ogen steeds zwakker en daarom moest hij in 2018 stoppen met voor te gaan in de eucharistie voor de bewoners en de zusters in het WZC Lichtervelde. Dan kwam de verhuis naar het missiehuis van Scheut in Kortrijk en de uitdaging om zich aan te passen en te integreren in de West-Vlaamse cultuur...

Zijn roeping als religieus missionaris en priester heeft hij steeds gevoed met zijn diep gebedsleven. Ik herinner mij dat - tijdens de Ontmoetingsdagen CICM-BNL - ik hem dikwijls zag bidden in de kapel, nog vóór de confraters aankwamen voor het morgengebed.

Marcel heeft een mooi dankgebed geschreven voor zijn rouwprentje:

"Dank aan de Heer mijn God die me steeds nabij was in alle omstandigheden, goede en minder goede.

Dank aan u mijn confraters en aan allen die ik heb mogen kennen en ontmoeten, voor de blijvende genegenheid en verbondenheid.

Dank aan u goede vrienden, dichtbij en veraf, voor uw vriendschap in liefde en trouw, zonder onderscheid van taal of kleur of stand.

Over de grens van het leven blijf ik met u allen verenigd bij de Heer onze God. Amen."

Jozef Lapauw

Pater Lieven Laga

Geboren in Kortrijk op 4 september 1937

Religieuze geloften op 8 september 1957

Priester gewijd op 5 augustus 1962

Missionaris in Haïti en in België

Overleden in Kortrijk op 7 januari 2021

In kleine kring nemen we afscheid van een ingoede, hartelijke, gastvrije confrater en een lief familielid. Hij zal het meest herinnerd worden als iemand die de armen graag zag en hen een warm hart toedroeg: elke mens was voor hem van tel, de meest berooide die aanklopte aan zijn deur, de zieke die hij bijstond... Voor Lieven was elke mens de moeite waard.

Het missie-avontuur is voor Lieven zeker begonnen in het gezin van vader Laga en moeder Hanssens. Hier werd de kiem gelegd van de warme mens die Lieven zou worden, met liefde voor het geloof en zin voor schoonheid. De vonk die oversprong om missionaris te worden moet zeker gelegen hebben in zijn collegetijd.

Zijn seminarietijd in Scheut was volop gekenmerkt door het Concilie, een tijd van grote verwachtingen die stilaan doordrongen naar Latijns-Amerika en later naar het eiland Haïti, met het document van Medellin. In normale tijden zouden we hier met velen gestaan hebben rond onze lieve klasgenoot en confrater, pè Laga, Lieven.

Lieven begon zijn zending in Haïti, in de uitgestrekte bergparochie Vallières. Een gebied zonder berijdbare wegen. De verafgelegen gemeenschappen konden enkel bereikt worden te paard of met de muilezel. Hij was er pastoor en beschikte over twee medepastoors. Lieven was er bekend als iemand die met iedereen in goede verstandhouding leefde en een luisterend oor had voor nieuwe initiatieven. Hij moedigde zijn collega's aan om die dan ook te realiseren. Lieven was overal bekend als een uitstekend ruiter. Wie herinnert zich niet zijn paarden Mustang en Papillon. Hij fladderde door berg, dal en diepe ravijnen, op bezoek bij de christelijke gemeenschappen. Samen met hen las hij de Bijbel, het woord van God, het woord dat verkondigde dat het Rijk van God aanwezig was onder ons en dat een nieuwe wereld mogelijk was: een wereld van vergeving en verzoening, een wereld van delen en verdelen en een wereld van broederlijkheid en solidariteit. Een wereld van liefde waarvoor we ons samen moesten inzetten, om zo te komen tot een meer rechtvaardige en vredevolle maatschappij in Haïti. Zo leefde Lieven samen tussen die vele uitgebuite mensen, met hen zoekend naar de realisatie van de droom van God voor deze wereld. Hij organiseerde de gezondheidszorg, richtte scholen op. Velen die nooit de banken van de school gezien hadden, werden aangemoedigd om hun eigen realiteit te lezen en te schrijven. Ze werden bewustgemaakt van het belang van de alfabetisering, zodat ze stilaan begrepen dat de situatie waarin ze leefden onrechtvaardig en wreed was en helemaal niet beantwoordde aan de droom van God voor alle mensen op deze wereld.

Na vele bloeiende jaren in de bergen werd Lieven benoemd in de pleinen en werd hij pastoor van de grote parochie van Pignon, met haar prachtige kerk. Daar kwam hij in een nieuw pastoraal landschap terecht, met een poging tot groeiende samenwerking tussen de naburige parochies. Voor mij, zijn naaste buurman, een zeer deugddoende en rijke ervaring, waarin ik Lieven altijd zal herinneren als de vriend met het luisterend oor, zijn geïnteresseerde blik en zijn openheid om ook anderen binnen te laten in zijn parochiewerk. Ging er een te ver, dan was één van zijn grote gaven dat hij kon vergeven en vergeten. Altijd streefde Lieven naar vrede en broederlijkheid. Ten overstaan van autoriteiten was hij standvastig in zijn opkomen tegen onrecht. Als buurman van de kazerne letten de soldaten op om niemand te onmenselijk aan te pakken.

Na vele jaren Pignon werd Lieven benoemd als pastoor in de parochie Saltadère, een dorp aan de grens met de Dominicaanse Republiek. Daar werkte hij verder aan de uitbouw van een rechtvaardiger en leefbaarder Haïti, aan de droom van God voor dit getormenteerde land. Als steun en toeverlaat kon hij nu rekenen op de steun van Myriam, nu slotzuster in Brecht.

De laatste stap in zijn missie-activiteit bracht hem terug naar waar hij begonnen was, Bois de Lorenz, vroeger buitenpost van zijn eerste parochie Vallières, intussen opgericht als zelfstandige parochie. Daar werkte hij nog vele jaren tot zijn gezondheid hem verplichtte om - na bijna 50 jaar missie - terug te keren naar België, waar hij nog 10 jaar het beste van zichzelf zou geven in WZC Heilige Familie te Deerlijk. Toen ik hem bezocht, voelde ik mij opnieuw in Haïti. Je voelde dat daar zijn leven was: die gastvrijheid, die geïnteresseerde blik en dat luisterend oor naar berichten van het verre eiland.

Stilaan verloor hij fysieke kracht en moest hij loslaten wat hem lief was. Hij ging naar het missiehuis van Scheut in Kortrijk, zijn geboortestad. Hij was er gelukkig, maar veel tijd werd hem niet gegund. Corona beperkte hem erg in zijn contacten, tot die vermaledijde ziekte hem zelf trof. Zo zijn we hier onverwacht samen in kleine kring en hier, waar het leven begon, geven we hem ook uit handen. Onverwacht neemt zijn avontuur hier een einde. Het verhaal van een warme mens waarin het verhaal van Jezus handen en voeten heeft gekregen, een lieve mens van God. Vroeger werd op het einde van de liturgie het In Paradisum gezongen waar de arme Lazarus als eerste de overledene zal ontvangen. Vandaag wordt Lieven ontvangen door een arme Haïtiaan die zelfs de kruimels van de tafel van de rijke niet werd gegund. Deze arme sloeber zal zeggen: "m byen kontan ou la zanmim antré lakay papa ou" ("welgekomen mijn vriend, kom binnen in het huis van je Vader"). Pater Lieven, nu voor altijd bij God.

Paul Hanson