In memoriam

Zij die ons zijn voorgegaan in leven en dood

2026

Pater Henri Millair

Geboren op 9 januari 1926 in Elsene
Religieuze geloften op 8 september 1946
Priester gewijd op 29 juli 1951
Missionaris in België
Overleden op 1 april 2026 in Sint-Pieters-Leeuw

De vader van Henri was afkomstig van Brukom, een wijk van Sint-Pieters-Leeuw. Hij had een beenhouwerij in Brussel, en zo is Henri in Elsene geboren. Mede door het feit dat zijn moeder al 19 dagen na de geboorte stierf, is hij vooral in Brukom opgegroeid, omringd en gekoesterd door familieleden.

Zijn middelbare studies heeft hij in verschillende scholen afgewerkt.

In 1945 begint Henri zijn noviciaat in de Missiecongregatie van Scheut, en op 8 september 1946 legt hij zijn tijdelijke geloften af. Het serieuze werk begint dan: Filosofie studeren in Anderlecht, Theologie in Leuven. Hij werd in 1951, 75 jaar geleden, priester gewijd.

Maar de oorlog had zijn tol geëist. Zijn grote droom, om als missionaris naar het buitenland te vertrekken, kon hij nooit realiseren: de opgelopen tuberculose maakte dat onmogelijk, en zo is België zijn missieland geworden.

Twee woorden kunnen het lange leven van Henri samenvatten:

Schilde: Henri heeft nagenoeg 50 jaar in Schilde gewoond.

Dienstbaarheid: Voor verschillende taken werd er een beroep gedaan op Henri: Hij was aalmoezenier in Manage en Vinkt, deed pastoraal werk in Vlezenbeek en was jarenlang dienstbaar in de gemeenschap van Schilde en de hele Provincie van Scheutisten in België, o.a. als Provinciaal Overste en als Rector van de gemeenschap van Zuun.

Henri heeft alles steeds met zijn missionarishart gedaan.

Zijn honderdste verjaardag hadden wij nog, met zijn familie en zijn vele vrienden, op 9 januari gevierd, maar daarna ging hij stilaan achteruit.

Op 1 april is hij in Zuun ontslapen, omringd door de mensen die hem dierbaar waren.

Henri heeft een lang en dienstbaar leven gehad, en er zal meer dan eens een "amaai" bijgekomen zijn. Voor al die mooie jaren, in dienst van de confraters en de Congregatie, willen wij hem dank zeggen.

Jozef Matton cicm


2025

Broeder Martin Vloet

Geboren op 20 maart 1938 in Oefelt (Nederland)
Religieuze geloften op 22 augustus 1957
Missionaris in Congo (Kinshasa) en in Nederland
Overleden op 14 september 2025 in Breda (Nederland)

Martin werd geboren op 20 maart 1938 in Oefelt (Nederland), maar groeide op in Wanroij. De familie Vloet had daar een bescheiden boerenbedrijf en de kinderen waren van jongs af aan gewend om de handen uit de mouwen te steken. Ook Martin wist van aanpakken en dat is hem heel zijn leven bijgebleven. Al op jonge leeftijd groeide in hem het verlangen om missionaris te worden. Ondanks het feit dat hij gedurende zijn jeugd door een ongeluk bij het spelen aan een oog blind was geworden, was hij toch van harte welkom bij de Paters van Scheut op Sparrendaal.

Na een jaar proeftijd mocht Martin zijn geloften uitspreken en werd hij opgenomen in de missiecongregatie van de Scheutisten. Maar in plaats van naar de missie te mogen vertrekken, werd hem gevraagd om bij Jens en Loida op de boerderij in de Lutte te gaan helpen. Dat was geen gemakkelijke opgave: een verwaarloosd boerderijtje met een paar superzuinige en excentrieke oudjes. Martin heeft het daar met de moed der wanhoop een paar jaar vol kunnen houden, maar het werd hem toch te zwaar. Hij stuurde een brief naar de Algemeen Overste in Rome, waarin hij schreef dat hij bij Scheut was gekomen om in de missie te gaan werken en niet op een boerderij. Anders was hij maar beter thuis op de boerderij gebleven. Het antwoord kwam gauw: "Je mag naar de missie in Congo vertrekken." Daarmee was zijn droom werkelijkheid geworden.

Zijn eerste benoeming was in de missie van Ngbosasa, waar hij werd belast met een grote kudde vee, een voorname bron van inkomsten voor het bisdom. Onder zijn beheer groeide die kudde in enkele jaren uit tot wel 6.000 koeien. Maar zijn Oversten hadden wel gezien dat Martin tot meer in staat was. Hij moest zijn veestapel en helpers vaarwel zeggen om elders in de missie de bouw van scholen en kerken op zich te nemen. Van omscholen hadden ze nog nooit gehoord. Martin ging in zijn nieuwe missie meteen aan de slag. Met zijn ploeg geschoolde werkers was hij onder andere jaren actief in de missies van Yakamba en Gemena. Martin bouwde daar scholen, kerken en ziekenhuizen, en hij ontpopte zich al doende tot een geboren vakman. Het is dan ook niet te verwonderen dat Martin na verloop van tijd naar de hoofdstad Kinshasa werd geroepen, waar zijn hulp nodig was bij de bouw van het Theofiel Verbist Centrum.

Martin kon maar moeilijk wennen aan het leven in het drukke en woelige Kinshasa, en toen zijn bouwproject daar was afgerond voelde hij dat hij toe was aan wat rust. Daarom besloot hij om naar Nederland terug te keren. In ons klooster in Sparrendaal was Martin een bescheiden en behulpzame medebroeder, die altijd klaarstond om van dienst te zijn. Als missionaris wist Martin, als geen ander, het leven van gebed en van werken te verenigen. Hij was een bescheiden man en een harde werker: hij heeft zijn brood niet in ledigheid gegeten. Ook in 2008, bij het verhuizen naar Teteringen, heeft hij bergen verzet. Vanuit zijn stekje, op de tweede verdieping van gebouw H van Zuiderhout, ondernam Martin nog allerlei activiteiten: het Maria-kapelletje in het park, het tuinhuisje, waar hij duiven en kippen hield en ook nog een werkplaats had. Dat is gedurende de loop van tijd wel wat minder geworden, want de jaren begonnen te tellen. Omdat hij op den duur steeds meer verzorging nodig had, is hij naar het kloosterbejaardenoord Mater Dei verhuisd. Toch wel een hele onderneming. Jammer dat het hem niet was gegeven om daarvan echt te kunnen genieten. Toch heeft Martin de tijd gekregen om alles wat hem dierbaar was los te laten, en zo is het leven van een groot missionaris tot voltooiing gekomen.

Een trouwe dienaar heeft zich daar boven aangemeld bij zijn Heer, die hij heel zijn leven lang heeft gediend. Ik ben er zeker van dat Martin daar met vreugde is ontvangen. En ons geloof zegt dat wij hem daar eens terug zullen zien. Tot dan, Martin, en Adieu tot bij God. En moge het zo zijn.

Joep van Gaalen CICM


Broeder Louis-Lambert Jacobs

Geboren op 17 oktober 1932 in Rillaar
Religieuze geloften op 1 mei 1956
Missionaris in Congo (Kasaï), Haïti en in België
Overleden op 18 juli 2025 in Sint-Pieters-Leeuw (Zuun)

Louis-Lambert Jacobs werd geboren in een gezin van 10 kinderen. Drie van zijn zussen werden religieuze bij de Zusters van Vorselaar. Een broer werd Pater van de Heilige Harten en hijzelf werd Missionaris van Scheut.

Na zijn middelbare school in Alsemberg ging Lambert aan het werk als boekhouder, en daarvoor volgde hij ook avondlessen boekhouding.

In 1954 trad Lambert binnen in Scheut, en deed hij zijn noviciaat in Zuun. Op 1 mei 1956 sprak hij zijn eerste geloften uit.

In 1957 ging hij studeren aan de Technische School in Kortrijk, waar hij het A2-diploma behaalde van Elektriciteit. Daarna volgde nog een jaar studies Informatica in de Verenigde Staten.

In 1962 vertrok Lambert naar Kasaï – Kananga. Hij was er leraar in de Technische School en ontfermde zich ook over de drukkerij en Lulua-film. Nadien deed hij er vooral de boekhouding van de verschillende diensten van de Provincie en was hij ook econoom van het Provinciaal Huis.

Na 18 jaar vertrok hij uit Kananga en na een sabbatjaar ging hij naar Haïti. Hij was daar 13 jaar, in de parochie Cerca-La-Source, maar vooral in het Provinciaal Huis als rector en econoom. Hij keerde in 1997 terug naar België.

Hij verbleef in de huizen van Leuven, Kessel-Lo en in SPL (Zuun). Hij overleed rustig op 18 juli 2025 in Sint-Pieters-Leeuw (Zuun).

Spiritualiteit had een belangrijke plaats in het leven van Lambert,
met een bijzondere verering voor Onze-Lieve-Vrouw:
je kon hem dikwijls in de kapel stil zien bidden,
dicht bij het beeldje van Onze-Lieve-Vrouw.

Lambert was zich goed bewust dat de dood ook zijn deel zou zijn, en hij had zich daarop ook voorbereid. Hij was er klaar voor.

Voor de uitvaartdienst had hij duidelijke richtlijnen gegeven. In de homilie moest het duidelijk over het Evangelie gaan, en geen "gezever over zijn leven", zoals hij het zelf neerschreef. En op het gedachtenisprentje mocht zijn foto niet afgedrukt staan, maar wel een tekst die verwees naar zijn diepste overtuiging en wellicht ook levenservaring: God is Liefde!

Gods liefde draagt jou.
Zijn hand beschermt jou waar je ook bent of zal gaan.

Moge hij rusten in vrede bij die God van Liefde.

Jozef Matton CICM

Pater Herman Kronenberg

Geboren op 23 augustus 1937 in Enschede(Nederland)
Religieuze geloften op 8 september 1958
Priester gewijd op 4 augustus 1963
Missionaris in Congo (Kasaï) en in Nederland
Overleden op 27 juni 2025 in Breda (Nederland)


Herman werd geboren op 23 augustus 1937 in een warm katholiek arbeidersgezin. Het geloof en hun parochiekerk speelden een grote rol in zijn jeugd, en al vroeg voelde hij zich geroepen tot het priesterschap. Al op jonge leeftijd wilde hij 'missiepater' worden, net als zijn oudere broer Henny. Na een jaar ULO ging hij naar het missiecollege Sparrendaal, en later studeerde hij in Nijmegen en Leuven. Hij doorliep zijn opleiding glansrijk, waarna hij door zijn Oversten naar Rome werd gestuurd voor verdere studies. Vervolgens werd hij docent Filosofie in België.

Toch bleef er de droom om missionaris te zijn, en na veel aandringen van Herman zelf mocht hij eindelijk vertrekken naar Congo, naar de missie van Kulalaba. Daar werkte hij vol toewijding aan de opbouw van de plaatselijke geloofsgemeenschappen. Hij verwierf grondige kennis van de taal en de cultuur van de mensen, en als een echte missionaris leefde hij mee met het lief en leed van zijn parochianen. Techniek was niet zijn sterkste kant, maar hij wist altijd mensen te vinden die de praktische problemen voor hem oplosten.

Na vele jaren keerde hij terug naar Nederland. Op Sparrendaal genoot hij van zijn oude dag en bleef hij betrokken bij zijn alfabetiseringsproject in Congo. Hij kreeg meer tijd voor zijn familie, die hij al die jaren had moeten missen. Ontelbaar zijn dan ook de treinreizen naar Twente. De verhuizing naar Teteringen was een grote stap, maar hij vond zijn plek op de derde verdieping, omringd door oud-klasgenoten.

Oud worden betekende ook afscheid nemen. Vele familieleden en confraters, die hem dierbaar waren, ontvielen hem en ook zijn gezondheid ging langzaam achteruit. Na een reeks beroertes kwam Herman terecht in Mater Dei, waar hij de verzorging zó goed vond, dat hij daar graag wilde blijven. Tot het laatst bleef hij geduldig, vriendelijk en dankbaar.

Herman heeft de tijd gekregen om afscheid te nemen van zijn familie, vrienden en confraters en is als een dankbare en tevreden mens van ons heengegaan. Moge er voor Herman in het nieuwe leven in Gods nabijheid een gelukkig weerzien zijn met allen die hem daarheen zijn voorgegaan, vooral zijn ouders die veel te vroeg overleden zijn en die Herman miste.

Moge hij nu voor eeuwig rust en vrede vinden.

Joep van Gaalen CICM

Pater Alfred De Sutter

Geboren op 26 maart 1932 in Torhout
Religieuze geloften op 8 september 1953
Priester gewijd op 3 augustus 1958
Missionaris in Congo (Kinshasa) en in België
Overleden op 19 mei 2025 in Torhout


Wie Pater Alfred alleen de laatste jaren heeft gekend, zal hem niet onmiddellijk zien als een begeesterende K.S.A.-leider, die kampen organiseert, of als medewerker van Oostpriesterhulp onder leiding van de Spekpater. En toch …

Alfred was de oudste van vier. In Torhout was vader een fervente boogschutter, en de jonge Fred werd een al even fervente pijlenraper. De bijna naaste buren waren de Missionarissen van Scheut. In zijn collegejaren – het college was ook maar een paar huizen verder in de straat – was Fred een stipte misdienaar in de kapel van het klooster van Scheut. De stap naar het noviciaat van Scheut te Zuun in 1952 zal dus niet groot geweest zijn. In 1958 wordt hij priester gewijd, en in november van het jaar daarop vertrekt hij naar Belgisch Congo. Zo zal hij als kersverse missionaris de onafhankelijkheid van Congo beleven, met alle spanningen ...

Tussen zijn priesterwijding en zijn eerste afreis volgt een jaar missionaire opleiding in Gillies.

Alfred werkt in het noorden van Congo, onder andere in Bokonzi, Ngbelenge, Yakamba en Ngwaka. Hij was zeer begaan met de vorming van catechisten en ontwikkelingshulp, zoals dat toen heette. Hij woonde en werkte veel alleen, maar leefde mee met het wel en wee van de confraters. Hij miste nooit de jaarlijkse retraite en de vergaderingen op provinciaal niveau.

Waar hij werkte had hij goede relaties met de bevolking. Hij kende heel veel mensen bij naam. Hij deed zijn werk aan de basis in de dorpen. Fred pakte niet uit met zijn initiatieven en realisaties. Zo kon je per toeval horen dat hij intelligente jongeren financieel heeft geholpen om hen op weg te zetten naar één of ander beroep.

In 1995 kwam hij voor goed terug naar België en volgde een jaar studie aan Lumen Vitae. Daarna belandde hij in de Verzendingsprocuur van Scheut-Anderlecht. Hij zal er werken tot 2002. Van 2002 tot 2010 werkt hij in Zuun als halftijdse medewerker van Memisa (Medische Missie Samenwerking). In 2010 ging hij terug naar Anderlecht. Vanaf 2012 tot 2017 was hij de verantwoordelijke voor Memisa. Hij bestudeerde de projecten die voorgesteld werden en konden aanvaard worden voor financiering. Ook hier zocht hij alle bezoekers met naam en toenaam te kennen.

Ondertussen verloor hij Torhout niet uit het oog. Van pijlenraper bij zijn vader werd hij aalmoezenier van de Torhoutse koninklijke handbooggilde Sint-Sebastiaan. Iedere week kwam hij naar Torhout, naar zijn schutters. Hij werd er vooral geprezen om zijn luisterbereidheid. Iedereen kon bij hem terecht met zijn noden, zijn angsten of verdriet. Fred had ook een groot gevoel voor humor. De voorzitter van de gilde zei het zo:

"Pater Alfred heeft ervoor gezorgd dat de mensen zich hier al een beetje in de hemel voelden."

Op 31 augustus 2020 kwam hij in Torhout wonen. Fred hield van het leven, en hij was er graag bij. Hij beleefde mooie jaren in zijn Torhout. Maar de jaren komen niet alleen, ze brengen ongemakken en gesukkel mee. Stilaan had hij meer en meer hulp nodig. De rollator werd een rolstoel. Fred deemsterde weg. Soms riep hij luid, als om te laten weten dat hij nog veel te zeggen had. Na lange dagen van onrust stierf hij op 19 mei 2025.

As van wie hij was is in de urne;
mens van de aarde is in de hemel.

Arnold Quartier CICM

Pater Michel Vanfleteren

Geboren op 25 februari 1929 in Heule
Religieuze geloften op 8 september 1949
Priester gewijd op 12 september 1954
Missionaris in Congo (Kinshasa en Lisala) en in België
Overleden op 15 maart 2025 in Kortrijk

Op 25 februari 1929 zag Michel het levenslicht, als zevende van tien kinderen in het gezin van Cyriel en Emelie Desmet, in de Sint-Katharinaparochie van Heule/Kuurne/Lendelede. Na zijn humaniorastudies aan het Sint-Amandscollege van Kortrijk, trok hij naar het noviciaat in Zuun, want hij wilde missionaris worden. Het jaar daarop, in 1949, legde hij er zijn eerste religieuze geloften af. Na zijn filosofiestudies in Néchin en theologiestudies in Scheut en Leuven, werd hij priester gewijd in 1954. In november 1955 vertrok hij naar het bisdom Lisala, in de Evenaarsprovincie van Congo.

Zijn eerste benoemingen waren die van directeur van de lagere scholen in de missie van Yambuku en vervolgens van Yakamba. Al spoedig werd hij leraar in het college van Umangi. Na een viertal jaren apostolaat bij de arbeiders van een grote plantage van Dage, kwam hij opnieuw in het onderwijs terecht als directeur van de middelbare school, eerst in Bominenge en vervolgens in Gwaka.

Intussen was het bisdom Lisala gesplitst, en van het deel dat het bisdom Budjala vormde bevond de prokuur zich in Gwaka. Michel was er 10 jaar lang de procureur en zorgde voor de bevoorrading in alle mogelijke goederen, nodig voor het goed functioneren van de verschillende missieposten van het hele bisdom.

Zijn organisatietalent en zijn aanleg voor wiskunde kwamen goed van pas, zowel in het middelbaar onderwijs als op de prokuur en het economaat. Michel hield van organisatie en structuur. Parochiepastoraal was niet zo zijn ding. Hij werkte altijd heel hard en kon dan soms ook afstandelijk overkomen, maar toch toonde hij altijd de nodige humor. Die humor was niet altijd duidelijk en werd soms verkeerd geïnterpreteerd. Verhaaltjes vertellen kon hij als de beste.

Begin 1987 deed men beroep op hem voor de prokuur van Kinshasa. Dertien jaar lang was hij de verantwoordelijke voor de paspoortendienst. Bijna dagelijks trok hij van de ene ambassade naar de andere met allerlei documenten, vooral in verband met de verblijfsvergunningen van de missionarissen, werkzaam in het hele land. Het waren onrustige jaren in Congo en het werk was niet altijd eenvoudig, maar efficiënt en kordaat als Michel was, slaagde hij er steeds in te bekomen wat nodig was.

In 1999, hij was toen 70 geworden, vond Michel het tijd om afscheid te nemen van Congo. Van rusten was nog geen sprake. Hij werd econoom in het Missiehuis van Rumbeke, en toen dit huis gesloten werd, verhuisde hij naar Kortrijk. Zeven jaar genoot hij er nog van een goede gezondheid. Alleen de laatste maanden zagen we zijn levenslust stilaan verminderen. Op donderdag 6 maart 2025 werd hij opgenomen in het ziekenhuis van Izegem, en de maandag erna werd hij overgebracht naar de palliatieve zorgen in Kortrijk, waar hij op zaterdag 15 maart 2025 rustig naar zijn Schepper terugkeerde.

Jozef Laevens CICM

Pater Jaak Catteeuw

Geboren op 26 mei 1936in Kortrijk - Bissegem
Religieuze geloften op 8 september 1956
Priester gewijd op 6 augustus 1961
Missionaris in Indonesië en in België
Overleden op 25 februari 2025in Torhout

Door hoe Jaak zijn laatste jaren beleefde in Torhout, kunnen we vermoeden wat hij betekende voor de gemeenschappen van Indonesië. Hij hield van zingen met mensen tijdens de vieringen, en het stoorde hem niet als het soms wat vals klonk. Er kwam een tijd waarin een lied de sleutel was om bij hem binnen te komen en iets te zien van zijn diep geluk.

Jaak werd geboren op 26 mei 1936 in Kortrijk en groeide op in Bissegem. Na zijn humaniorastudies aan het Don Boscocollege in Kortrijk, trad hij binnen bij de Congregatie van Scheut. Op 8 september 1956 legde hij zijn eerste geloften af. Op 6 augustus 1961 werd Jaak priester gewijd en kreeg hij als missiebestemming Indonesië.

Het jaar daarop vertrok hij, benoemd in de pastoraal op het eiland Muna. Hij verbleef er tien jaar, eerst in een afgelegen vissersdorp en later in de hoofdplaats Muna. In 1973 werd hij overgeplaatst naar Makassar. Hij werkte er vijf jaar als jeugdpastor. Daarna verhuisde hij naar het eiland Java, waar hij vijf jaar pastoor was, vier jaar directeur van het retraitehuis Wisma Samadi en zes jaar studentenpastor aan de universiteit.

In 1994 verhuisde Jaak naar het eiland Papoea. Hij werd er leraar aan het grootseminarie en tegelijk pastoor, later deken van de hoofdparochie. Zoals overal, deed hij ook hier zijn werk met grote toewijding. Maar, in de eerste jaren van deze eeuw vertoonden zich de eerste tekenen van dementie. Dat belette hem niet om aalmoezenier te worden in het Stella Maris ziekenhuis van Makassar.

De pastoraal was Jaaks lang leven. Hij kende goed de taal, had de gave van het woord en was een uitstekend predikant. Met de jeugd had hij zeer goed contact, maar toen de ziekte erger werd, moest hij noodgedwongen naar België komen. In 2013 kwam hij aan in Torhout, rechtstreeks vanuit Indonesië. De eerste jaren was hij nog goed ter been, en waar je hem vond, was hij aan het zingen. Na een trombose werd hij totaal afhankelijk van vele mensen. Hij straalde vrede en vreugde uit en was door iedereen geliefd. Hij is nooit een nummer geweest, of een last, of iemand die op de zijlijn staat. Hij werd betrokken bij alle activiteiten en genoot ervan. Hij kreeg veel aandacht van iedereen, van confraters, medewerkers, vrijwilligers en van de vrienden die regelmatig aan huis kwamen. Zoals hij tijdens de vakantieperiodes in Bissegem groot en klein kon begeesteren met zijn vele verhalen, zo was zijn stille aanwezigheid voor ons een nieuw verhaal, dat voor allen verstaanbaar was, en dat de harten vervult met dankbaarheid.

Jaak overleed rustig in Torhout op 25 februari 2025.

Arnold Quartier CICM

Pater Bart Flaat

Geboren op 14 december 1937in Makassar (Indonesië)
Religieuze geloften op 8 september 1958
Priester gewijd op 4 augustus 1963
Missionaris in Guatemala, de Verenigde Staten en in Nederland
Overleden op 18 februari 2025in Oosterhout (Nederland)

Bart werd, als een na jongste in een gezin van 8 kinderen, geboren op 14 december 1937 te Makassar, in het voormalige Nederlands-Indië. Het gezin Flaat had een goede band met de missionarissen van Scheut die daar werkten. Die band is gebleven, ook toen zij na de oorlog naar Nederland terugkeerden.

Het is dan ook niet te verwonderen dat Bart op het Missiecollege Sparrendaal, bij de Paters van Scheut, terechtkwam. Hij wilde immers missionaris worden. Na zijn priesteropleiding in Nijmegen, en daarna in Leuven, werd zijn lang gekoesterde droom verwezenlijkt en werd hij op 4 augustus 1963 priester gewijd.

Na 4 jaar missie-animatie in Nederland, mocht hij echt vertrekken naar zijn missie in Guatemala. Hij leerde Spaans en voelde zich al gauw thuis in de Latijnse cultuur. Hij kreeg een verre post met een eigen school met 300 leerlingen. Het was een hele klus om die financieel op poten te houden. Maar dat lukte hem wel.

Het organisatietalent van Bart was ondertussen bij de oversten niet onopgemerkt gebleven, en na drie jaar werd hem gevraagd naar Texas te komen om er te werken onder de Spaanssprekende immigranten. Dat is tenslotte zijn levenswerk geworden, en daar heeft hij de mooiste jaren van zijn missieleven doorgebracht. Tot 2002 is Bart nog werkzaam gebleven in de Verenigde Staten en heeft hij in verscheidene parochies uitstekende diensten bewezen.

Terug in Nederland ging Bart op rust in zijn vertrouwde Sparrendaal in Vught. Bij de verhuizing van Vught naar Teteringen is het organisatietalent van Bart nog goed van pas gekomen.

De laatste jaren ging het met de gezondheid van Bart toch wel zichtbaar achteruit. Omdat 24-uurszorg nodig was, werd Bart in Buurstede opgenomen. Het plots zó veel moeten inleveren viel hem zwaar, al was hij ook dankbaar voor de zorg en aandacht die hij daar ontving. De laatste maanden begon Bart te verlangen naar het einde. Al een hele tijd geleden zijn we met de hele groep bij hem geweest, en hebben wij hem in alle plechtigheid bediend. Dat heeft hem goed gedaan, en hem de kracht gegeven om bij ons te blijven tot na zijn 87ste verjaardag. Ook daar hebben wij een feestje van gemaakt. Sindsdien ging hij snel achteruit. Op 18 februari is Bart rustig ingeslapen. Moge hij nu rust en vrede vinden in Gods nabijheid.

Joep van Gaalen CICM

2024

Pater Bernard M.R. Masson

Geboren op 13 december 1945 in Blankenberge
Religieuze geloften op 8 september 1965
Priester  gewijd op 8 december 1978
Missionaris in Brazilië en Mexico
Overleden op 16 december 2024 in Nova Iguaçu (Brazilië)

Het leven van Bernard is het verhaal van een missionaris. Zijn leven was 100% missionaris zijn. Sterven en begraven worden in het land waar hij missionaris was, te midden van zijn mensen en collega's.

Bernard is geboren in Blankenberge, aan de zee. Daar hadden zijn tantes een hotel en een restaurant. Die voorkeur voor de zee en het strand heeft hij heel zijn leven meegedragen. "Er eens uit zijn" voor hem in Brazilië was naar de zee en het strand gaan. En dan iets gaan eten.

Hij studeerde in het college in Roeselare, en kwam naar Scheut in 1964. Het begon met het noviciaat in Sint-Pieters-Leeuw (Zuun). Bernard studeerde Filosofie in Nijmegen (Nederland) en Theologie in Leuven. Hij behaalde een Mastertitel in Missiologie, met een eindwerk over: "De Latijns-Amerikaanse Bisschoppenconferentie in Medellín".

En begin 1973 waren wij klaar om naar Brazilië te vertrekken. We kwamen aan in Rio de Janeiro, Brazilië, eind januari 1973. Samen deden we de taalschool in Rio de Janeiro. Samen, dat wil zeggen, Bernard, Jan Demyttenaere, Julien Vandevoorde, Jules Chanterie en ikzelf. Daarna kwam ook Carlito Cenzon, een Filipino, ons vervoegen. Volta Redonda, 100 km van Rio de Janeiro, was onze eerste parochie, waar Fernand Vandenabeele pastoor was. Het was een soort stage, om ons in te leven in de realiteit van Brazilië. Daar ook werd Bernard priester gewijd op 8 december 1978, door Dom Waldyr. Volta Redonda was een mooi stadje, dat leefde van een staalfabriek, geschonken door de Amerikanen als dank voor de medewerking van Braziliaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog.

Maar, eigenlijk keken we uit naar iets meer uitdagend voor ons. En in 1979 trokken wij naar het noorden, naar het Amazonegebied, bisdom van Marabá en bisdom Bragança, in de staat Pará. Het waren de mooiste jaren van ons leven. De Braziliaanse regering had de 'Transamazonica'-weg aangelegd, en nodigde families uit die een stuk land wilden om het te bewerken. Van niets beginnen, planten en zaaien, vruchten plukken om de familie te onderhouden. Mooi om aan mee te doen, en het te zien groeien en vooruitgaan. Meewerken en deel uitmaken van die vooruitgang.

Graag zou ik iets meer willen vermelden over het eindwerk van Bernard aan de faculteit van Theologie in Leuven: "De Latijns-Amerikaanse Bisschoppenconferentie in Medellín". Medellín, een stad in Colombia, waar de eerste bijeenkomst van de bisschoppen van Latijns-Amerika plaatsvond, met als objectief de boodschap van het 2de Vaticaans Concilie toe te passen op de realiteit van Latijns-Amerika. De eerste vergadering was dus in Medellín, de tweede in Puebla, Mexico, de derde in Santo Domingo, Dominicaanse Republiek, en de vierde in Aparecida, Brazilië. Het was die geest van vernieuwing die ons inspireerde. In het gelaat van de kleine mensen Jezus herkennen: indianen, Afro-Latijns-Amerikanen, kleine boeren, kinderen, zieken. Die mensen samenbrengen in kleine gemeenschappen, basisgemeenschappen genoemd, waar ze verantwoordelijk zijn voor de goede gang van zaken, zowel in het kerkelijke, catechese, doopselvoorbereiding, gebedsdiensten, maar ook in het dagelijkse leven: bijvoorbeeld een barak bouwen voor een gezin wiens huis is afgebrand, zieken bezoeken en zien of er iets nodig is, een schooltje beginnen in het binnenland, Amazonegebied. Met eigen beperkte middelen, maar zo kregen de mensen meer waardigheid. Dat was eveneens het werk van Bernard. Hij deed dat op de PA 70. Op km 66 en op km 92 hadden ze een huisje, de Zusters van de Jacht ook. Ze gingen het binnenland in om families te bezoeken en samen te brengen. Bernard heeft daar de Amerikaanse Zuster Dorothy Stang gekend, die later werd doodgeschoten, omwille van haar werk met die kleine boeren.

Bernard is ook drie jaar in Mexico geweest, in het seminarie van Scheut voor studenten Theologie, die in Latijns-Amerika missionaris zouden zijn. Hij was daarna ook pastoor in Itaguai, een nieuw bisdom dicht bij Rio de Janeiro. Later nog heeft hij een nieuwe parochie gesticht in Marapicu – een deel van Nova Iguaçu – nieuwe wijken, georganiseerd of geforceerd: mensen zochten een stukje grond om een huis te bouwen. Zijn laatste parochie was Saint Elias, Mesquita.

Bernard werd uitgenodigd om rector te worden in een huis van Scheut in België, maar hij verkoos terug te gaan naar Brazilië. Hij zou in het Centraal Huis verblijven, samen ook met Roy Joseph Shea, met wie hij samen heeft gewerkt in het Noorden. Ze waren goede vrienden en zouden hun 'oude dag' samen doorbrengen. Roy stierf verleden jaar, in november, en Bernard in december.

Bernard was een zoeker, een idealist en een realist: samen met zijn mensen iets opbouwen, en waar iedereen aan kon deelnemen. Het leven beter maken. In het openbaar sprak hij niet graag, maar hij was graag tussen de mensen. Hij was er thuis, eenvoudig, gelukkig. Dat kan men zien op de foto's. Hij deelde het leven met zijn mooie, maar ook droevige en moeilijke dagen van die mensen. Het aanwezig zijn was heel belangrijk voor hem.

Bernard, wij zijn fier op u,
u was een ware aanwezigheid van de liefde van God.
Bedankt voor alles, voor ons blijft u leven in vele, mooie herinneringen.

Gaby Gheysens CICM

Broeder Jozef Vermoesen

Geboren op 24 juli 1941 in Moorsel
Religieuze geloften op 1 juni 1960
Missionaris in Congo (Kinshasa) en in België
Overleden op 15 november 2024 in Torhout

Een Congolese confrater, die in vele landen kwam, zei: "Bijna overal gebruiken ze voor liturgie en catechese Franse, Engelse of Portugese boeken. Het is echt uitzonderlijk dat we in Congo een schat aan eigen boeken hebben voor alle domeinen, van gezondheid, over spiritualiteit, tot tekenverhalen en kalenders, alles geschreven en gedrukt in Congo. Het is een onschatbare rijkdom voor de Kerk."

Scheut runde een grote drukkerij in Kinshasa. Het is daar dat Jozef – hij stond erop dat we hem Jef noemden – zich zesentwintig jaar lang ten dienste stelde. Met zijn medewerkers deed hij het onderhoud van de machines, zodat het jaar door gedrukt kon worden. Terwijl Jef achter zijn machines stond, is hij zich er wellicht nooit bewust van geweest hoe onmisbaar zijn werk was. Het was de tijd van de vernieuwingen in de Kerk: nieuwe boeken voor de liturgie, voor de catechese en het godsdienstonderricht. De drukkerij was van onschatbare waarde voor het missiewerk. Vele duizenden boeken verlieten de drukkerij, maar de drukkers kwamen nooit in beeld: de naam van Jef wordt in geen enkel boek vermeld. Het was werken in de schaduw.

Jef kon gloedvol over die periode van zijn leven vertellen, maar hij voegde er altijd aan toe: "Ik zat met mijn neus op de drukmachines, het bredere plaatje van de Congo-missie heb ik nooit leren kennen." Als hij bij mensen kwam die verwonderd waren dat hij hen niet kende, zei hij dat hij nooit veel mensen heeft gekend: "Ik was altijd aan het werk."

En het bleef zo nadat hij in 1994 was teruggekeerd naar Vlaanderen. Gedurende achtentwintig jaar zal hij naar de verschillende huizen van Scheut in België en Nederland gestuurd worden voor allerlei onderhoudswerken. Eerst woonde hij in Scheut, waar hij ook dienst bewees in de Verzendingsprocuur. Vanaf 2001 deed hij zijn werk vanuit Schilde. Tussen de diensten in de huizen door, kon hij zich er uitleven in het bos. Zonder het te beseffen was hij ook hier als broeder onmisbaar binnen onze Congregatie, die verspreid over het land grote gebouwen te onderhouden had.

Eind 2023 – hij was toen 82 jaar – kwam hij op rust in de gemeenschap van Torhout. Maar veel rust heeft hij niet gekend: zijn gezondheid werd met de dag minder goed, ademhalingsproblemen en verwardheid verminderden zijn levenskwaliteit. Waar het kon, maakte hij zich nuttig door zich te ontfermen over confraters die zich alleen nog in een rolstoel konden verplaatsen.

Hij is rustig overleden op zijn kamer in Torhout, in de late avond van vrijdag 15 november. Wij verloren een trouwe en talentvolle broeder.

Arnold Quartier CICM

Pater Jan Van Puyenbroeck

Geboren op 11 september 1937in Hamme
Religieuze geloften op 8 september 1957
Priester gewijd op 5 augustus 1962
Missionaris in Congo (Kasaï) en in België
Overleden op 3 november 2024 in Sint-Pieters-Leeuw

Jans rootslagen in zijn geboortedorp aan de Durme, in zijn familie en in het grote gezin – ze waren met elven – in het delen en leven met elkaar en in een Godsvertrouwen dat diepgang bood. Stevige wortels maken het mogelijk om veilig uit te vliegen, net zoals zijn twee ooms Scheutisten jaren tevoren: Roger Van Cauwenbergh, oom langs moeders kant, en Jan Van Puyenbroeck Sr., oom langs vaders kant. Zus Deli zocht het bij de Zusters van De Jacht, en jongere broer Carlos († 1999) volgde Jans sporen in Scheut. Broer Paul is priester in het bisdom Gent.

Jan vloog uit, naar Congo, Oost-Kasaï. Hij is er 45 jaren gebleven. Met orde en een nauwkeurige planning, in het hoofd en in praktijk, trok hij naar dorpen en stadswijken, mensen tegemoet. Evangelie verkondigen moet mensen motiveren, inspireren en sterken om verantwoordelijkheid op te nemen en een gemeenschap te vormen. Met basisgemeenschappen en gevormde leiders zouden de wortels worden gelegd voor een hoopvolle toekomst. Wanneer een eerste rondreis achter de rug was, kwam Jan een paar dagen rust en ontspanning zoeken, met een glas en mooie muziek in het provinciale huis van Mbuji Mayi. Sylvain Breugelmans was er niet alleen econoom, maar ook gastheer en vriend, sinds jaren. Jan kon ervan genieten.

Getuigenissen spreken vandaag nog over Jans opvang en begeleiding van de massa vluchtelingen, die in 1999 uit Katanga werden verdreven en in Muene Ditu aanspoelden. Geloofsverkondiging ging gepaard met sociale inzet. Voor de bouw van een kerk, pastorie, en school heb je cement, stenen en hout nodig. Voor gezondheidszorg, opvoeding & begeleiding en aandacht voor de minstbedeelden heb je medewerkers nodig. Jan zorgde ervoor, en vond ze.

Geworteld zijn en uitvliegen doet deugd, maar ooit komt de tijd van terugkomen, van onthechting en van loslaten, van beperking en afhankelijkheid. Jan heeft het geleidelijk aan ervaren in onze gemeenschappen van Kessel-Lo, Schilde en Zuun.

Wanneer de draad van het leven breekt, dan ga je dood, maar sterf je niet voorgoed. Want, zei Jezus: "Wat je aan de minsten van mijn mensen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan." Kom binnen, Jan, want bij Mij is er plaats voor velen, zoals jij.

Jan Reynebeau CICM

Pater Jozef Vannuffelen

Geboren op 10 juni 1935in Wortel
Religieuze geloften op 8 september 1955
Priester gewijd op 7 augustus 1960
Missionaris in Noord-Congo, Congo (Kinshasa) en in België
Overleden op 9 oktober 2024 in Sint-Pieters-Leeuw

Jozef groeide op in een gezin met vijf zussen en vier broers. Hij was de oudste. Wij kunnen ons voorstellen welke verantwoordelijkheid hij had voor zijn jongere broers en zussen.

Na de middelbare studies in het Klein Seminarie te Hoogstraten trad hij binnen in het noviciaat van Scheut te Zuun in 1954.

Het zwaartepunt van het leven van Jos ligt in Noord-Congo, waar hij zich gedurende 42 jaar inzette voor het onderwijs in middelbare scholen en een hoger instituut. Ook de begeleiding en vorming van de jeugd kreeg bij hem veel aandacht. In Bumba verbleef hij 21 jaar, als leraar en directeur van het college.

Daarna zou hij nog 14 jaar werken in Kinshasa in het 'Centre de Recherches Pédagogiques'. Een zeer intense job: contact houden met de scholen, aangepaste schoolboeken opstellen, het drukproces opvolgen, de verdeling naar de scholen toe, enz.

In 2003 kwam hij voorgoed naar België, en verbleef er 18 jaar in de gemeenschap van Schilde. Met al zijn talenten en energie zette hij zich in voor de ouderen, vooral voor OKRA, de bond van de gepensioneerden. Van de jeugd ging hij over naar de gepensioneerden. Zijn band met de familie was uitstekend. Als grotere broer bleef hij ook daar een belangrijke rol spelen.

"Genieten van je familie die weer kortbij is, werkjes opknappen voor het huis, heel de Kempen doorfietsen, alleen of met de OKRA van Schilde: je geniet ervan met volle teugen", zo schreef een nicht van Jos.

Een fietsongeval op 31 augustus 2021, in de corona-tijd, gaf een totaal andere wending aan zijn leven. Enkele maanden verbleef hij in de kliniek en een revalidatiecentrum. Daarna kwam hij voor verzorging naar de gemeenschap van Zuun.

Wij bewonderen de positieve manier waarop hij de laatste jaren met zijn beperktheden omging, en hoe hij dan ook de laatste maanden heeft geleefd in onze gemeenschap en zich heeft voorbereid op de ontmoeting met de Heer.

"Ik ben altijd gelukkig geweest.
  Ik heb kunnen doen wat beantwoordde aan mijn mogelijkheden en mijn diepste aspiraties.
  Ik dank de Heer voor mijn leven.
  Ik dank ook mijn confraters, mijn familie en zó veel andere mensen."

Cyriel Stulens CICM

Pater Robert Suykens

Geboren op 11 augustus 1939in Puurs

Religieuze geloften op 8 september 1960

Priester gewijd op 1 augustus 1965

Missionaris in Indonesië en in België

Overleden op 29 augustus 2024 in Torhout

Het leven van Rob als missionaris in Indonesië speelde zich af op twee eilanden: eerst 29 jaar op Sulawesi, en daarna in de hoofdstad Jakarta. De eerste jaren onderging Rob een echte vuurdoop in Messawa, diep in de bergen, bekend voor het animistisch geloof met zijn specifieke huwelijks- en dodenfeesten. Verplaatsingen gebeurden te voet of te paard. Op het verafgelegen eiland Muna, waar de opbrengst van de oogsten door uitzonderlijke droogte een grote armoede teweegbracht, beleefde hij aangrijpende ervaringen. Hij zocht mee te helpen aan de ontwikkeling van die streek. Niet wat hij deed, maar hoe hij het deed tekende hem ten volle uit, zoals het een confrater uitdrukte: "Een mens, een priester, een missionaris met een hart voor mensen, heel dienstbaar, mild en vol begrip met een zachte vriendelijkheid."

Naast het parochiewerk op verschillende locaties, werkte Rob ook mee aan de vorming van de jonge kandidaat-Scheutisten in Makassar. Bij elke nieuwe benoeming heeft Rob steeds "ja" gezegd, niet een slaafs ja-knikken, maar een "ja" dat hij waarmaakte in de dienst die hij kon bewijzen: beschikbaar in dienst staan van God en van de mensen. Zo schreef hij zelf: "Toen ik in het jaar 2000 een herseninfarct kreeg, kwam ik meer en meer tot het besef dat God mij geroepen heeft om als priester beschikbaar te staan. Als een dienaar die tracht altijd tevreden te zijn met wat hij heeft, wat men hem geeft, waar mijn overste mij zendt: een dienaar die niet beschikt over een woordenvloed, maar die tracht stil zijn woord aan de daad te verbinden." Voor hem waren dit geen ijdele woorden, want heel bescheiden voegde hij eraan toe: "Ik vind dat ik daar in zekere mate in geslaagd ben en ik mag terugblikken op een vruchtbaar leven." Maar die beschikbaarheid beleefde hij niet alleen tijdens de 47 jaar in Indonesië. Ook tijdens zijn ziekte is hij God blijven dienen in de vele jaren van geleidelijke aftakeling, die hij met veel geduld heeft doorleefd.
Hij heeft doorheen zijn lijden gehoorzaamheid geleerd, zoals we lezen in de brief aan de Hebreeën in verband met Jezus. Die gehoorzaamheid was voor hem een kracht waarop hij steunde. Hij bleef helemaal zichzelf en is in die moeilijke periode van zijn leven missionaris gebleven: zijn mildheid, zijn vriendelijkheid en zijn grote dankbaarheid werkten aanstekelijk. Hij was een bron van vreugde voor de mensen die hem verzorgden en hielpen bij de verplaatsingen.

Theresia van Lisieux, die ook veel heeft geleden in de beslotenheid van haar klooster, ontdekte en formuleerde haar roeping, haar missieroeping in die enkele woorden: "Mijn roeping is liefde." In die liefde heeft ze heel de wereld omarmd. Zo heeft Rob vele mensen naar zich toegetrokken. Hij was de stille getuige van diep geloof en van onvoorwaardelijk vertrouwen in God, van wie hij de nederige dienaar was. Rob heeft tot de laatste dagen van zijn leven veel genegenheid mogen ontvangen van zijn familie, van het personeel en de confraters, maar ook van vele vrienden die hem nabijheid kwamen geven. Zo is Rob van ons heengegaan, zoals hij heeft geleefd: dankbaar en helemaal klaar om voor de laatste keer "ja" te zeggen aan God, zijn unieke Overste.

Fernand Degroote

Pater Robert Carlier

Geboren op 17 februari 1929 in Staden
Religieuze geloften op 8 september 1948
Priester gewijd op 12 september 1954
Missionaris in Congo (Kasaï) en in België
Overleden op 26 juli 2024 in Torhout

Vooraleer Robert naar zijn missie in Congo vertrok, studeerde hij nog drie jaar Kerkelijk Recht in Rome. Zo was het in 1958 dat hij kon vertrekken naar West-Kasaï. Hij zal er 35 jaar werken.

Hij begon als schooldirecteur in Kananga, en werd daarna professor filosofie voor een tiental jonge Congolese Scheutisten. Hijzelf schrijft daarover: "Ik was geen goede leraar. Ik las niet genoeg. Ik was te veel bezig met pastoraal werk, jeugdbeweging en voetbal."

In 1963 stichtte hij de parochie van Katoka Saint-Martin de Porres. Vanaf 1966 was hij gedurende drie jaar secretaris van Mgr. Martin Léonard Bakole wa Ilunga. Daarna kon hij volop genieten van pastoraal werk in het binnenland: Tshikula, Katende en Kabuluanda. En in de stad Kananga, op de parochies Saint-Clément en Sainte-Famille. Hij voelde zich vooral in zijn sas in het binnenland, in de dorpen. Toen hij reispater was, deden parochianen hun beklag dat hun velden al dagenlang werden verwoest door een olifant. Ze zochten hulp. Robert was nog nooit op jacht geweest. Met een Mauser, die hij kreeg van een confrater, de nodige papieren van de Staat en enkele jagers ging hij die olifant te lijf. Roberts naam was gemaakt. "Zolang antilopen en leeuwen niet kunnen spreken, blijven de jagers de helden van de verhalen."
Na die eerste olifant werden het er meer. Robert en zijn jagers leerden omgaan met echte geweren.
Er groeide een hechte band onder hen. Veel nachten trok Robert met enkele mannen op jacht naar wild. Dat was geen hobby of geen sport. Het was echt op jacht gaan naar eten. Jagen gaf hem veel voldoening. Robert schreef: "Tijdens het jagen noemden ze me Robert, maar zodra we uit het bos waren, werd ik weer 'mon Père'."

Omwille van zware diabetes moest hij in 1993 terug naar België komen. Voor een term van zes jaar diende hij als rector van het huis van Scheut. Robert hield van vertellen. Hij kon een kort verhaal lang maken.
Hij kende alleen goede confraters. Over de andere zweeg hij. Nooit ging hij mee in een negatief verhaal. Ook niet als Club Brugge drie keer naeen niet kon winnen. Hij was een rechtschapen man.

Bij verschillende gelegenheden getuigde hij van zijn geloof. Het was duidelijk: vanuit zijn geloof, was hij een gelukkige missionaris tot in zijn oude dag.

In 1999 kwam Robert wonen in de gemeenschap van Torhout. Van daaruit deed hij vele jaren dienst als aalmoezenier van het WZC van Oostkamp. Gedurende de 25 jaar dat hij in Torhout woonde, heeft hij er de gemeenschap helpen vormgeven. Hij had een bijzondere aandacht voor zieke confraters en was heel attent voor het personeel en de vrijwilligsters.

De banden met zijn familie waren sterk: hij werd dikwijls uitgenodigd en er kwam ook regelmatig bezoek. Voetbal hield hem wakker, en kaarten – ook buitenshuis, bij Samana of Okra – was zijn verzet.

Toen zijn gezondheid verzwakte, bleef hij hardnekkig deelnemen aan de activiteiten in de gemeenschap: in de kapel, aan tafel, in de living. Hij is vredig overleden op zijn kamer, in de ochtend van 26 juli.

Arnold Quartier,CICM

Pater Willy Vanhaelewyn

Geboren op 12 oktober 1939 in Roeselare
Religieuze geloften op 8 september 1959
Priester gewijd op 2 augustus 1964
Missionaris in Congo (Lisala) en in België
Overleden op 16 juni 2024 in Torhout

Het was geen toeval dat Willy tijdens zijn studiejaren in Leuven tot burgemeester werd verkozen. Het was een communiteit waarin iedereen zijn talenten kon ontdekken en ontwikkelen: boekbinden, timmeren, bloemen onderhouden, vogels koesteren, musiceren of schilderen …
Samen met een paar zielsgenoten zorgde hij met linodruk voor de gedachtenisprentjes van de priesterwijding van vele confraters. Met vuur en humor kon Willy de gemeenschap levendig houden. Hij was geen man van lange teksten met moeilijke termen. Hij hield van eenvoudige woorden.
Hij ging er nooit slordig mee om. Korte teksten die we soms zelf op orde moeten zetten om te begrijpen.

In 1965 vertrekt Willy naar Congo. Ook daar is hij de man die samenbrengt en begeestert. Zoals Jezus, zal hij zijn weg zoeken tussen de mensen, delend in hun lief en hun leed. Zoals Jezus, staat hij in het leven, broos, arm, machteloos, soms onbegrepen. Toch gaat er van hem een bezieling uit, een boodschap die mensen gelukkig maakt.

Hij komt aan in Lisala. Zoals bij iedereen, begint het met de taalstudie: een discrete les in nederigheid. Daarna zal hij vier jaar 'priester van de dorpen' zijn: elke dag op reis om mensen te tonen dat ze belangrijk zijn voor Gods nieuwe wereld. We zijn na het 2de Vaticaans Concilie. Willy voelt de noodzaak om zich te verdiepen in de veranderingen in het denken en doen van de Kerk. Daarom gaat hij een jaar studeren in Abidjan (Ivoorkust). Van 1971 tot 1982 is hij directeur van het catechistencentrum van Bobadi.

Dan wordt hij verkozen tot Provinciaal Overste. Negen jaar zal hij confraters bezoeken, bemoedigen, stimuleren en troosten. Want al die jaren is het een onrustige tijd in Zaïre / Congo. Samen met de bisschoppen probeert hij de toekomst te plannen. Van 1992 tot 1997 – na zijn mandaten als Provinciaal – is hij werkzaam als pastoor in Yakamba en Gwaka. Het vraagt een bijzondere aandacht voor de taal van de streek.

In België zijn ze Willy en zijn capaciteiten niet vergeten. In 1997 doen ze beroep op hem om hier te werken. Hij wordt rector van de Scheutgemeenschap in Schilde, maar niet voor lang. In 1999 wordt hij Provinciaal Overste van Vlaanderen / Nederland, twee keer voor een mandaat van drie jaar. Zijn capaciteiten als luisteraar en moderator, zijn optimisme en zijn humor komen goed van pas. Na zes jaar doet hij tijdens een korte periode parochiewerk in Egem. In 2007 trekt hij in bij de confraters van het huis van Kortrijk. Hij is dan 68 jaar oud. Hij zal zich nog 16 jaar lang ten dienste stellen van de Zusters van het Lyceum Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen en van het Woon- en Zorghotel Heilig Hart in Kortrijk. Hij blijft bezorgd om het welzijn van mensen, al laat hij dat niet altijd blijken. Als hij het nodig vindt, kan hij vinnig uit de hoek komen met rake opmerkingen. Die jaren waren zeker een tijd van verdieping, want veel van zijn teksten zijn dan gedateerd. Hoe kunstig hij ook kan zijn met pen en penseel, een dromer is hij niet. Hij is realistisch en kan zijn verantwoordelijkheid opnemen.

In 2023 komt Willy op rust in de gemeenschap van Torhout, waar hij stilaan zijn weg vindt. Hij is een geliefde confrater. In de morgen van zondag 16 juni 2024 doet hij ons schrikken: hij ligt dood te gaan naast zijn bed. Hulp kan niet meer baten.

"De Heer is mij ongezien voorbijgelopen op mijn kronkelpaden, om me telkens te kunnen opwachten. Ik begrijp het niet, ik ben elke keer verrast Hem weer tegen te komen. Dat maakt mij blij." Dat is ongeveer wat we lezen op zijn gedachtenisprentje.

Willy, zó veel mensen zijn je dankbaar.

Arnold Quartier,CICM

Pater Paul Jacquemart

Geboren op 7 oktober 1931 in Grand-Halleux
Religieuze geloften op 8 september 1953
Priester gewijd op 3 augustus 1958
Missionaris in Congo – Boma, Kimpangu (Matadi) en België
Overleden op 13 maart 2024 in Embourg

Na een eerste missieterm in Muanda aan zee, werd Paul benoemd in Boma-Kalamu, een cité met 35.000 inwoners.Hij leefde en werkte er met Pater Jean Fabry, een jonge pastoor van 35 jaar, met Pater Louis Vancoppernolle, een ervaren missionaris van 52 jaar, met een piepjonge confrater en met Abbé Ferdinand Tsumbu. Een stevig en vrolijk team.
Naast zijn pastorale bezigheden was Paul de man van het werk in de tuin.
De mensen van de cité stonden in bewondering voor zijn werkkracht, zijn verzorgde tuin en zijn doorzettingsvermogen.

In 1965 waren er nog 100 Scheutisten en een twintigtal inlandse priesters, actief in Boma.

25 jaar later waren er 200 inlandse priesters en nog enkele Paters van Scheut in het bisdom Boma. Ook waren er 30 goed georganiseerde parochies met talrijke leken-medewerkers.
De hospitalen en scholen waren in handen van de Congolezen.

Een nieuwe uitdaging.
Mgr. Gabriël Kembo, bisschop van Matadi, klopte toen aan bij Scheut, om twee afgelegen missieposten in zijn Bisdom, Luvaka en Kimpangu, over te nemen. Paul Jacquemart, Gustave Penninckx en Jean Messe boden zich aan. Even later kwamen Jean Beckers en broeder Jan van den Heuvel het drietal vervoegen.

Deze groep Scheutisten had een klaar en duidelijk plan: nieuw leven inblazen in een gemarginaliseerde regio. Jean Beckers schreef indertijd in ons tijdschrift Scheut en Famille:
"Dankzij de volharding van broeder Jan werden 7 waterpompen geïnstalleerd in het ziekenhuis en in de cité rondom. Dankzij de ervaring en het geduld van Jean Messe werden motoren van het hospitaal en van verschillende voertuigen weer op gang gebracht.
Missionaris zijn dat wil zeggen:
Leven met God, jouw voedsel zoeken in het Woord van God en tegelijk:
dicht bij de mensen zijn,
je hun lot en hun dromen eigen maken."

Na 40 jaar dienstbaarheid aan de Kerken van Boma en Matadi, kwam Paul definitief naar België terug. Hij bracht zijn laatste levensjaren door in ons huis van Embourg en tot slot in het Rust- en Verzorgingstehuis in Mehagne.

Taak volbracht. Moge hij rusten in vrede!

Leonard Heyse, CICM

Broeder Jozef Soenen

Geboren op 5 september 1937 in Rumbeke
Religieuze geloften op 22 augustus 1963
Missionaris in Congo (Kasaï) en in België
Overleden op 21 maart 2024 in Torhout


Jefs nonkels waren boeren. Het was aangewezen dat Jef ook in de boerenstiel zou gaan. Maar, na zijn militaire dienst treedt hij in 1962 binnen bij Scheut. Na zijn intrede ging hij voor een A3-bouwkunde naar de technische school in Kortrijk. In 1965 volgde hij een jaar catechese in Gent.

In november '66 vertrok hij naar Congo, waar hij ging werken in Oost-Kasaï, Kabinda. Hij begint er als bouwer. Zijn eerste project is een klooster voor zusters, dan huizen voor leraars.

Maar, in 1969 wilde de nieuwe bisschop van Kabinda een deel van de veestapel overbrengen naar zijn bisdom. Hij deed daarvoor beroep op broeder Jef. Na enkele maanden stage bij confraters in andere bisdommen en met een pak schriften, kon hij starten in Kabinda. Op het aangewezen terrein begon hij met het bouwen van de elementaire gebouwtjes en de deeping. Daar kreeg hij van de werkers de naam Mulenda, een naam die de bewondering uitdrukt voor zijn sterkte en vooral om hoe hij zelf aan de slag ging in de diepe put van die deeping. Maar het wordt een valse start. Het terrein bestemd voor de koeien is besmet met slaapziekte. Al het werk moet dus overgedaan worden, eerst een tiental kilometer verder, en later – na een uitbreiding – nog twintig kilometer. Tot in 1999 blijft hij verantwoordelijk voor de veestapel die zal oplopen tot zo'n 2.000 koppen. Verspreid over de concessie leefden de koewachters en hun families. Jef kende ze allemaal, van groot tot klein. De kinderen waren verzot op Mulenda. Een ritje kunnen meemaken in de auto was een kermis. Het meeleven met al die families, in goede en kwade dagen, kleurde Jefs dagen. Hij noemde hen 'mijn parochianen'.

Als hij gehoor vond, kon Jef smakelijk vertellen over het reilen en zeilen bij de koeien en bij zijn werkers. Anderzijds kon hij iemand de pieren uit de neus halen. Eén van hart en één van ziel waren geen ijdele woorden. Jef was een parel in de communiteit. Hij kon echt met iedereen opschieten.

In 1999 werden de koeien verspreid en gestolen door militairen en rebellen. Een pijnlijk einde van wat Jefs levenswerk kon worden. Hij beperkt zich nu tot het tuinieren rond ons huis, maar hij kon er zich niet uitleven.

In 2000 keerde hij – na een verlof in Vlaanderen – niet meer terug naar Kabinda, maar trok naar West-Kasaï, Kananga. Hier werd hij verantwoordelijk voor de brandstof, de groentetuin en het kleinvee.

Hij bleef er tot 2018 en dan kwam hij terug naar België. Hij woonde een korte tijd in Zuun en vervoegde dan, in februari 2019, de gemeenschap van Torhout. Daar zette hij zich in voor het onderhoud van de tuin, met een bijzondere zorg voor de grot. Jef zag erop toe dat het afgevallen fruit niet verloren ging.

Eind 2023 ging het allemaal moeilijker. Hij bleef dankbaar voor wat hij mocht beleven. Hij vertrouwde op de dokters en het personeel, maar de ziekte begon aan hem te knagen en maakte werken onmogelijk. Ontelbare keren zei hij hoe gelukkig hij was in Scheut en hoe goed voor hem werd gezorgd.
Hij overleed op 21 maart 2024.

Arnold Quartier CICM

Pater Adriaan De Poorter

Geboren op 6 november 1939 in Olsene
Religieuze geloften op 8 september 1959
Priester gewijd op 2 augustus 1964
Missionaris in Congo (Kinshasa / Inongo) en in België
Overleden op 25 februari 2024in Torhout


In Olsene werd Adriaan geboren, in een groot boerengezin, waar zijn vader jong overleed en zijn moeder met zeven kinderen de boerderij moest rechthouden. Daar heeft hij leren werken, maar ook de taal spreken van de loonwerkers: direct en soms een beetje ruw.

Adriaan studeerde aan 2 middelbare scholen in de steek van Waregem. In 1958 trad hij binnen in het noviciaat, dat ook 'het boerenjaar' werd genoemd omwille van de grote groep van 66 novicen. Hij deed er zijn geloften in 1959. Daarna volgde hij de gewone priesteropleiding, tot aan zijn wijding op
2 augustus 1964, en vertrok het jaar daarop naar Congo, naar het bisdom Inongo. Met spijt moest hij, omwille van gezondheidsredenen, na vijf jaar terugkeren naar België. Na enkele jaren dienst vertrok hij opnieuw naar Inongo, maar amper twee jaar later kwam hij in 1975 definitief terug naar België.

Wij vinden hem terug op twee verschillende domeinen. Eerst en vooral in de jeugdzorg als aalmoezenier van een scoutsgroep in Stasegem en verder in de bijzondere jeugdzorg van jongeren met problemen: "Onze Kinderen" in Rumbeke. Later werd hij pastoor in Hansbeke en nog later verzekerde hij de zondagspastoraal in Retie. Daar had hij zijn hart verloren. Een tweede werkdomein was dat van de verschillende diensten in de Provincie. Adriaan was een harde werker, sterk en niet bang voor avontuur. Zo vinden wij hem in de verzendingsprocuur in Scheut. Daarna reed hij vanuit Boechout vele jaren met de ophaalwagens van Wereldmissiehulp, en van daaruit werkte hij mee aan een project voor hulp aan Roemenië. Toen hij in 2010 naar Schilde ging, toonde hij in zijn werk in de groentetuin en de serre dat hij een sterke boerenzoon was. Hij was terecht fier op zijn werk.

In oktober 2023 ging hij noodgedwongen voor verzorging naar Torhout. Hij was niet meer de sterke Janus, en zijn krachten verzwakten. Adriaan had nog één droom: zijn 60-jarig priesterjubileum vieren in Retie. Hij had al 174 mensen uitgenodigd en hij leefde ernaar toe. Het ging niet alleen om een feest, maar zo schreef hij: "Verschillende families, die relatieproblemen hadden met elkaar, gaan zich verzoenen… spons over het verleden en mekaar weer ontmoeten in de geest van onze goede grootouders en ouders." Dat was Janus ook! Hij was als een aarden pot, broos en breekbaar, maar doorheen de barsten liet hij een schat zien die stilaan zichtbaar werd: zijn geest van dienstbaarheid, zijn sociale bewogenheid en zijn kunst om duurzame vriendschappen te onderhouden. Nu mag hij aanzitten aan de feesttafel die de Heer voor hem heeft bereid, een feesttafel met overvloed van spijzen.

Fernand Degroote CICM

Broeder Leo Wets

Geboren op 23 april 1939 in Sint-Genesius-Rode
Religieuze geloften op 1 mei 1958
Missionaris in Congo (Kasaï) en in België
Overleden op 19 februari 2024 in Torhout


Leo is geboren in 1939, als het tweede kind in een gezin van 10. Hij studeerde aan de technische school van Mechelen in de houtafdeling. Op 17,5-jarige leeftijd ging hij binnen in het noviciaat in Zuun en legde zijn eerste geloften af als broeder in 1958. En die roeping paste echt bij Leo: hij was zachtmoedig en nederig van hart. Leo wou niet opvallen, maar dienen en goed zijn.

Het Evangelie van vandaag is zeer toepasselijk op Leo. Jezus is in Galilea en ontmoet Filippus. Hij zegt hem: "Kom met mij mee." "Volg mij dus." Dat heeft ook Leo gedaan, en hij is meer dan 60 jaar trouw gebleven aan die roep van de Heer. Filippus ontmoet Nathanaël en vertelt hem over Jezus. Als Jezus Nathanaël ontmoet zegt hij: "Dat is een echte Israëliet, iemand die altijd eerlijk is." Zo was Leo: een doodeerlijke man, die transparant was. Leo had niks te verbergen.

Na zijn noviciaat werd Leo naar Kortrijk gestuurd, waar hij zich verder bekwaamde in bouw en schrijnwerkerij. Op 23-jarige leeftijd kon hij vertrekken naar de West-Kasaï in Congo. Hij zou er 33 jaar blijven. Hij had er twee hoofdactiviteiten: bouwen en verantwoordelijke zijn van een grote veestapel. Als bouwer heeft hij heel wat verwezenlijkt: hij richtte o.a. twee kerken op, een sociaal centrum en deed aan grote verbouwingen.

Ik zag hem aan het werk op de missie van Lubunga. Samen met Antoon Desimpel bouwde hij er een zeer bescheiden maar mooie missiepost en ook een huis en dispensarium voor de inlandse zusters. Leo werkte altijd heel mooi zijn bouwwerken af. Zijn laatste jaren in Congo bracht hij door in het provinciaal huis van Kananga, waar hij voor het onderhoud van de gebouwen instond.

In 1996 kwam hij voorgoed naar België, om ten dienste te staan: vooral om kamers van overleden confraters te schilderen en ze klaar te maken voor nieuwe bewoners. Leo is blijven werken tot rond zijn 75. Hij kon nu meer tijd nemen voor zijn familie en zijn vele hobby's. Hij hield van de natuur, van vogels, bloemen en planten en van een wandeling. En hij was een verwoede kaarter. Een andere passie van hem was postzegels verzamelen. Maar, zijn grootste passie was voetbal en hij was een hevig supporter van KV Mechelen.

De laatste maanden werd Leo regelmatig opgenomen in het ziekenhuis. Maar, hij verzwakte zienderogen en stierf in de nacht van 18 op 19 februari in ons huis van Torhout. Leo was 84. Hij was een voorbeeld van een goede, zeer gedienstige religieus.

Leo, rust nu in vrede,

Frans Van Humbeeck CICM

Pater Cornelius Mattheus

Geboren op 18 juli 1937 in Messelbroek
Religieuze geloften op 8 september 1957
Priester gewijd op 5 augustus 1962
Missionaris in Congo (Kasaï) en in België
Overleden op 11 februari 2024 in Anderlecht


Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het Koninkrijk van de hemel (Mt 5,3)

Het overlijden van Nele kwam voor ons onverwacht. De laatste keer dat we hem zagen, nu enkele maanden geleden, zag alles er nog behoorlijk uit, moeilijk ter been, dat wel, wat trager, maar nog altijd even schalks en warm als vroeger.

Mijn herinnering aan Nele gaat heel ver terug, naar het eind van de vijftiger jaren van vorige eeuw, toen hij Chiroproost was in Blauwput-Kessel-Lo. Met zijn doorleefde bescheidenheid was hij van in het begin een van ons, een jongen uit het Hageland, de eenvoud zelve en die we – in tegenstelling tot de gangbare gebruiken – gewoon met zijn voornaam mochten aanspreken.

Bescheiden en eenvoudig is Nele heel zijn leven trouw gebleven aan zijn wortels en aan de vanzelfsprekende gemoedelijkheid die zijn streekgenoten eigen is. Met die ingesteldheid is hij naar Congo vertrokken. Hij werd reispater. Tussen de gewone mensen voelde hij zich thuis. Hij zat op dezelfde golflengte: hij sprak niet over de hoofden, maar paste zijn catechesemomenten aan zijn publiek aan. Hij zat op het niveau van de kinderen en ontwikkelde zo een methode die vele van zijn confraters inspireerde. Het waren gelukkige, vruchtbare jaren.

Nele had veel pijlen op zijn boog: zijn kennis van mechaniek en elektronica was zijn oversten niet ontgaan.
Hij werd verantwoordelijk voor de garage, het economaat en de drukkerij van het bisdom. Maar hij bleef vooral ook pastoraal actief. Dat was en bleef zijn roeping. Bijna veertig jaar lang heeft hij geleefd en gewerkt tussen de gewone mensen, maar ook als confrater die zich ten volle ten dienste stelde van de gemeenschap.

Dat deed hij ook toen hij terugkeerde naar België en in Bovenlo op rust ging. De tuin werd zijn werkterrein. Leven tussen de kleine juwelen van Gods schepping, de planten, de bomen en zijn geliefde bloemen.
De schoonheid van de natuur bracht hem dichter bij het mysterie, dat bron en einddoel was van zijn levenskeuze. Zoals Elia God ervoer in het suizen van de zachte bries, zo vermoedde Nele zijn aanwezigheid in het zachte wuiven van de bloemen.

Was Nele een man van de stilte, van weinig woorden, toch is hij altijd een pientere observator geweest van wat er zich rondom hem afspeelde. Hij had een merkwaardig grote mensenkennis en als hij die kennis met anderen deelde, was dat niet zonder een vleugje humor, en met een zeker relativeringsvermogen dat al te dikwijls ontbreekt in onze mensenwereld. Nele kon kritisch zijn, maar het was altijd goedbedoeld en nooit kwetsend.

Zijn hele leven werd gedragen door liefde, de liefde die met de woorden van de apostel 'niet afgunstig is, niet praalt, zich niet opblaast, niemand kwetst, zichzelf niet zoekt en niet verbitterd is, de liefde die het kwade niet aanrekent'. Nele was een man naar Gods hart.

Zo heeft de Heer hem ook gevonden deze week en Hij heeft zich omgord, hem aan tafel genodigd en hem overvloedig bediend (Lc 12,37). Wees welkom, Nele, in de vreugde van uw Heer.

Bart Van Thielen

Pater Arthur Verthé

Geboren op 2 april 1926 in Ingelmunster
Religieuze geloften op 8 september 1946
Priester gewijd op 29 juli 1951
Missionaris in Congo (Kinshasa) en in België
Overleden op 9 februari 2024 in Torhout


Arthur werd in Leopoldstad (Kinshasa) aangesteld als leraar in een school voor Congolezen. Hij werd ook aalmoezenier voor de Vlamingen. Van 1952 tot 1958 deed hij pastoraal werk in Kinshasa en werd hij medewerker aan verschillende socio-culturele activiteiten.

In 1958 werd hij naar België geroepen om te werken in een studiedienst rond Afrika. Zo was hij in België toen in 1960 honderden Belgen vluchtten uit Congo. Zeventien dagen en nachten bleef hij op de luchthaven van Zaventem om die mensen op te vangen. Hij schreef: "Ze kwamen aan in een vreemd land." Velen liepen letterlijk verloren tussen de talrijke problemen. Met enkele vrienden werd dag en nacht gewerkt om oplossingen te vinden. Het werd een hele organisatie, waarvoor de oversten van Scheut hem vrijstelden.

Tijdens een retraite groeide bij Tuur het idee om die diensten aan te bieden aan alle Vlamingen in de wereld die het wenselijk zouden vinden. Zo werkte Tuur wereldwijd langs 'Vlamingen in de Wereld'. Mettertijd zette de beweging zich in voor politieke en culturele bijstand. Zo trok hij op reis met kunstenaars, dichters en zangers. Meermaals vergezelde hij volksvertegenwoordigers, senatoren en bedrijfsleiders. Tuur genoot van die contacten en bewaarde zorgvuldig herinneringen. Door die activiteiten, die regelmatig de pers haalden, zagen veel confraters hem niet als een echte missionaris. Ze vonden dat hij een luxeleven leidde. Dat deed hem pijn.

Omwille van zijn werk ontving hij anderzijds verschillende onderscheidingen. Tussen het werken en reizen door zette Tuur zich aan het schrijven. Hij schreef zijn ontmoetingen en ervaringen uit in verschillende boeken. Hij schreef ook gedichten en haiku's. Hij publiceerde in verschillende tijdschriften. Was hij de man van werken voor en met anderen, hij werd meer en meer een man van het woord.

Uit klank en tonen
door gevoelens bevrucht wordt
het woord geboren.

Arthur ging met pensioen in mei 1986. Hij ging wonen in Brugge, in een appartement dat hij erfde van een tante. Hij onderhield er zijn wereldwijde contacten en bleef schrijven. Hij leefde er heel sober en kookte zelf. Hij genoot van elke ontmoeting. Een stom ongelukje zal zijn leven veranderen: hij struikelde en viel ongelukkig op de grond. Hij belandde in een rolstoel. Hij besefte dat hij niet langer alleen zou kunnen blijven wonen. Tuur kwam terecht in de gemeenschap van Torhout. Het was voor hem een grote aanpassing. Hij zei: "In Brugge was ik gelukkig. In Torhout ben ik content." Soms was hij veeleisend en moeilijk voor het personeel en wispelturig van karakter. Maar de hoofdtoon bleef toch dankbaarheid en appreciatie tegenover confraters, familie en personeel en fierheid voor wat hij had kunnen verwezenlijken.

Rond Nieuwjaar werd hij ernstig ziek. Het werd duidelijk dat hij zijn laatste dagen beleefde. Op vrijdagavond
9 februari is hij naar de Heer vertrokken. Tuur was een bijzonder mens, met vele gaven die hij goed heeft gebruikt.

Gedaan met smeken
en bedelen voor mezelf
want Gij zijt liefde.

Arnold Quartier CICM

Broeder Albert De Meyere

Geboren op 23 april 1934 in Sijsele
Religieuze geloften op 1 mei 1955
Missionaris in Congo (Kasaï) en in België
Overleden op 26 januari 2024 in Torhout


Albert was de oudste van elf. Vader overleed veel te vroeg. Berten kreeg een grote verantwoordelijkheid binnen het gezin. Toen zijn aanwezigheid minder noodzakelijk was, ging hij naar Scheut om er als broeder aan de slag te gaan, waar dan ook: hij zou gezonden worden. Het werd Congo, in Oost-Kasaï.

Wie voor het eerst met hem in contact kwam schrok wel even. Hij had een kleurrijke heftige taal, maar het duurde niet lang eer je de diepte voelde van zijn betrokkenheid met het werk van de missie.
Hij verloor geen tijd met bezig zijn over koetjes en kalfjes, maar op rustige momenten en als hij oprecht belangstelling voelde, kon hij met hart en ziel vertellen van zijn bezorgdheid en zijn avonturen.

Drieëndertig jaar was hij verantwoordelijk voor het onderhoud van de missie en de garage van Cilomba. Cilomba was een grote missie met talrijke gebouwen en veel activiteiten. Van 1980 tot 1995 leidde hij vanuit Kananga projecten van bruggenbouw en herbebossing. Met de chassis van afgedankte vrachtwagens stak hij talrijke bruggen ineen. Voor zovele 'onoplosbare' zaken vond hij een oplossing. Honderden koeien 250 km verder brengen, hoe doe ja dat? Berten improviseerde niet. Hij deed zelf de tocht, wist op welke chefs hij kon rekenen en wat hij ervoor zou moeten betalen. En alles verliep zonder problemen. Hoe sleep je een meterslange logge brug over de rivier? Berten loste het op.

In 1995 keerde hij definitief terug naar België. Hij verloor zich niet in verdriet om wat voorbij is.
Hij leefde in de tegenwoordige tijd. Stilzitten kende hij niet. Hij raakte in contact met Wereldmissiehulp, waar zijn creativiteit en werklust goed van pas kwamen. Hij zou zich ervoor blijven inzetten tot zijn laatste adem. Vooral het steunproject aan Roemenië kon rekenen op zijn grenzeloze inzet. Drieëndertig keer reed hij met geladen vrachtwagens naar Roemenië. Nieuwsgierig als hij was, won hij inlichtingen in over de Orthodoxe Kerk. Hun spiritualiteit intrigeerde hem.

In 2014 ging hij 'op rust' in de gemeenschap van Torhout. Vanaf de eerste dag, en zolang zijn gezondheid het toeliet, ging hij werken op het kerkhof, waar meer dan honderd confraters begraven zijn. Ondertussen zocht hij bananendozen bijeen en in de Kringwinkel legden ze alle breiwol opzij voor 'die met zijn lang haar', voor Roemenië. Wie denkt dat zijn haar alleen uit nonchalance lang was, vergist zich. Zijn paardenstaart was bestemd voor Think Pink, om pruiken mee te maken voor mensen met kanker. Broeder Albert zat vol onverwachte attenties. Zo bracht hij regelmatig bij de verpleging bloemen die hij kocht op de markt.

In 2020 stelde hij zelf voor om tijdens de vastenperiode voor te gaan in een kruisweg. Hij had geen veertien staties nodig. Het werd één lange bezinning over het lijden van Christus. Berten sprak niet over Jezus. Hij sprak over Christus. Christus die gestorven is voor alle mensen. Christus die stierf tussen twee moordenaars. Alleen met de goede moordenaar kwam het tot een gesprek: "Jezus, denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt." – "Ik verzeker je, vandaag nog zul je met Mij in het paradijs zijn." En Berten besloot: "Ik hoop dat, als ik op het punt sta te sterven, Christus mij ook die woorden zal zeggen.": "Vandaag nog zul je met Mij in het paradijs zijn."

Die 'vandaag' was er opeens, vlugger dan verwacht, toen corona hem meenam, zomaar. Zijn blauwe stofjas, die zó vele jaren 'diende', bleef achter.

Arnold Quartier CICM

Pater Raymond De Caluwé

Geboren op 16 januari 1936 in Wachtebeke
Religieuze geloften op 8 september 1977
Priester gewijd op 27 mei 1961
Missionaris in Haïti en in België
Overleden op 23 januari 2024in Gent


Raymond deed zijn humaniorastudies in het Sint-Lievenscollege te Gent. Zijn roeping was priester worden, en zo ging hij naar het Klein Seminarie in Drongen voor zijn studies Filosofie. Theologie studeerde hij in het Groot Seminarie in Gent. Hij werd priester gewijd van het bisdom Gent,
op 27 mei 1961. Verdere studies Klassieke Filologie deed Raymond nog aan de Katholieke Universiteit in Leuven. Zijn eerste benoeming als leraar was in het Heilige Maagdcollege in Dendermonde, van 1965 tot 1976, en van 1966 tot 1976 was hij eveneens zondagpastoor in Denderbelle. In 1977 is hij lid geworden van de Congregatie CICM, nadat hij het noviciaat had gedaan in Arlington, VS. Vervolgens werd Raymond naar Haïti gestuurd als missionaris.

De mensen noemden hem Pè Remon. Hij werd benoemd op een parochie in Hinche, en was daarna zowel pastoor in Los Palis als professor in het College St.-Martin de Porrès in Hinche. Vervolgens was Raymond nog pastoor in Acul Samedi tot 2004. Dat zijn parochies in het binnenland van Haïti. Hijzelf schrijft: "Iedereen werkte daar op het land en deed nog iets erbij." Zelfs de vrederechter en de onderwijzer waren "peyzan" in hun vrije uren. Raymond had veel aandacht voor allen die op het land hun kost verdienden, en hij kon zich inleven in hun werken en streven naar beter.

In maart 2004 keerde hij definitief terug naar België, waar hij nog vele jaren aalmoezenier was in het bedevaartsoord Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes in Oostakker.

Raymond onderhield het meest de contacten met zijn familie in Wachtebeke. Zij heeft voor hem gezorgd tot aan zijn overlijden. Hij werd begraven in Wachtebeke.

In Haïti heeft hij geen grote projecten nagelaten. Hij werd geapprecieerd als een vriend die zeer toegankelijk was en geïnteresseerd in de problemen van zijn medemensen en hun zoektocht naar een beter leven.

Raymond had een zeer goede pen en was een goed observator. Van hem kennen we het boek
"Als de lambi roept", verschenen in 1989. Een verhaal over plattelandsmensen van Haïti. Bij het lezen van het boek leeft men mee met zovele Haïtianen die werken op het veld om te overleven. Hij had bewondering voor de manier waarop de Haïtiaanse mensen van het platteland – door hem genoemd "van het heuvelland" – zich door het leven werkten. Terug in België, ging hij luisteren naar het verhaal van mensen die op bedevaart kwamen naar Oostakker, met hun problemen van ziekte en tegenslag, en die sterkte en troost kwamen vragen aan Moeder Maria.

Op het einde was Raymond zieker dan gedacht, en hij is overleden in het UZ in Gent.

Op zijn gedachtenisprentje staat in het Creools:

Fè tout byen ou kapab                             Doe al het goede wat je kan
Tout tan ou kapab                                     zolang je kan
Tout jan ou kapab                                     zoveel je kan
Tout kote ou kapab                                   waar je maar kan
Pou tout moun ou kapab                        voor iedereen
Jouk tan ou pa kapab ankò…                 totdat je niet meer kan…

Dank u, Raymond,

Gaby Gheysens CICM

Pater Paul Snoeck

Geboren op 31 december 1936 in Wetteren
Religieuze geloften op 8 september 1955
Priester gewijd op 7 augustus 1960
Missionaris in Mexico, in de Dominicaanse Republiek, in de Verenigde Staten en in België
Overleden op 20 januari 2024in Sint-Pieters-Leeuw (Zuun)


Na zijn middelbare studies in Wetteren en Gent, meldde Paul zich aan in Scheut, want hij wilde missionaris worden. In 1961 zou hij naar de missies vertrekken, maar hij werd gevraagd om nog filosofie te studeren aan de universiteit van Leuven. De oversten hadden gezien dat hij over veel intellectuele gaven beschikte. Na het bekomen van het licentiaat in Leuven studeerde hij nog vier jaar theologie in Nijmegen.

In 1969 was hij klaar om te vertrekken, naar Mexico, in Cuernavaca om de Spaanse taal en de Latino-Amerikaanse cultuur te leren. Zo kon hij dat uittesten in de pastoraal in Santo Domingo in de Dominicaanse Republiek.

Na een jaar deed men beroep op hem om geestelijke begeleider te worden van de jonge confraters in opleiding in Washington. Dat zou hij vijf jaar doen.

Vervolgens deed hij zes jaar parochiepastoraal in Texas en Californië.

In 1984 werd hij benoemd voor de vormingsgemeenschap van CICM in Mexico, als rector en later als econoom. Ondertussen werkte hij mee in het pastoraal team in de volkswijken van Mexico. Na de sluiting van het vormingshuis kon hij daar fulltime werken. Gedurende 26 jaar bleef hij in dezelfde streek van Mexico.

In 2006 kwam hij definitief terug naar België, doch niet om te rusten, maar om animator te worden van de Scheut-gemeenschappen. Zo ging hij, vanuit de Rue Berckmans, overal retraites preken en recollecties begeleiden.

Zonder twijfel werd Pablo's missionarisleven gekenmerkt door de Maagd van Guadalupe. Haar beeltenis vergezelde hem tot op de laatste dag. Min of meer vijfentwintig jaar lang had hij het geluk om in Mexico niet ver van de heuvel Tepeyac te wonen, waar Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe aan de arme Juan Diego was verschenen.

Wat kunnen we over Pablito zeggen? Allereerst had hij een diepe liefde voor de armen en de gemarginaliseerden. Hij hield van hen en was ervan overtuigd dat zij de ware boodschappers van het Goede Nieuws waren. Hij luisterde met zijn hart naar hun problemen, deelde hun lijden, nam dikwijls met hen de maaltijd en bad met hen. Hij hielp hen om kleine gemeenschappen te vormen, die zich inzetten om armoede en de oorzaken ervan te bestrijden. Pablo vond het belangrijk om het leven van mensen te delen en zoveel mogelijk in dezelfde omstandigheden te leven. Hij schuwde geen huiselijke taken of diensten. Elke avond deed hij de afwas. Hij stond altijd klaar om te helpen. Regelmatig ging hij met emmers naar de vrachtwagens die drinkwater aanbrachten.

Pablo klaagde nooit en werd zelden boos. Hij was een zeer discreet man, niet in staat om iets slechts over iemand te zeggen. Tijdens vergaderingen drong hij zijn standpunt niet op en was hij vaak de laatste die sprak. Het gebed speelde een grote rol in zijn leven. Zijn laatste maanden waren erg pijnlijk, maar als iemand hem in het Spaans toesprak, lichtte zijn gezicht op. Mexicanen bleven in zijn hart tot zijn laatste adem.

"Er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht." Ja, we geloven dat hij leeft en dat hij het leven van God deelt, dicht bij Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe, die de armste mensen van Mexico en Latijns-Amerika zo dierbaar is.

Cyriel Stulens CICM